’De heroïek, die is voorbij’

Het is al maanden geleden dat we afspraken voor de vijfde keer naar Orio, Baskenland, te gaan. We ontmoetten daar de Baskisch-Vlaamse familie Michelena. Tijdens de Tour keken we met z’n allen etappe na etappe in hun krap bemeten caravan.

Twee maanden terug stelde vader Imanol voor samen naar de Koninginnerit van de Tour te gaan. ’De 24e juli is een rustdag, maar niet voor ons, want dan gaan wij zelf de Aubisque beklimmen. De etappe doen we dan nog even dunnetjes over, kijken we hoe hoog we komen om de renners te zien’.

Wanneer we het parkeerterrein van ons hotel in Pau opdraaien zien we bij het belendende hotel Mercure de luxe oranje touringcar van de Raboploeg staan. Boogerd, Dekker, Weenink en De Groot komen net terug van een trainingsrondje.

De Aubisque is met recht een berg haute categorie, met een traject van zestien kilometer met op het eerste stuk een stijging van 4-5 procent, verderop niet onder de acht. De top, 1609 meter, is in nevelen gehuld. Het is er onherbergzaam, koud. Terug in het dal besluit ik collega Nico te bellen. ’Oh, had je het nog niet gehoord, Vino is gepakt, de hele Astanaploeg is naar huis’. Wanneer we de dag daarop weer omhoog fietsen staat in verse graffiti op het wegdek ’Vino sucks’. We hebben de neiging er een fors uitroepteken naast te kalken.

Precies op 5 kilometer van de aankomst staat het busje van de neef van Imanol met tv op batterij. Wij bevinden ons in het kamp van de Basken, even verderop staan doldwaze Aussies met plastic kangoeroes voor Cadel Evans, schuin tegenover een stuk of vijf Spanjaarden die via de megafoon de hele dag ’Contador, Contador, Contador’ brullen.

Dat Rasmussen de rit wint vinden de Nederlanders langs de kant ’oké’, hij rijdt tenslotte voor ’onze’ Raboploeg. In levende lijve is hij een soort wandelend skelet. Ingevallen wangen, om nog wat indruk te maken laat hij op z’n hele hoofd stoppels staan. Maar wat een prachtige wielerdag, het bloedstollend gevecht om de overwinning met Contador en Leipheimer.

Na uren in de file kunnen we nog net, om half elf, in hotel Mercure eten bestellen. Kleine domper is het bericht dat Moreni betrapt is en de hele ploeg Cofidis naar huis is. Kwart over elf ontvang ik gelijktijdig twee sms’jes: ’Rasmussen uit de Tour!’ en ’Rabo heeft Rasmussen uit de Tour gehaald’.

We happen naar adem. Een minuut of twintig geleden liep-ie ons nog voorbij in de lobby. Met piepende remmen arriveren van alle kanten cameraploegen. Fotografen verdringen zich. Omdat ze Nederlands horen, word ik door Radio 1 en BNR om commentaar gevraagd. Dan komt de gendarmerie binnen en stelt zich op naast Rabo-woordvoerder Jacob Bergsma. Tot na enen dolen Weenink, De Groot en Niermann bij de Rabo-bus op de parkeerplaats. Zullen ze morgen doorrijden?

De volgende ochtend kondigt de Franse organisatie onverdroten de ene na de andere renner aan die zijn handtekening op het podium komt zetten. ’En nu dames en heren, de Franse kampioen, in de tricolore onze Christoph Moreau’!

Er lopen oude coryfeeën rond als Bernard Thevenet, Raymond Poulidor. En Richard Virenque, zeven keer winnaar van het bergklassement en minimaal drie keer betrapt op doping staat doodgemoedereerd commentaar voor Eurosport te geven. Ik geef het toe, ik was fan van Jan Jansen, van Rini Wagtmans, van Hennie Kuiper, van Steven Rooks en vele anderen. Ik heb gejuicht voor Floyd Landis, voor Basso, voor Ullrich, voor Riis en een klein beetje voor Rasmussen. Maar nu lijkt de wielersport aan elkaar te hangen van leugens, list en bedrog. Ooit werd ik wielerfan om de heroïek, het drama, het afzien. Ik sta op het punt er helemaal van af te zien, althans voor een tijdje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden