De hevige kleuren en vormen van vroeg Duits expressionisme

De Duitse kunstenaars van de beweging Die Brücke maakten een eeuw geleden in korte tijd een grote hoeveelheid meesterwerken. De felle roden, gelen en groenen spatten van het doek af. En het zwart is de diepste nachtkleur die je kunt bedenken.

Tussen 1905 en 1913, slechts acht jaar lang, heeft een groep van aanvankelijk vier Duitse schilders zich onder de naam Die Brücke verenigd. In die korte periode hebben ze zo’n grote hoeveelheid werk gemaakt – dat bovendien onderling heel sterk op elkaar leek – dat er makkelijk een museum mee was te vullen.

Dat gebeurde dan ook. In 1967, toen Ernst Ludwig Kirchner als een van de vier grondleggers van de beweging al dertig jaar dood was, opende het Brücke-Museum zijn deuren in Berlijn-Grünewald, een groene buitenwijk in het zuidwesten van de metropool. De goede betrekkingen die het Groninger Museum met de Duitse musea onderhoudt, leidt er nu toe dat het Brücke-Museum aan de hand van 150 werken uit eigen bezit een indruk van de ontwikkelingen binnen het vroege Duitse expressionisme kan geven.

Omdat het Brücke-Museum met name sterk in het werk van Karl Schmidt-Rottluff en Erich Heckel zit – de eerste schonk tachtig werken uit zijn atelier, de tweede doneerde maar liefst duizend werken – ontstaat bij het zien van de presentatie in Groningen al snel de indruk dat zij ook de twee belangrijkste vertegenwoordigers van de beweging waren.

Maar wil je bijvoorbeeld Kirchner goed in beeld krijgen, dan zou een bezoek aan het naar hem genoemde museum in het Zwitserse Davos voorrang moeten krijgen. Terwijl Emil Nolde natuurlijk het best vertegenwoordigd is in zijn eigen ateliermuseum in het Noord-Duitse Seebüll.

Ook de invloed die Die Brücke op haar tijdgenoten had, komt in Berlijn niet aan de orde. In Groningen is dat geen probleem. Het museum bezit zelf een heus Ploeg-paviljoen waar Dijkstra, Altink, Werkman en Wiegers – die met Kirchner in 1921 in Davos in contact was gekomen – aan bod komen. De Ploeg ontstond in 1918, toen Die Brücke als beweging was opgeheven, maar haar leden schilderden driftig door.

Behalve dat De Ploeg zich door Die Brücke liet inspireren, deelden de leden over en weer hun waardering voor Vincent van Gogh. Die was al in 1890 overleden, maar bleef tien jaar lang niet fühig voor het grote publiek. Het duurde tot enkele jaren na de eeuwwisseling dat zijn werk onder de aandacht van het Europese publiek zou komen. De Duitse schilders raakten onder de indruk van het Hollandse schildersgenie. Niet alleen de Brücke-leden, ook een verwante groepering als Der Blaue Reiter (Kandinsky, Marc, Macke, Von Jawlensky) keek nieuwsgierig naar Van Goghs vorm- en kleurdeformatie.

Verheviging van vorm en kleur is ook bij de Brücke-leden een belangrijk streven geweest. De felle roden, gelen en groenen spatten nog steeds van het doek af. Het blauw is nog altijd nachtblauw en het zwart de diepste nachtkleur die je kunt bedenken.

Fijne penselen bestonden voor deze schilders niet. Hun kwasten en borstels waren grof en ruig. Ze hoefde zich ook niet in details te verliezen. Het grote, moderne schildersgebaar dat zo heftig omstreeks 1978-’79 bij Baselitz, Lüpertz en Kiefer herleefde, is toen geboren. Zonder oog voor detail, maar met aandacht voor de werkelijkheid, ligt de weg open naar een suggestieve open ruimte waarin de spaarzaam aangebrachte onderwerpen plotseling alle aandacht trekken.

Met diezelfde grove borstels werden alle vlakken vrijwel egaal ingekleurd. Dat had een stilerend effect. Ook weer onder invloed van Van Gogh werden diezelfde kleurvlakken afgekaderd met een donkere lijn die aan het geheel een tekenachtige uitstraling geeft. Vooral Kirchner was een meester in deze mengvorm van tekenen en schilderen.

Kirchners werk heeft veel uitstraling naar Erich Heckel en Karl Schmidt-Rottluff gehad. Deze onderlinge navolging is typerend voor de korte periode waarin de leden van Die Brücke elkaar ontmoetten. Dat wil zeggen, totdat de groep uiteenviel en sommigen in Berlijn meer uiting gingen geven aan het grotestadsleven.

Dat was een wezenlijk kenmerk van de beweging: ze had weinig op met de moderne tijd met haar vluchtige contacten en het gebrek aan diepgang in het tonen van emoties. De Brücke-leden stelden zich antiburgerlijk op, maar zagen ook weinig heil in een overgeciviliseerde samenleving. Pechstein en Heckel, en eigenlijk ook Schmidt-Rottluff, hadden een sterke hang naar een paradijselijke levensstijl. Onbevangen naakt, niet zelden gesitueerd in een natuurlijke omgeving (oerwoud of Oostzeekust), had nooit een erotische uitstraling, maar wilde wel de puurheid van het menselijke bestaan etaleren. Natuurverbondenheid staat bij elk lid van Die Brücke centraal. Dat is niet zo vreemd, want de jugendstil die de periode 1880 tot en met de Eerste Wereldoorlog overlapt, ging ook uit van een zorgvuldige, door de natuur georkestreerde vormgeving

Wie met zo’n sterke lijnvoering werkt, wil zich graag in grafiek uitdrukken. De houtsnede werd door de expressionisten opnieuw uitgevonden. Misschien meer nog dan het schilderen met olieverf zie je aan deze houtsnedes duidelijk de hand van de maker af. Een lijn in hout moet er direct staan. Fouten kunnen, anders dan in verf, niet gemaskeerd worden. Tegelijk moet de voorstelling optimaal geïntensiveerd worden. Het ging de expressionisten tenslotte om een gevoelsvolle benadering. Voor nuances waarin de schilder zich kon verliezen, heeft de houtsnede geen plaats.

Toch stonden verscheidene schilders in dat eerste decennium van het bestaan van Die Brücke nog met één been in de 19de eeuwse vernieuwingsbewegingen. Fritz Bleyl (1880-1966), niet het bekendste lid van de groep maar wel één die prachtig expressief werk heeft gemaakt, gebruikte de houtsnedetechniek voor voorstellingen die nog alle kwaliteiten van de jugendstil hadden.

Bleyl komt er op de tentoonstelling bekaaid van af. Dat komt doordat hij van huis uit architect was en op de tweede plaats schilder. Maar zijn contacten met Kirchner, Heckel en Schmidt-Rottluff waren er niet minder om. Bovendien wordt hij terecht beschouwd als medeoprichter van de beweging. Als geen ander zou het Gronings museum hem met een monografische presentatie kunnen eren. Het Brücke-Museum in Berlijn-Grünewald heeft een mooi overzicht van Bleyl in huis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden