De holenmens en de schoonheid

De man met wie ik hier van plaats wisselde - de goede Sylvain Ephimenco - plaatste op zijn facebookpagina een foto van 'een ongelofelijk mooie grot in Toscane' met de aanbeveling deze beslist eens te gaan bezoeken. Voor de kenners: het handelde zich hierbij om de Grotta Turistica Antro del Corchia en op de foto was water te zien, aangelicht door een felle lamp, en erboven druipend en gestold gesteente in bleke tinten.

Ik reageerde meteen.

'Brrrr, grotten.'

Sylvain tikte terug:

'Kom nu maar eens uit je luie achterpagina' en daar moest ik hartelijk om lachen. Het is inderdaad goed toeven hier, je hoort 's ochtends de vogels en er gaat veel minder verkeer langs de deur.

Evengoed wilde ik wel een eigen grotherinnering delen, want in de Italiaanse streek De Marken bezochten we als gezin ooit de grotten van Frasassi. Ik zag er, claustrofobisch aangelegd als ik ben, zeer tegen op, en wist toen nog niet dat die Italianen iets zouden doen dat voor iemand met mijn aanleg een absolute doodsteek is: ze sloten achter ons de grot af.

We waren nauwelijks onder begeleiding van een gids een paar honderd meter een uitgehakte tunnel ingelopen of achter ons rolde een ijzeren deur dicht - om de bezoekersstroom te reguleren, neem ik aan. Maar aan dat laatste dacht ik op dat moment in het geheel niet; in mij welde een golf van paniek op, die ik voor mijn montere gezinsleden verborgen probeerde te houden. Ik haalde versneld adem, zolang er nog zuurstof was, zonder te hyperventileren en alles in mij gilde om een uitgang.

Maar we moesten voort, en ik leidde mezelf zo goed en zo kwaad als het ging af met geveinsde belangstelling voor de speleologische wonderwereld, die holtes bleek te bevatten waar een

kathedraal in paste.

Overigens kwam er deze week uit een grot bijzonder nieuws: in het Franse Bruniquel dateerden archeologen twee cirkels van stalagmieten als werk van de Neanderthalers, 176.500 jaar geleden. De oudste menselijke bouwsels ooit.

De Süddeutsche Zeitung maakte er in zijn onvolprezen rubriek Das Streiflicht meteen een aardig nummer van, want de ontdekking was niets meer of minder dan een eerherstel voor de Neanderthaler, over wie altijd zo geringschattend werd gedacht; dat hij afkomstig was uit Düsseldorf, net als Heino, en dat hij hele grote voeten had en bang was in het donker.

Bang in het donker, en helemaal in een grot, dat ben ik zeker, in zoverre werkt het neanderthalerschap nog in mij door, maar dat beeld klopt dus helemaal niet, integendeel.

In een duistere grot in Bruniquel bouwde die domme, bange Neanderthaler mooie kleine muurtjes, met geen ander doel dan de esthetica voor ogen. Hij was de Rem Koolhaas van het pleistoceen.

Dat hij desondanks niet overleefde was omdat hij alleen maar at wat voorhanden was. Uit een steppelandschap haalde hij bisonvlees, uit bossen en velden fruit en groente. Tot die ellendige ijstijd kwam, en langzaam aan de tijd aanbrak voor de homo sapiens die de aspergeschiller en de Thermomix -keukenmachine meebracht.

Aldus Das Streiflicht.

Brrrr, grotten. Dat daar ooit ons gevoel voor schoonheid werd geboren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden