De hofjes in Utrecht bieden verstilling in het stadsgewoel

Beeld Nebbeling Johan

De hofjes van Utrecht zijn de verborgen schat van de Domstad. Maar je moet ze wel weten te vinden.

Het paradijs heet Eligenhof en de schepster is Anita Bakers (56). Ze zit, te midden van een kleurige bloemenzee, met haar vriendin Hendrike Eerkens (53) op een halfrond stenen muurtje aan de koffie in de door gerenoveerde stadswoningen omsloten binnen- tuin. Een oase van rust en groen in het stadsgewoel. Hier klinkt slechts het gemurmel van water uit het waterkunstwerk aan haar voeten, het gezang van vogels, het gezoem van insecten en af en toe de klokken van de Dom.

De Eligenhof lijkt eeuwig, tijdloos, maar is gloedjenieuw. "Het is pas een jaar klaar", zegt Bakers, die aan de hof woont in een verbouwd papierpakhuis. "Ik kwam hier twintig jaar geleden wonen en al die tijd was het een rommelige binnentuin, met graffiti en veel steen. Ik kom van een boerderij en zag voor me hoe het hier kon worden. Maar pas toen de gemeente een paar jaar geleden plotseling met geld over de brug kwam, konden we die ideeën uitvoeren."

Tekst gaat verder onder de foto

Beeld Nebbeling Johan

Een smalle, onopvallende poort aan de Lange Nieuwstraat biedt toegang tot de Eligenhof. De groep nieuwe Utrechtse studenten op weg naar de terrassen van het Ledig Erf gaat er ongemerkt aan voorbij. Geen flauw benul van de verborgen schoonheid van de Eligenhof en die talloze andere verborgen oases in de Utrechtse binnenstad en daar buiten. Vooral in het Museumkwartier, een door slimme citymarketeers bedachte term voor het gebied rond de Lange Nieuwstraat, rijgen de hofjes zich aaneen. Vaak zijn het overblijfselen van kloostertuinen of stadspaleizen van vermogende inwoners. Soms behoren ze tot de 'godskameren', woningen die de rijken van vroeger lieten bouwen voor armlastige bejaarden.

Onbemind

Lang leidden veel van die groene stadsoases een kommervol bestaan. Toevluchtsoorden voor verslaafden en ander ongeregeld volk. Maar de stad heeft flink geïnvesteerd in haar verborgen schatten die daardoor, vaak op initiatief en onder beheer van de bewoners, tot bloei zijn gekomen. Geliefd bij omwonenden, maar onbekend - en dus onbemind - bij toeristen en andere bezoekers.

Moeilijk te vinden zijn de hofjes niet. Maar je moet er vaak wel even wat moeite voor doen: een poortje door, een paar traptreden op, een hoek om. En dan sta je opeens op zo'n verstilde plek van rust en vrede. Alsof je bij het betreden ook alle wereldse zorgen achterlaat.

Tekst gaat verder onder de foto

Anita Bakers en Hendrike Eerkens in de Eligenhof.Beeld Nebbeling Johan

Zandstenen poort

Vlakbij de Domtoren ligt de Abraham Dolehof, vernoemd naar de stichter (in 1412) van het al lang verdwenen Sint Ursulaklooster. Nu staan er een oud schoolgebouw met ateliers en een galerie, een verweerde muur met daarachter grachtenpanden en achterin, verscholen tussen de groen witte lage huisjes. Dit alles gedomineerd door een enorme, 150 jaar oude plataan. Daaronder in het grind een bankje, dat uitnodigt tot contemplatie.

Aan de Springweg, aan de 'overkant' van de Oude Gracht, ligt achter een hoge zandstenen poort een parkachtig landschapje. Op het terrein was van eind 13de eeuw tot eind 16de eeuw het klooster van de bedelorde van de Augustijnen gevestigd en later het weeshuis waar een opschrift op de poort aan herinnert.

De ruiten van de statige panden die de hof begrenzen, weerspiegelen de takken van de hoge bomen. De gebouwen zijn onder meer in gebruik als kinderdagverblijf. Daarvan getuigen de geparkeerde bakfietsen waarmee trendy stadsmoeders door het verkeer ploegen. De Grieks aandoende zuilen achterin de hof zijn afkomstig van een Rotterdamse kerk en markeren de oorspronkelijke grens van het kloosterterrein.

Tekst gaat verder onder de foto

Beeld Nebbeling Johan

Piepkleine huisjes

De Andreashof, even verderop aan de Springweg, is net als de Eligenhof ontstaan uit een burgerinitiatief. Het gebied van de Springweg was in de jaren tachtig zwaar verkrot, de piepkleine arbeidershuisjes onbewoonbaar verklaard. Krakers namen er hun intrek en kregen van de gemeente gedaan dat de buurt werd opgeknapt en het terrein waarop twee scholen hadden gestaan tot hofje werd ingericht. Een intiem binnentuintje, begrensd door een laag wit huis met rode, middeleeuws aandoende luiken en met veel groen, een arcade en een halfrond stenen muurtje met zitbank.

De zon schijnt, de stilte ruist. Stadsgeluiden zijn ver weg. In deze besloten en toch voor iedereen toegankelijke lusthof staan de deuren van de aangrenzende woningen nog wijd open. Twee kinderen spelen onbekommerd in het zand, verdiept in hun eigen wereldje. De stad is overal rondom hen, maar lijkt hier mijlenver weg.

Bezoek de hofjes

Flora's Hof en het Pandhof (beide vlak bij de Dom) zijn de bekendste hofjes van Utrecht. Mooi, maar veelbezocht door toeristen en daardoor eerder lawaaiig en druk dan vredig en intiem. In de binnenstad - maar ook daarbuiten - bevinden zich talloze grotere en kleinere hofjes, die amper worden bezocht. Bij de Utrechtse VVV is een folder met een stadswandeling te koop die erlangs voert. Ook organiseert de VVV, net als het Gilde Utrecht, wandelingen voor groepen langs hofjes. Info: bezoek-utrecht.nl en gildeutrecht.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden