De hofjes van Haarlem, alleen voor vrouwen

Historie (750 jaar stad en dus veel evenementen dit jaar), hofjes en Vlamingen. Genoeg ingrediënten voor een stadswandeling door Haarlem. De VVV (Stationsplein 1; 06-32024043; 's zondags gesloten) biedt diverse routes, tussen april en oktober eventueel met gids. Handig is het 'City kompas' met twee wandelingen en veel informatie (10 gulden).

Hoe dan ook, de koopman was niet krenterig. De 'oude vrijsters en weduwen die de gereformeerde godsdienst waren toegedaan' kregen een ruime hof toegemeten. Oude mannen was het niet gegund van deze oudste vorm van bejaardenzorg te genieten, zij werden in 'oude-mannenhuizen' gestopt omdat zij niet geacht werden voor zichzelf te kunnen zorgen.

Haarlem telt nog achttien hofjes, maar er waren er veel meer. Een groot aantal zijn - net als elders - verkrot en afgebroken, om nu onbegrijpelijke redenen. De woninkjes zijn niet groot, maar gescheiden van het drukke stadsleven vormen ze een oase van rust.

'Genieten van de oude dag' was overigens maar beperkt weggelegd voor de dames-bewoonsters. Zij waren aan strenge regels onderworpen, waar regenten in het stichtingsbestuur strikt de hand aan hielden. En de buren. Om de controle wat te vergemakkelijken werd bijvoorbeeld de pomp centraal op het middenterrein geplaatst, zodat iedereen van elkaar kon zien of lichaam en huis wel regelmatig werden geschrobd. Vaak moest een 'entree-geld' worden betaald en de kosten van begrafenis, bovendien vervielen nagelaten bezittingen aan het hofje. Daartegenover stond behalve vrij wonen, gratis medische hulp en 'preuves': een jaarlijkse gift van boter, vlees en brandstof.

Voor de toeziende notabelen werd vaak speciaal een 'regentenkamer' gebouwd, meestal boven de toegangspoort, waar zij het wel en wee van hun hofje bespraken. Het pontificale hoofdgebouw dat Staats in 1725 liet neerzetten, maakt de verhoudingen in die tijd duidelijk.

Heel anders is het hofje dat Dirck van Bakenes stichtte in de Wijde Appelaarsteeg, het oudste van Haarlem. Het raadseltje boven de in- en uitgang verklapt de minimumleeftijd en het aantal van de bewoonsters.

Hier langs de Bakenessergracht begint de dertiende-eeuwse stad. Verscholen aan de overzijde pingelt af en toe de oudste stenen kerk. Achter de gevels aan deze kant iets van Haarlems rosse buurt. Op nummer 84 een voormalige bierbrouwerij. De stad telde er wel honderd in de vijftiende eeuw, vooral dankzij het importverbod op buitenlands bier. De graven van Holland vonden dat niet smaken.

In de verte lokt het Spaarne, de oude levensader van de stad. Een must is het Teylers Museum, door lakenkoopman Pieter Teyler van der Hulst eind achttiende eeuw opgezet om, in de geest van de Verlichting, zijn stadgenoten in te wijden in de wereld van kunst en wetenschap. Onder de schilderijen werk van Rembrandt en Michelango, maar het leukst is het rariteitenkabinet van wetenschappelijke toestellen, fossielen en mineralen in de prachtig vormgegeven zalen.

Het Waaggebouw op de hoek wordt toegeschreven aan de Gentenaar Lieven de Key, die in 1592 stadsbouwmeester van Haarlem werd. Met duizenden landgenoten vluchtte hij eind zestiende eeuw naar de noorderlijke Nederlanden, om te ontkomen aan religieuze vervolging (en omdat hier vrij handel kon worden gedreven). Het door de Spanjaarden van veel inwoners beroofde Haarlem ontving de rijke koopmannen, ambachtslieden en kunstenaars met open armen. In 1621 was de bevolking zelfs voor 51 procent Vlaams.

De zuiderlingen hebben onmiskenbaar hun stempel op de stad gedrukt. Vanaf het terras van Brinkman overzien we het werk van De Key dat op de Grote Markt als voor een openluchttentoonstelling lijkt neergezet. Links is het huis van Laurens Jansz Coster, die de boekdrukkunst dan wel niet heeft uitgevonden, maar belangrijk heeft bijgedragen aan de vervolmaking ervan.

Maak een rondje door de Grote of St. Bavokerk waar onder meer de schilders Frans Hals en Pieter Saenredam rusten, en dwaal door de - heerlijk rustige - gangen van het voormalige klooster naast het stadhuis. Via de Zijlstraat met een staalkaart van zeventiende-eeuwse geveltjes, bereiken we het Remontstrantshofje dat in 1774 door Justus en Izabella van Leeuwarden werd gesticht voor zes vrouwen. Even verderop ligt het hofje van Wouterus van Oorschot. Een 'lugtige en vermakelijke plaats', want slechts door rococo-smeedijzer van de straat gescheiden. Wie niet wil genieten van de verkeersdrukte zoekt een weg terug naar het station via het Kenau-park.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden