De hitte als vriend in de marathon

Wie zich in de vochtige warmte van Barcelona even te veel inspant, voelt het zweet langs het lichaam stromen. Het vergt een tegennatuurlijk kunstje om onder die omstandigheden het maximale uit de marathon te halen.

De atleet moet bewust langzamer lopen dan hij kan, omdat hij in de hitte uiteindelijk tot wel 10 minuten op zijn persoonlijke record zal moeten toegeven. „Dat is heel moeilijk”, aldus de Nederlandse bondscoach Gerard van Lent. „De motoriek van het lichaam is snelheidsspecifiek. Loop je bewust trager, dan krijgt je het idee dat dit niet kan, dat het veel te langzaam gaat.”

Andersom, zo doceert hij, gaat dat ook op. Wie op grote hoogte traint, wordt door zuurstofschaarste gedwongen langzamer te lopen. „Doe je dat te lang, dan wen je daaraan en kan je op zeeniveau een snelle marathon coördinatief niet goed aan.”

Rens Dekkers, tijdens de EK op papier de zwakste van de vijf Nederlandse deelnemers, wist zich het beste te beheersen. De beloning was de hoogste klassering (13), waar hij op een positie bij de beste veertig had gehoopt. Hij beaamt de theorie van de bondscoach.

„Je loopt bewust langzaam, waardoor je een grote groep moet laten gaan en op jezelf bent aangewezen. Dat is mentaal heel moeilijk. Maar na 30 kilometer merkte ik dat een enorm slagveld was aangericht, ik begon zelfs grote mannen te pakken.”

Van Lent pakt er door hemzelf geproduceerde grafieken bij van de vrouwenmarathon van zaterdag. Volgens zijn analyse gaven de deelneemsters zes tot acht minuten toe op hun beste tijden. Het rapport was bedoeld als laatste wijze raad voor zijn lopers: blaas jezelf niet op met een te hoog tempo.

Dat die boodschap niet bij iedereen goed was aangekomen, ligt aan de mate van zelfbeheersing. Patrick Stitzinger en Koen Raymaekers gingen het meest voortvarend van start, maar vielen in het tweede deel van de race behoorlijk terug. Maar ook zonder die inzinkingen was het doel niet gehaald, prolongatie van het brons in het officieuze landenklassement.

Toch was het opmerkelijk dat in de hitte slechts Spanje, Rusland en Italië voorrang moest worden verleend. De Nederlandse marathon herbergt al jaren nauwelijks kwaliteit, in Barcelona kwamen modale lopers aan de start.

Toch blijft atletiekunie onder aanvoering van oud Europees kampioen Gerard Nijboer met de moed der wanhoop ‘nieuwe helden’ in de wegatletiek zoeken. Voor de landenmedaille zonder status, werd geïnvesteerd in een wetenschappelijk gedragen programma op Papendal en een twaalfdaags voorbereidingskamp nabij Barcelona met de vijf lopers en een even grote begeleidingsteam.

Met een aanstekelijk enthousiasme begeleidde bondscoach Gerard van Lent het tot in de puntjes uitgedachte programma met als motto ‘de hitte van vijand tot vriend maken’. Toch ziet ook hij liever aparte EK en WK marathons in voor- of najaar. Te vaak zijn marathons in de zomer in landen als Spanje, Italië, Griekenland of Japan in onverantwoorde veldslagen ontaard.

Niet zelden gaat dat ten koste van carrières van grote talenten. Of de sterren mijden de toernooien of stappen uit bij de zware omstandigheden. De bescheiden Dekkers weet hoe verstandig dat is. Na 15 kilometer hield hij de oververhitte editie van 2007 van de Rotterdam Marathon voor gezien. Een week later was hij de snelste Nederlander in Enschede. „Dat was ook een ervaring waarvan ik heb geleerd.”

In Barcelona werd de lopers enigszins tegemoetgekomen. De klim naar het stadion op de berg Montjuïc, die tijdens de Spelen van 92 zoveel slachtoffers eiste, was geschrapt. Maar dan nog. „Eigenlijk is dit zo niet te doen”, aldus Van Lent. „Het moet wel normaal lopen blijven. Nu dwing je mensen om zich totaal anders dan normaal voor te bereiden.”

Nederland maakt er een wetenschappelijk project van. In de klimaatkamer van Papendal werd hitte en vochtigheid nagebootst. Op de loopband werden testen en metingen gedaan en op basis daarvan per atleet een drinkstrategie bepaald waarbij tijdens de race een liter of drie voedzaam vocht moet worden verstouwd.

Twee persoonlijke trainers, een voedingsdeskundige, fysiotherapeut en een inspanningsfysioloog moesten de risico's zoveel mogelijk uitsluiten. De olympische koelvesten waren door de wielrenners gereserveerd, koeldekens waren het alternatief. Ter plekke werd een ijsmachine aangeschaft, waarna Van Lent tot zijn spijt ontdekte dat de organisatie gisteren voor iedereen bakken vol ijs had klaarstaan.

Toch draaiden de benen van Raymaekers vast op de combinatie van warm weer en vals plat. Stitzinger kreeg kramp, liet de spieren een paar keer rekken en weigerde uit te stappen. En de voorzichtig begonnen Van den Broek had het zelfverwijt zich halverwege niet voldoende te hebben beheerst. „Maar het spelen met de hitte is toch behoorlijk goed gegaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden