De hogedrukspuit op Sigmund Freud

In Nederland schrapte het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) de psychoanalyse vorige week uit het verzekeringspakket. Omdat het nooit wetenschappelijk is aangetoond dat de behandeling werkt, zo luidde het argument. Ook het Franse blad Le Nouvel Observateur buigt zich over het nut van de psychoanalyse, naar aanleiding van een dik, boos boek van de filosoof Michel Onfray dat deze week verschijnt.

Onfray, die eerder met ‘Atheologie’ van leer trok tegen de monotheïstische godsdiensten, laat dit keer weinig heel van de grondlegger van de oudste vorm van psychotherapie, Sigmund Freud. Freud werd, aldus Onfray, gedreven door één allesverterend verlangen: met zijn moeder naar bed gaan en zijn vader doden.

Die particuliere neurose vormde hij gewiekst om tot een globale theorie (het oedipuscomplex) in de hoop dat hij zo zijn eigen probleem beter het hoofd zou kunnen bieden. Freud was niet alleen geobsedeerd, hij miste ook het geduld en de nederigheid van een wetenschapper, manipuleerde data en verzon tevreden patiënten.

De kritiek is niet nieuw. In de jaren negentig zetten een aantal Amerikaanse Freud scholars al een keer de hogedrukspuit op de dubieuze methoden van de Weense arts.

Maar het gaat niet om wetenschappelijke hardheid, zeggen de verdedigers van de psychoanalyse die de ‘Nouvel Obs’ aan het woord laat. „Een debat over wetenschappelijkheid kan je over alle sociale- en menswetenschappen voeren”, meent de filosoof Marcel Gauchet.

Gauchet prijst de bevrijdende werking van de psychoanalyse voor het individu. „De psychoanalyse heeft vrouwen bijvoorbeeld geholpen om zich, van binnenuit, los te maken van het keurslijf van huwelijk, moeder of familie.”

Ook de psychiater Christophe André zoekt de nuance. Freud wist dat hij wetenschappelijk gesproken tekortschoot en heeft, in weerwil van de legende, het begrip onbewuste niet uitgevonden, legt hij uit. En veel noties zijn uit de tijd, zo zou het oedipuscomplex vervangen moeten worden door ‘nieuwe inzichten op het gebied van de psychologie van de aanhankelijkheid’. Maar geen enkele therapeut, weet André zeker, kan in zijn praktijk zonder Freuds theorie over de verdedigingsmechanismen (verdringing, ontkenning en sublimatie) van de geest.

In Time gaat een aanstekelijk opgewonden Stephen Fry op bezoek bij Applebaas Steve Jobs, om de iPad uit te proberen. Hij belt aan op het ‘coolste adres van het universum’, 1 Infinite Loop, Cupertino, Californië. Het hoofdkwartier van Apple wordt een campus genoemd en dat is terecht, noteert de schrijver, acteur en komiek. „Iedereen hier ziet er uit als een student. De enige mensen die hier ooit zijn waargenomen in een pak moeten bezoekende politici zijn geweest.”

Voor hij de iPad dan voor het eerst aan kan raken, herinnert Fry zich dat hij in 1984 de tweede Brit was met een Macintosh-computer: „De eerste machine die ervoor zorgde dat je ‘s ochtends je bed uit sprong om aan het werk te gaan.”

De kennismaking, 26 jaar later, met de jongste Apple-baby brengt Fry in hogere sferen: „Tot een iPad verhoud je je niet zoals tot een stuk gereedschap. Het is meer zoals met een mens of een dier. Bij Apple begrijpen ze dat wanneer iemand uren per dag een apparaat in zijn handen heeft, er een diepe, menselijke en emotionele band ontstaat.”

Apple heeft succes omdat het rekening houdt met die behoefte, denkt Fry. „Hun producten doen gebruikers glimlachen als ze zich uitstrekken om ze te bedienen, aan te raken, te strelen en te knijpen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden