Klein verslag

De herfst valt, wordt het een herfst van omvallende ziekenhuizen?

null Beeld Wim Boevink
Beeld Wim Boevink

Het is zover. Het is tijd. Het licht is bezig te verdwijnen. De dagen vergrijzen. De laatste warmte is naar zuidelijker regionen geduwd. De wingerd tegen de schuur, roodgloeiend nog een week geleden, is kaal. Herfstvakantie.

De treinen vullen zich met kinderen. In straten en op pleinen gaan mensen gehuld in donkere jassen. Met het licht verdwijnt ook de kleur. Om halzen liggen dassen, losjes nog.

De temperatuur is matig, maar de kou is op komst, je kunt hier en daar de woorden 'natte sneeuw' horen.

null Beeld Wim Boevink
Beeld Wim Boevink

We moeten ons langzaam aan verschansen. Vroeg het lamplicht ontsteken, de gordijnen sluiten. Elkaars gezelschap zoeken.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr. Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben, wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Rilke natuurlijk, het slot van zijn beroemde 'Herbsttag'. In de vertaling van Peter Verstegen:

Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer. Wie nu alleen is, zal het lang nog blijven, zal waken, lezen, lange brieven schrijven
en rusteloos de lanen op en neer gaan als de wind de blaren voort zal drijven.

De moerbei voor het raam van de werkkamer staat nog vol in het blad. De werkkamer die straks in hartje winter een kinderkamer zal zijn voor een klein meisje dat ik even op de arm mocht dragen en dat me stil aankeek met ogen die nog naar hun kleur zoeken.

De kopers van ons huis, de mensen die hier onderdak gaan vinden, zijn ons al vrijwel onmiddellijk vertrouwd, er ligt onder hun houding en blik op de wereld een toonsoort die zich gemakkelijk met de onze verweeft.

Er wacht een zachte overgang.
Wie nu geen huis heeft.
Er verscheen een staatje waarin stond dat van het totale koophuizenaanbod in Nederland nog maar tien procent bereikbaar was voor mensen met een modaal inkomen.

Je kon ze voor je zien, de mensen met hun beurzen, in te kleine huizen onder de grijze hemel, hun centen tellend onder de lamp, en nooit was het genoeg en altijd te weinig.

Op de Amsterdamse televisiezender verlaat een ouder echtpaar een grijs en grauw gebouw. Het gebouw is een ziekenhuis. De man is lang, zijn benen zijn bij de knieën een beetje naar elkaar toegeknikt. Hij draagt een volgeplakte shopper. Een verslaggever vraagt wat er gaande is.

Ze zijn overhaast de spullen komen halen van haar moeder, een 94-jarige met blaaskanker. Ze moet terug naar huis, het ziekenhuis is failliet, de voorgenomen operatie gaat niet door.

Je hoort de ontzetting in hun stem. Ze zijn zelf te oud om voor haar te zorgen.

Dreigt zo'n herfst? Een herfst van omvallende ziekenhuizen?

Wie nu geen huis heeft.
We moeten ons langzaam aan verschansen.
Dadelijk is het november, altijd november, altijd regen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.
Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Lees ook:

Bankroet ziekenhuizen is een ramp, vinden patiënten

De IJsselmeerziekenhuizen moeten gered worden, vinden patiënten en de gemeente Lelystad. Harderwijk is te ver voor de vergrijsde en chronisch zieke inwoners. Een eventuele reddingsactie zal het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis in ieder geval niet baten, daarvoor is het over en uit.

Ziekenhuizen die sluiten: is dat de vrucht van de marktwerking?

Dat een aantal grote ziekenhuizen in de Flevopolder en Amsterdam op omvallen staat, verbaast patiënten: is dit een uitwas van een pervers systeem?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden