De helft van de ouders kijkt online met hun kind mee

Een smartwatch, de gps-locatie, leerlingenvolgsysteem Magister... er zijn genoeg manieren voor ouders om mee te kijken met hun kroost. Beeld Brechtje Rood

Ouders bekijken graag wat hun kinderen op sociale media uitspoken. ‘Het gaat erom dat je afspraken maakt, risico’s bespreekt.’

De helft van de ouders controleert de telefoon van hun tiener. Ze houden in de gaten wat hun kind bespreekt via WhatsApp of bekijken wat het zegt op sociale media. Ze vrezen dat hun kind wordt gepest, wordt lastiggevallen of dat het mee gaat doen aan online-uitdagingen die gevaarlijk kunnen zijn (zoals een lepel kaneel eten voor de zogenoemde cinnamon challenge). Ouders van dochters zijn vaker bang dat hun kind iets vervelends ziet of overkomt dan ouders van zonen. Dat blijkt uit onderzoek van het Safer ­Internet Centre.

Ouders kunnen niet alleen meekijken in de gesprekken van hun kinderen, ze kunnen ook zien waar ze op elk moment van de dag zijn. Een op de vijf ouders volgt hun kind via de ­locatiefunctie op hun mobiele telefoon, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Iets meer dan een kwart heeft het nog nooit ­gedaan, maar zou het wel overwegen. 

Volgens Marjolijn Bonthuis van ­Safer Internet Centre Nederland, dat zich bezighoudt met veilig internetgebruik, laten de cijfers zien dat ­ouders ‘flinke stappen’ hebben gezet als het gaat om de online-opvoeding. “Ze weten in vergelijking met een paar jaar terug veel beter welke risico’s hun kinderen kunnen lopen”. 

Ze benadrukt dat ouders, wanneer ze meekijken of hun kinderen in de gaten houden, dat het beste in alle openheid kunnen doen. “Ik zou ­ouders nooit aanraden dat stiekem te doen. Vraag of je mee mag kijken, voer een gesprek over wat je ziet. Vraag je kind of het wel eens iets vervelends heeft meegemaakt.” Zelf heeft ze ook de nodige moeilijke gesprekken gevoerd. “Zat ik een weerbarstige puber uit te leggen waarom je het niet kan maken om bepaalde filmpjes of foto’s door te sturen.”

De online-opvoeding verschilt in die zin niet fundamenteel van de off­line-opvoeding. “Ik fiets niet meer met mijn kinderen mee naar school. Maar ik wil wel dat ze hun lamp laten maken als die kapot is, en als het glad is zeg ik dat ze voorzichtig moeten doen. Het gaat er om dat je afspraken maakt, dat je risico’s bespreekt. Je moet je kind begeleiden, en dan langzaam loslaten.”

Ik doe niet aan spioneren, maar ik kijk soms wel even mee

Judith de Kok (47) kijkt regelmatig even mee op de telefoons van haar zoons Maarten (13) en Joris (11). Beiden besteden veel tijd op hun telefoon. “Toen mijn oudste zoon een paar jaar geleden een mobiel kreeg heb ik gezegd dat ik af en toe controleer wat ze op hun toestel doen. Niet stiekem want dat vind ik niet prettig, ik ga ze niet bespioneren.”

Judith de Kok met jongste zoon Joris (11). Beeld x

Als ze de telefoons controleert kijkt ze vooral naar berichtjes in de groepsapps waar de jongens in zitten. “In de klas kun je pestgedrag wel opmerken maar online is dat veel moeilijker. Daarom wil ik weten of ze aardig zijn naar anderen.” Ze ontdekte nooit iets schokkends dus sinds kort controleert ze haar oudste zoon minder vaak.

“Sinds hij naar de middelbare school gaat eigenlijk. Ik heb het idee dat ze tot hun twaalfde niet zo goed weten wat de impact kan zijn van online-pesten. Omdat hij tot die leeftijd nooit mijn vertrouwen heeft geschonden controleer ik zijn telefoon bijna niet meer”, legt De Kok uit.

Wel kijkt ze af en toe over hun schouder mee. “Meestal kijken ze dan YouTube- filmpjes of spelen ze een spel met voetballers die steeds meer waard kunnen worden.” Volgens haar maakt het wel uit of je jongens of meisjes hebt. “Mijn jongens spelen toch vaak Fortnite op de Xbox terwijl meisjes zich eerder bezig houden met Instagram op hun telefoon. Ik kan me voorstellen dat je dan eerder de neiging hebt om te controleren wat voor types er op hun foto’s reageren of op wie ze willen lijken.”

Zelf vindt ze de schermtijd van haar zoons vooral een probleem. “Het lijkt soms wel of ze aan hun telefoons zijn vastgegroeid”, verzucht ze. Daarom gaan de telefoons weg als ze met z’n allen beneden zijn. “En als ze naar bed gaan moeten ze hun telefoon inleveren. Soms proberen ze die dan toch nog mee naar bed te smokkelen. “Dat deed ik vroeger ook, maar dan met een boek, dat is toch anders.”

Ik ben de ergste moeder op dit gebied

Marie-José van Laere kijkt ­elke avond op de telefoon van haar middelste van twaalf. “Ik vergelijk het graag met buitenspelen”, zegt ze. “Dan ga je in eerste instantie ook even mee. Hoe ouder ze worden, hoe meer je kinderen moet loslaten.” Van Laere en haar man hebben een eigen bedrijf en zij geeft onder meer trainingen aan jongeren over hoe om te gaan met smartphones en sociale media.

Marie José van Laere Beeld x

Wat betreft het telefoonregime vinden haar kinderen haar vreselijk, lacht ze. “De ergste moeder op dit gebied.” Ze legt uit: “De jongste mag een half uur per dag op de iPad, YouTube mag alleen op de televisie, want anders kan ik niet zien wat hij kijkt. Met de middelste is de afspraak dat ze om acht uur haar telefoon inlevert, als zij in bed ligt, kijken we altijd naar haar telefoon. Niet om haar verwijten te maken of straf te geven, maar wel om te weten wat er gebeurt en we het daar met haar over kunnen hebben.”

De telefoon van de oudste ­bekijken ze sinds het einde van de brugklas niet meer elke dag. “Dat is een kwestie van loslaten. Nu bekijken we zijn telefoon alleen als we daar aanleiding toe zien, als we een bepaalde situatie niet vertrouwen. Maar alleen met hem ­erbij. Laatst gebeurde dat nog, tijdens een gesprek over normen en waarden. Er waren toen twee dingen die wij echt niet mochten zien en dat respecteren we. Vroeger wisten mijn ouders ook niet altijd wat ik uitspookte.”

Wat ook erg belangrijk is in het gezin: de track&trace-­mogelijkheid van de mobiele telefoons. Daarmee kunnen de ouders altijd zien waar hun kinderen zijn. “Die moet altijd aan staan. Op het moment dat ik een van de kinderen niet kan bereiken, vind ik het fijn om te weten waar ze zijn.” Heeft een van de kinderen die functie wel eens uitgezet? “Ja hoor. Maar daar hebben we het dan over. Blijkbaar doe je dan iets wat niet mag. Uiteindelijk gaat het er niet om dat je kinderen straft of dat je ze verwijten maakt, maar dat je ze stuurt. Dat je ze de juiste normen en waarden meegeeft om leuke volwassenen te worden.”

Marie-José wil niet dat de namen van haar kinderen bekend worden.

Lees ook:

Hebben kinderen recht op wifi?

De mededeling van ouders dat de wifi de deur uitgaat, leidt tot enorme ruzie met de puberkinderen van 13 en 15 jaar. “We hebben er goed over nagedacht”, vertelt moeder. Maar kun je dit zomaar doen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden