De hocus-pocus landbouw van de antroposofie

'De maan heeft ook invloed op de sapstromen en de groeiprocessen van planten. Met inzicht in deze invloed is het mogelijk rekening te houden met gunstige momenten voor het zaaien, verzorgen en oogsten van de verschillende gewassen.' Hoe is het mogelijk dat Roel van Duijn, voorman van de milieubeweging in Nederland, wegloopt met de onwetenschappelijke onzin van de antroposofisch geörienteerde biologisch-dynamische landbouw?

Normaal gesproken steunt de milieubeweging op de wetenschap. Zij is afhankelijk van de geologen die de grondstoffenreserves berekenen, afhankelijk van de klimatologen die met hun supercomputers de schadelijke invloed van klimaatverandering meten, van planologen die 'groene' ruimte in kaart brengen en van biologen die de schadelijke uitwerking van de bestrijdingsmiddelen of ontbossing op de natuur meten.

Maar als het gaat over landbouw kan de wetenschap de boom in en hobbelt een groot deel van de milieubeweging naïef achter de bizarre gedachtespinsels van Rudolf Steiner aan. Roel van Duijn, een man toch die de schadelijke invloed van pseudo-wetenschappelijke ideeën in de macrobiotiek aan den lijve heeft ondervonden en aan de kaak heeft gesteld, is er wég van. In Trouw (28-7-2001) steekt hij (weer) de loftrompet op het Loverendale-brood en de positieve inwerking van de activiteiten van 'kabouters'.

Om misverstanden te voorkomen: met de kwaliteit van dat brood en van biologisch-dynamische producten in het algemeen is niets mis. Zij smaken over het algemeen zelfs beter dan het standaard supermarktaanbod. Maar dat geldt ook voor 'gewone' biologische producten die het prima zonder Rudolf Steiner kunnen stellen. Ik prefereer persoonlijk een biologische avocado of komkommer vér boven een gewone. De reden is dat biologische producten verhoudingsgewijs meer droge stof en minder water bevatten en dat heeft niets te maken met het feit dat de gewassen antroposofisch zijn behandeld met de bekende koemest- of kiezelpreparaten. Wie biodynamisch eet, eet vooral ideologische prietpraat over harmonie in de natuur, kosmische en magnetische (of moeten we zeggen: magische?) krachten of de invloeden van planeten. Het keurmerk Demeter is dan ook, in tegenstelling tot het ECO-keurmerk, geen waarborg voor kwaliteit, maar voor ideologische zuiverheid in de leer, een leer die ver afstaat van de werkelijkheid.

Een fraai voorbeeld van het soort landbouwkundige kennis die de antroposofie uitslaat is te vinden in de glossy folder 'Mens en voeding' van het Dúnamis 'voedingsinstituut', onder andere gesteund door de Rabobank en de antroposofische Triodosbank, waarin de werking van de preparaten wordt uitgelegd:

,,Het kiezelstrand beleven we bij gelijke weersomstandigheden, als veel helderder, droger en lichter dan het kalkstrand. In het verlengde hiervan is het misschien voor te stellen dat een plant, wanneer zij behandeld wordt met een geringe concentratie kiezeloplossing, beter in staat is met de invloeden van het zonlicht om te gaan.''

Curieus is ook de invloed van de astrologie op het biologisch-dynamische denken: ,,De maan heeft ook invloed op de sapstromen en de groeiprocessen van planten, een invloed die op haar beurt weer samenhangt met de stand van de maan ten opzichte van de sterrenbeelden van de dierenriem. Met inzicht in deze invloeden is het mogelijk rekening te houden met gunstige momenten voor het zaaien, verzorgen en oogsten van de verschillende gewassen.'' Dúnamis speelt met een wetenschappelijke non-terminologie die er zijn mag. De folder schermt met 'Biofotonenmeting die de fijne lichtuitstraling meet die van levende organismen uitgaat', 'elektrochemische bepaling van de P-waarde die iets zegt over de vitale spankracht van een organisme' en 'de kristallisatiemethode die iets zichtbaar maakt van de levenskrachtenstructuur van een product'. Commentaar van een landbouwdeskundige: 'Als je het gelooft, zie je het, als je het niet gelooft, zie je niets'.

Steiner zelf kon ook fraai orakelen overigens. Zo stelde hij dat de aardappel als voedingsgewas zo sterk op de hersenen inwerkt dat deze zelfstandig van de overige organen gaan opereren en maakte in één adem de gevolgtrekking dat het overmatig nuttigen van aardappels in Europa tot een materialistische levenshouding had geleid. Hij deed dergelijke uitspraken in een bekende serie lezingen over de landbouw in 1924 die nog altijd de basis vormen van de biodynamische landbouw.

Steiner was eigenlijk een volslagen leek op het gebied van de landbouw. Hij was een drop-out van de theosofische beweging die in de het begin van de twintigste eeuw furore maakte. Steiner keerde zich af van de theosofische stroming toen deze de Indiase Krisnamurti wilde uitroepen tot nieuwe wereldleraar. De naam van Steiners filosofie, de antroposofie, getuigt duidelijk van deze breuk. Maar wat Steiner verbindt met de moderne milieubeweging is dat hij vóór alles een doemdenker was en net als de milieubeweging een grote afkeer had van de materialistische tendenzen in de samenleving. Volgens hem was in deze moderne materialistische wereld veel traditionele boerenkennis verloren gegaan. De boeren waren niet meer zelfvoorzienend, maar specialiseerden zich. Zij steunden steeds meer op moderne wetenschappelijke inzichten en met name op het gebruik van kunstmest. Steiner was ervan overtuigd dat hierdoor de wereldbevolking te gronde zou gaan. De reden was dat kunstmest in zijn visie 'dood' was terwijl de bodem een 'orgaan' was, een oog of een oor van de levende natuur. Dat was volgens hem het 'geheim' of het wezen van de bemesting ('die Geheimnis des Düngens').

Recht tegen alle wetenschappelijke kennis in zag Steiner een cruciaal verschil tussen 'dode' stikstof in de atmosfeer en de 'levende' stikstof in de grond. Dat onderscheid vergeleek hij met het verschil tussen een levend mens en een lijk. Het gevolg van het gebruik van 'dode' stikstof in kunstmest was dat planten zouden degenereren. Dat verschijnsel was volgens hem al statistisch aangetoond. De moderne wetenschap en de moderne landbouwvoorlichting was daarom schuldig aan de ondergang van de mensheid: ,,Datgene wat voor de natuur nodig is, is in de vergetelheid geraakt in de loop van het materialistische tijdperk. De tradities verdwijnen. De boeren zullen met wetenschap hun akkers bemesten. De aardappels, de granen, alles wordt alleen maar beroerder. Zelfs een materialistische boer kan, als hij een beetje nadenkt, ongeveer uitrekenen binnen hoeveel decennia de landbouwproducten zo gedegenereerd zijn dat ze in deze eeuw de mensen niet meer tot voedsel kunnen dienen.''

De mensheid stond volgens Steiner machteloos tegenover dit zelf in gang gezette proces. Maar redding was mogelijk: door gebruik te maken van de nog onbekende magnetische krachten die aanwezig waren in de planeten en de kosmos, kon het tij worden gekeerd en het bestaan van de mens op aarde worden voortgezet.

Die kosmische krachten hielden plant en dier gezond. Als planten ziek zijn, betekent dat bij Steiner niet alleen dat er een virus of schimmel of iets dergelijks actief is, maar vooral dat de omgeving op de een of andere manier in disharmonie is geraakt. De website van de Vereniging voor Biologisch Dynamische landbouw ziet het zo: ,,Een plant kan niet echt 'ziek' worden. Het is de 'zieke' omgeving die door de symptomen (meeldauw, roest, bont) zichtbaar wordt. Door waarneming aan de plant kunnen we aflezen of en hoe de omgeving genezen moet worden.'' Een mooie theorie die in de praktijk zo zijn beperkingen heeft. Zo staat de biologisch-dynamische landbouw, alle streven naar harmonie ten spijt, volstrekt machteloos tegenover de beruchte aardappelziekte (fytoftora). De oogstopbrengsten schommelen daardoor hevig en complete misoogsten in de aardappelteelt zijn niet ondenkbaar.

Steiner genoot zeker in Duitsland in het Interbellum een zekere populariteit. In de jaren dertig zijn in dat land proeven genomen om de uitwerking van biologisch-dynamisch verbouwd voedsel op kinderen uit te testen en werden tientallen landbouwbedrijven gesticht op basis van de vele praktisch bedoelde en antroposofisch gelegitimeerde adviezen die hij in 1924 had gegeven. De resultaten vielen echter nogal tegen. Het werd rond 1940 duidelijk dat de oogsten op de biologisch-dynamische bedrijven zo'n 20 tot 25 % lager waren dan bij gewone boerenbedrijven. Het geringe succes van Steiners landbouwmethode leidde ertoe dat de biologischdynamische landbouw verkommerde. Het was evident dat kunstmest niet die fatale uitwerking had op de oogsten als Steiner had voorspeld. Integendeel, dankzij kunstmest liepen de oogsten juist tot ongekende hoogten op.

Populair werd de biologisch-dynamische landbouw pas echt in de jaren zestig, nadat Rachel Carson de alarmklok had geluid over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in haar boek 'Silent Spring' uit 1962. Steiners afkeer van de toepassing van wetenschappelijke methoden in de landbouw sloot naadloos aan bij de afschuw onder natuurliefhebbers tegen de moderne chemie, die de grote boosdoener werd in het milieudebat. Maar het is de vraag of de antroposofie met haar hocus-pocus-landbouw in dat debat eigenlijk iets te zoeken heeft. Steiners methode is immers niet populair geworden omdat zij antroposofisch, maar omdat zij milieuvriendelijk was. Echter, ook zónder zijn mistige ideeën over preparaten en magnetische krachten is milieuvriendelijke landbouw mogelijk. Bij de volgelingen van Steiner is daarom, althans in Nederland, sprake van een sluipende legitimiteitscrisis.

De voornaamste achtergrond is dat de biologisch-dynamische boeren bemerken dat de strenge eisen die het keurmerk Demeter en de ideologie van Steiner stellen uiteindelijk de bedrijfseconomische ontwikkeling frustreren. In de praktijk is het doorsnee BD-bedrijf helemaal niet zo zuiver in de leer: ,,Vroeg of laat dreigt het imago van een gemengd bedrijf met zelfgeproduceerde mest uit potstallen met koeien met horens te worden doorgeprikt omdat het meerendeel van de BD-bedrijven in de praktijk hier niet aan voldoet,'' zegt een kritusch rapport uit Wageningen uit 1999. Het geringe inkomen speelt de biologisch-dynamische boeren bovendien parten. De BD-landbouw is geen vetpot. Hoge grond- en pachtprijzen fnuiken de levensstandaard en omdat bij de geringe verdiensten en de hoge pachten geen geld voorhanden is voor het inhuren van dure arbeidskrachten, wordt de bedrijfsvoering een zeer lastige taak.

Vrijwilligers of bezoekers van spirituele instituten die bij wijze van therapie (maar in feite als goedkope arbeidskrachten) het land gaan bewerken, moeten dan het gebrek aan geld opvangen. De in de landbouw gangbare uitweg uit de geringe inkomsten, specialisatie, mag niet volgens de leer, want het gemengde bedrijf is het streven. Het (commerciële) bloed kruipt echter waar het niet gaan man. Zo is er bij de biodynamische boeren verzet tegen bijvoorbeeld een verbod op melkrobots. Tamelijk ingewikkelde constructies worden als uitweg ontwikkeld om uit de houdgreep van de antroposofie te geraken waarbij 'de boer' wel maar 'de boerderij' niet specialiseert. Boeren gebruiken bijvoorbeeld elkaars grond. Boer A legt zich toe op de teelt van fruit en gebruikt daarvoor een deel van zijn eigen land en een stuk grond van boer B. Boer B, die zich wil toeleggen op bijvoorbeeld veeteelt gebruikt daartoe omgekeerd een deel van de grond van boer A. Dat moge praktisch zijn, maar is strijdig met het uitgangspunt van Steiner.

Harmonie met de kosmos en op het bedrijf is mooi, maar uiteindelijk gaat het er toch om dat de boer een redelijk inkomen verdient zonder zijn dieren te mishandelen of de natuur naar de filistijnen te helpen. Daarbij kan Steiner zo langzamerhand bij vele alternatieve boeren best gemistworden. De hocus-pocus-landbouw van de antroposofie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden