Review

De helft van een president

De voormalige NAVO-opperbevelhebber, Wesley K. Clark, tegenwoordig Amerikaanse presidentskandidaat, maakt kans om in deze onheilsspellende tijden uit te groeien tot Democratische evenknie van Republikein Dwight D. Eisenhower (met zijn onverwoestbare 'I like Ike' Koude Oorlogspresident van 1953 tot 1961). Maar hij heeft wel het juiste maatje nodig, blijkt uit zijn 'Winning Modern Wars', een boek dat een wat ongemakkelijk midden houdt tussen een militair en een politiek pamflet.

Wesley Clark is een met onderscheidingen overladen oorlogsveteraan (Vietnam), de enige levende Amerikaanse viersterren-generaal die een oorlog won (Kosovo) én afkomstig (hij óók) uit Little Rock in Arkansas. Hij heeft het half in zich om in november te worden gekozen tot president van de Verenigde Staten, maar niet helemaal.

Zijn 'Winning Modern Wars' is een pikant pamflet over Irak, terrorisme en het Amerikaanse imperium. In de eerste honderd bladzijden loopt de gewezen generaal leeg over wat iedereen op de voet heeft kunnen volgen: Amerika versus Saddam Hoessein, een verhaal dat zich voortsleept van 1991 tot zomer 2003. Maar in de tweede helft over terrorisme en het Amerikaanse imperium komt hij goed op dreef.

Neem dit verhaal. Even na 11 september 2001 schiet een Pentagon-medewerker hem aan. ,,Sir, kent u al de laatste grap die hier de ronde doet? Als Saddam niet achter 9/11 zit, is dat jammer maar helaas. Hij kan er maar beter achter hebben gezeten, want we nemen 'm hoe dan ook te grazen.'' De medewerker gaat door: ,,We zijn nooit goed geweest in het aanpakken van terroristen, wel in het slopen van staten, en er bestaat een lijst van de staten die ze (minister Donald Rumsfeld van Defensie en onderminister Paul Wolfowitz - DS) willen uitschakelen.''

Nauwelijks vijf uur nadat American Airlines vlucht nummer 77 zich in het Pentagon boort, heeft Rumsfeld volgens een CBS-journalist - die zich baseert op aantekeningen van een aanwezige Pentagon-medewerker - zonder één aanwijzing voor betrokkenheid al opdracht gegeven ''snel de beste informatie te verzamelen, om te bezien of ook Saddam Hoessein kan worden aangepakt, niet alleen Osama bin Laden''. Rumsfeld zou eraan toe hebben gevoegd: ,,Haal alles uit de kast...veeg alles op een hoop, of het nu samenhangt met de aanslagen of niet.''

Clark vertelde anchorman Tim Russert van NBC's programma 'Meet The Press' afgelopen juni hoe de vork volgens hem aan de steel zat: ,,Er was sprake van een georkestreerde inspanning gedurende het najaar van 2001, meteen na 9/11, om de aanslagen en het terrorismeprobleem in de schoenen te schuiven van Saddam Hoessein. (...) Het kwam vanuit het Witte Huis, het kwam van mensen rond het Witte Huis, het kwam overal vandaan. Ik kreeg een telefoontje op 9/11. Ik was CNN-commentator en kreeg thuis een telefoontje met de mededeling: ,,Je moet zeggen dat er een verband bestaat. Dit is state-sponsored terrorisme. Dit moet in verband worden gebracht met Saddam Hoessein.'' Ik zei: ,,Dat wil ik best zeggen, maar wat is je bewijs? Nooit heb ik enig bewijs gezien.'' Het staat allemaal in zijn boek maar helaas blijft Clark ook nu de naam van zijn gesprekspartner schuldig.

Zijn scherpste kritiek bewaart Clark voor Dick Cheney. Op 26 augustus 2002 zette de vice-president Saddam Hoessein in een speech neer als een dodelijke vijand met chemische, biologische en - binnen afzienbare tijd - nucleaire wapens. Cheney: ,,Bewapend met een arsenaal van deze terreurwapens (let op de heel ongelijksoortige verzamelnaam, ook wel massavernietigingswapens - DS) en zittend bovenop tien procent van de mondiale oliereserves, zal hij - daar kan men vanuit gaan - dominantie van het hele Midden-Oosten nastreven, een groot deel van de globale energievoorraad willen controleren, Amerika's vrienden in de hele regio direct bedreigen, en de Verenigde Staten of willekeurig welke andere natie aan nucleaire chantage onderwerpen.''

De generaal demonteert de redenering van de regering Bush, waarvan Cheney's opmerkingen het sluitstuk vormden. Ze luidde als volgt: ,,Was bij de terroristische aanslagen op de Verenigde Staten gebruik gemaakt van massavernietigingswapens, dan zouden ze nog dodelijker zijn geweest; de Verenigde Staten hebben het recht om pre-emptief aanvallen uit te voeren op degenen die ons zouden kunnen bedreigen, terroristen dan wel schurkenstaten; en Saddam was door zijn streven naar kernwapens een dodelijke bedreiging geworden.'' De kernwapens vormden de sleutel in deze sluitrede, aldus Clark, want de nucleaire vooruitzichten rechtvaardigden pre-emptief ingrijpen.

Om de redenering af te maken, moesten volgens de generaal - niet voor niks afgestudeerd in Oxford in de Politieke Wetenschappen, Filosofie en Economie - drie dingen aannemelijk worden gemaakt: dat Saddam daadwerkelijk een nucleaire bedreiging vormde, dat alle alternatieven behalve geweld waren uitgeput en dat alle geweld beter gisteren dan vandaag kon worden aangewend.

Het zou volgens Clark echter volstrekt onlogisch zijn geweest wanneer Saddam de nog immer spoorloze massavernietigingswapens zou hebben geleverd aan Al-Kaida: ,,De reden was duidelijk; Saddam runde inderdaad een in essentie seculiere staat. Het was hoogst onwaarschijnlijk dat hij als controlfreak destructieve wapens zou geven aan een groep islamistische extremisten die hij helemaal niet onder controle had, en die hem en zijn staat als vijand beschouwden. Nooit is er hard bewijs geleverd voor de link Saddam en Al-Kaida.'' Waarom dan toch Irak? Volgens de generaal werd 9/11 met beide handen aangegrepen om een andere agenda te verwezenlijken. Die van het neoconservatieve 'Project For A New American Century', met daarin onder meer Rumsfeld en Wolfowitz. Het Midden-Oosten moest verbouwd, met militair geweld, om te beginnen in Irak.

Zijn we vandaag de dag veiliger dan op tien september 2001, vraagt Clark zich af. Hij vindt het een blunder dat de Verenigde Staten niet hebben doorgebouwd aan een sterke internationale coalitie tegen terrorisme, ondanks de wereldwijde steunbetuigingen na 9/11.

In Afghanistan én later in Irak heeft Amerika steken laten vallen. Het Taliban-regime is vakkundig weggebombardeerd, maar verzuimd is om Al-Kaida met wortel en tak uit te roeien. De inzet van driehonderd special forces en drieduizend soldaten was gewoonweg onvoldoende (daarom kon Osama waarschijnlijk door de te ruime mazen van het militaire net glippen). En het ontbinden van het leger in Irak - waardoor vierhonderdduizend gewapende jongemannen van de ene dag op de andere werkloos en woedend op straat stonden - zal volgens Clark de Amerikaanse geschiedenis van vredesoperaties ingaan als een van de meest contraproduktieve maatregelen.

De generaal is de eerste om toe te geven dat het front in Irak inmiddels volop deel uitmaakt van de oorlog tegen terrorisme. Dat is niet de oorzaak maar het gevolg van de Amerikaanse inval. Al met al is zijn oordeel vernietigend: ,,Het leek erop alsof we werden meegevoerd in een strategie die ons eerder tot de vijand zou maken - en iets bevorderde wat zou kunnen lijken op een clash of civilizations - en dat is geen goede strategie om de oorlog tegen terrorisme mee te winnen.''

Clarks' viersterrenstrategie voor zijn nieuwe Amerika is... oud-Europees. Inclusiviteit - gericht op het maken van vrienden - in plaats van een exclusiviteit die alleen maar meer vijanden oplevert, moet weer doel worden van het buitenlandbeleid. Ook moeten internationale instituties als de Verenigde Naties en de NAVO worden versterkt in plaats van verder verzwakt. Ook moeten de rol en het aandeel van het leger in Amerika's strategie worden teruggebracht tot proporties die passen bij een politiek waarin geweld alleen in het uiterste geval wordt toegepast.

Behalve ideeën over brute kracht, heeft de generaal ook een visie op zachte macht. Zo bepleit hij een verhoging van het Amerikaanse ontwikkelingsbudget en het instellen van een ministerie van Internationale Samenwerking, belast met politieke en economische ontwikkeling in het buitenland. Met bovenstaande relatietherapie wil de generaal het uitgebluste transatlantische huwelijk nieuw leven inblazen.

Generaal Wesley Clark is in peilingen als tweede goed voor 12 a 17 procent van de achterban, hij geniet impliciet de steun van Bill Clinton, die andere Oxford-student uit Little Rock. Aan de wat conservatieve kant, zuidelijk en gericht op de buitenlandse politiek, is Wesley Clark half geschikt voor het presidentschap. Daarom ligt het voor de hand op de tandem te stappen met een progressiever ogende kandidaat die voor de andere, binnenlandspolitieke helft geschikt is: 'vakbondsgouverneur' Howard Dean uit het noordelijke Vermont, als eerste goed voor een vijfde tot een kwart van Democraten en expliciet gesteund door Al Gore.

De vraag is vooralsnog: wie wordt genomineerd voor het (vice-) presidentsschap? Rollen Clark en Dean in juli niet samen uit de bus op de Nationale Democratische Conventie in Boston maar buitelen ze over elkaar heen, dan weet Republikein George Bush zich waarschijnlijk verzekerd van een tweede ambtstermijn. Tenzij in zo'n patstelling een beroep wordt gedaan op Hillary Clinton en zij alsnog besluit om als verkiezingsduiveltje uit het doosje te schieten (zelfs als virtuele kandidaat weet ze zich verzekerd van de steun van veertig procent van de Democraten). Om misschien wel de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten te worden. En de eerste met een écht presidentiele adviseur. Dan wordt Clark toch nog mooi vice-president.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden