De herontdekte Van Limburgs

Nooit eerder gezien,nooit meer te zien.Met die leuze prijstMuseum het Valkhofin Nijmegen de overzichtstentoonstellingvan de gebroeders VanLimburg aan. Zij gavende Middeleeuwen eengezicht, maar de drieschilders zelf zijnsindsdien vergeten.

Leo van Essen

Clemens Verhoeven lacht besmuikt. In de aanloop naar de feestelijke opening van de expositie door koningin Beatrix, gistermiddag, is hij afgeschilderd als de ontdekker van de gebroeders Van Limburg. Alsof al die specialisten in Parijs, Rome, New York en Luzern niet bestaan. Met een persoonlijke anekdote benadrukt hij zijn bescheiden bijdrage in de herwaardering van deze drie middeleeuwse schilders.

,,Begin jaren zeventig ontmoette ik in Salamanca een Amerikaans meisje dat met een beurs naar Spanje was gekomen om kunstgeschiedenis te studeren. We raakten verliefd en trouwden. Op mijn eerstvolgende verjaardag kreeg ik van haar een facsimile-uitgave van ’Les Très Riches Heures’, omdat zij wist dat de makers uit mijn geboortestreek kwamen. Ik was toen nog helemaal niet geïnteresseerd, maar daarmee is het in feite begonnen.”

Wat is een getijdenboek?

Een getijdenboek bevat een kalender en gebeden, verluchtigd met illustraties die de geloofsbeleving moesten verhogen. De miniaturen horen bij religieuze feesten en heiligendagen. Ze werden gemaakt door beroepskunstenaars. Vanwege het kostbare materiaal –zoals opgelegd goud– en de tijd die de makers nodig hadden, kon alleen de adel zich zo’n boek veroorloven. In zo’n statussymbool mocht slechts een enkeling bladeren.

Later begon Verhoeven zich erover te verbazen hoe weinig er in Nederland en zelfs in hun geboortestad Nijmegen bekend was over de gebroeders Van Limburg. Wat Vermeer is voor Delft en Frans Hals voor Haarlem, zouden de Van Limburgs immers voor de Waalstad kunnen zijn.

,,Het waren geboren schilders, uit een waar kunstenaarsgeslacht. Door hun oom Jan Maelwael, die in dienst was van de Bourgondische hertog Philips de Stoute, werden ze rond 1400 naar Parijs gehaald.” Daardoor worden ze echter meestal voor Franse meesters versleten.

„Pas begin jaren vijftig is door de stadsarchivaris van Kleef in Duitsland de relatie gelegd tussen Nijmegen en de gebroeders. Als ze Van Nijmegen hadden geheten, waren ze vast niet zo in vergetelheid geraakt.”

Zo worden de gebroeders Van Limburg in elk basisboek kunstgeschiedenis als enkele van de beste schilders uit de Middeleeuwen genoemd, maar blijft hun Nederlandse afkomst meestal onvermeld. Als er al wordt getwijfeld aan het etiket ’Franse meesters’, dan houden zelfs beroemde conservatoren en kunstcritici het op Vlamingen of Duitsers.

Sinds de kunst van de Nijmeegse broers in de 19de eeuw werd opgeduikeld uit het bezit van enkele adellijke Franse en Italiaanse families, is deze niet benoemd naar de makers, maar naar hun opdrachtgever en beschermheer, de Franse hertog Jean de Berry. Zo zijn voor iedereen die kunstgeschiedenis of middeleeuwse letterkunde heeft gestudeerd ’Les Très Riches Heures du Duc de Berry’ en ’Les Belles Heures du Duc de Berry’ een begrip. De plaatjes uit de getijdenboeken zijn alom bekend, omdat ze veelvuldig worden afgebeeld. Maar de bronvermelding ontbreekt meestal.

,,Overal zie je visuele citaten. Het laatste boek van de Italiaanse schrijver Umberto Eco (’De mysterieuze vlam van koningin Loana’, red.) staat er bol van”, aldus Verhoeven.

,,Toen het Amerikaanse tijdschrift Life in 1948 voor het eerst kleurenfoto’s op de binnenpagina’s afdrukte, begon het met de kalender uit Les Très Riches Heures”, zegt Verhoeven. ,,Dat werd een ongelooflijk succes. In alle garages en boerenschuren in Amerika hing die kalender. Dat was zelfs twintig jaar later nog zo. In Amerika zijn de gebroeders enorm populair, vandaar dat mijn vrouw me juist dat boek gaf.”

Verdrietig om haar overlijden, bladerde Verhoeven begin jaren negentig vaker en vaker door dit boek. De publicist met een voorliefde voor historie begon materiaal te verzamelen over de gebroeders Van Limburg en schreef enkele artikelen voor onder meer dagblad De Gelderlander. Daarin wees hij op het rijke culturele klimaat in het middeleeuwse hertogdom Gelre, dat de gebroeders Van Limburg destijds heeft geïnspireerd.

Verhoeven kwam in contact met andere liefhebbers. Twee jaar geleden richtte hij met vier geestverwanten de Stichting Gebroeders Van Limburg op, met als doel de bekendheid van deze middeleeuwse schilders te vergroten. Toen de stichting bij museum het Valkhof aanklopte met het plan voor een overzichtstentoonstelling, viel conservator oude kunst Pieter Roelofs bijna van zijn stoel. ,,Een ridicuul plan”, zegt hij nu, nog steeds verbaasd dat het toch gelukt is. Gisteren leidde Roelofs met gepaste trots de koningin rond door de tentoonstelling. Deze met Rob Dückers samengestelde expositie noemt hij een kunsthistorische droom.

Bijna honderd voorwerpen kreeg het museum in bruikleen. Daaronder zijn de handschriften van ’La Bible Moralisée’ –het jeugdwerk van de gebroeders, gemaakt in opdracht van Philips de Stoute en onvoltooid gebleven door diens dood in 1404 – en ’Les Petites Heures du Duc’ de Berry, die allebei worden bewaard in de Franse nationale bibliotheek te Parijs. Ook het Valerius Maximus-manuscript uit de bibliotheek van het Vaticaan is nu in bruikleen te zien in Nijmegen.

Dat de expositie kon slagen, komt uiteindelijk doordat ook zeventien miniaturen uit ’Les Belles Heures’ in bruikleen konden worden gekregen. Vanwege restauratie is het boek waarin deze zijn opgenomen, en dat in bezit is van het Metropolitan Museum of Art in New York, tijdelijk uit elkaar gehaald. Daardoor was het, voor het eerst en voor het laatst, nu mogelijk enkele losse bladzijden de oceaan over te vliegen en hier tentoon te stellen. De tien dubbele bladzijden zijn in klimaatkoffers en, om het risico te spreiden, in twee aparte vluchten van New York naar Nederland gevlogen.

Van het meesterwerk ’Les Très Riches Heures’ is daarentegen geen origineel te zien, omdat dit allerberoemdste getijdenboek het Musée Condé in het Franse Chantilly niet mag verlaten.

Maar een gedrukte kopie biedt bezoekers de mogelijkheid toch in het boek te bladeren zoals de Franse adel dat in de 15de eeuw moet hebben gedaan. Bovendien is van de kalenderbladen februari en april een virtuele animatie gemaakt. Ook hebben twaalf koppels van een beeldend kunstenaar en een dichter de twaalf maanden van ’Les Très Riches Heures’ in een modern jasje gestoken; hun werk is in de kelder van het Valkhof te zien.

De gebroeders Van Limburg, Nijmeegse meesters aan het Franse hof, 1400-1416. Van 30 augustus tot 20 november in Museum het Valkhof, Nijmegen. Meer info: www.museumhetvalkhof.nl en www.gebroedersvanlimburg.nl

Van Clemens Verhoeven verschijnt binnenkort een boek over de gebroeders Van Limburg.

Het schildersgeslacht Van Limburg

Paul, Herman en Johan van Limburg worden eind 14de eeuw geboren in Nijmegen, de rijke hoofdstad van het hertogdom Gelre. Vader Arnold snijdt religieuze houten beelden; van moederskant zit de drie de schilderkunst in het bloed. Grootvader Willem Maelwael (’hij die goed schildert’) runt met zijn broer een atelier waar hij heraldische tekens aanbrengt op schilden, wimpels en banieren. Oom Jan is zo getalenteerd dat hij de aandacht trekt van Isabella van Beieren, echtgenote van de Franse koning Karel VI, die hem in 1396 naar Parijs haalt. Daar treedt Jean Maelouel in dienst van Philips de Stoute, hertog van Bourgondië. Rond 1400 laat hij zijn drie jonge neven overkomen. Aanvankelijk werken ze voor Philips, na diens dood in 1404 neemt zijn broer Jean, hertog van Berry en kunstverzamelaar, hen onder zijn hoede. Voor hem maken ze in Frankrijk hun meesterwerken, maar ze reizen nog vaak naar Nijmegen. De broers en de hertog overlijden allen in 1416, vermoedelijk aan de pest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden