De hemel is kwaadaardig als een bloedzuiger

Ongerepte kust op Sardinië. (Trouw)

In de ene roman is Sardinië sprookjesachtig, in de andere rauw en expressionistisch. Sardinische critici noemen zulke beelden weinig authentiek; maar Italiaanse en buitenlandse lezers vinden de verhalen aantrekkelijk.

Het verschijnsel is bekend: terwijl nationale identiteiten verwateren en hun authenticiteit beetje bij beetje verliezen aan de oprukkende globalisering, proberen streekculturen zich juist vaak scherper te onderscheiden en hun authenticiteit te onderstrepen. De verhalen van de Sardinische schrijvers Milena Agus (1974) en Salvatore Niffoi (1950) zijn geworteld in de cultuur van hun eiland en zijn, elk op eigen wijze, representaties van deze regionale identiteit.

Agus’ roman draait om Agnese, de sympathieke eigenaresse van een gastvrij hotel bij zee. Van alle omwonenden weigert zij als enige haar dierbare land te verkopen aan azende projectontwikkelaars die een lucratief vakantiedorp willen aanleggen. Ze is letterlijk vergroeid met het afgelegen hotel en de woeste natuur eromheen. De waarde van deze eigen plek is niet uit te drukken in geld en rijkdom.

In ’Terugkeer naar Baraule’ volgt Niffoi de gepensioneerde hartchirurg Carmine Pullana die in zijn laatste levensmaanden terugkeert naar zijn Sardinische geboortedorp om de waarheid over zijn afkomst te achterhalen: hij is namelijk als baby gevonden tussen de rotsblokken van de zeewering. Terwijl Agnese bang is haar plek en haar identiteit te verliezen, doet de stervende Carmine een wanhopige poging zo’n plek en zo’n identiteit vlak voor zijn dood alsnog te vinden en zich toe te eigenen.

Beide boeken refereren op eigen wijze aan herkenbare elementen uit de cultuur van de Italiaanse eilanden. Typerend is bijvoorbeeld de diepgewortelde angst voor verandering en de neiging vast te houden aan gewoonten en tradities. Deze angst zien we terug in de sympathieke Agnese die kost wat kost haar hotel wil behouden. Koppigheid heeft haar lokaal beroemd gemaakt: gidsen leiden cruisetoeristen naar het hotel en vertellen over haar onbegrijpelijke afwijzing van een rijk en onbezorgd leven.

Niffoi zoomt vooral in op het tijdloze, primitieve karakter van de Sardinische cultuur. Via vaak stokoude ooggetuigen van zijn bijzondere geboorte komt hoofdpersoon Carmine in aanraking met een archaïsch Sardinië waar de geschiedenis ongemerkt aan voorbij is getrokken. Carmine’s allereerste ontmoeting is met ’een oude vrouw die alle voorbijgangers groet door naar haar met rode klei besmeurde geslacht te grijpen’. Al Carmine’s informanten – herders, boeren, nonnen, vissers – zijn kleurrijke overblijfsels uit een magisch primitief verleden dat voortleeft in hen en in hun verhalen. Ook de beeldspraak van deze vertelling wordt er veelvuldig mee besmet: de hemel is donker en kwaadaardig ’als een bloedzuiger’, scheurt open ’als een vagina’, komt naar beneden ’als een plafond van zwart vilt’.

Enkele andere elementen die in beide boeken een rol spelen zijn voedsel, seks en magie. In Agus’ roman hebben ze allemaal een licht ironisch, soms sprookjesachtig karakter. De zorgzame Agnese is voortdurend in de weer om het anderen naar de zin te maken. Bakkend en kokend legt ze grote voorraden traditionele Sardinische lekkernijen aan. Zelfs vertrekkende gasten krijgen enorme hoeveelheden mee. Haar voedsel is zoet, vrouwelijk, en troostend.

Ook op seksueel gebied lijkt geven voor haar belangrijker dan nemen. De enkele onzichtbare minnaars die Agnese erop na houdt willen niet met haar in het openbaar gezien worden. In het hotel geniet ’de gewonde man’ van haar lichaam, maar liefde voelt ook hij voor een ander. Ook haar magie stelt Agnese vooral ten dienste van anderen. Zo probeert ze met getallen het geluk van haar gasten gunstig te beïnvloeden: voor elke situatie, voor elk plannetje heeft ze het juiste getal dat ze vermengt met de dagelijkse hotelroutine. De gasten eten nooit een willekeurig aantal raviolikussentjes en krijgen nooit toevallig drie dan wel vier stuks bestek...

In de vertelling van Niffoi zijn al deze elementen grimmiger en primitiever. Het voedsel is er armoedig, monotoon, en troosteloos. De seks heeft vooral een treurige, soms tragische bijsmaak. Carmine laat zich bijvoorbeeld verleiden door een oude palingverkoopster die hem verzekert, nadat ze haar kunstgebit in een kommetje water heeft gelegd: „Defe kuffen fonder tanden vergeet je nooit meer.” De magie die Carmine tegenkomt tijdens zijn zoektocht is doortrokken van bijgeloof en legendes die zich vooral concentreren op zijn duistere familiegeschiedenis en op die ene gitzwarte vlek, zijn vader. Was hij degene die hem uit de buik van zijn moeder sneed en hem in zee wierp? Zolang dit mysterie niet is opgelost neemt Carmine’s levensverhaal steeds tergend nieuwe wendingen.

Agus en Niffoi gebruiken de Sardinische cultuur op heel eigen wijze. Agus schrijft vanuit een anoniem en bescheiden leven en mijdt de publiciteit zoveel mogelijk. Niffoi is het extroverte en provocerende type, dat zijn visie ook buiten zijn verhalen luid verkondigt. Ín zijn verhalen deinst hij er niet voor terug het Italiaans te vermengen met vaak onbegrijpelijk Sardinisch dialect. Terwijl Agus een nostalgische, soms sprookjesachtige sfeer rond Sardinië creëert, zet Niffoi het eiland hyperbolisch, rauw en expressionistisch neer. Sardinische critici doen deze beelden soms af als te eendimensionaal, te weinig authentiek. Maar de lokale kritiek neemt niet weg dat Italiaanse en buitenlandse lezers deze verhalen doorgaans zeer aantrekkelijk vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden