De heldere beekjes in het land van Bommen Berend

Voor ons ligt een nat weiland met hoog opgaand gras (nooit geweten dat 'gras' zoveel kleuren en schakeringen heeft) en een pracht aan wilde bloemen. Het weiland wordt aan de ene kant begrensd door een eikenbos en aan de andere kant door het Deurzerdiep, dat even verder naar het noorden uitkomt in het Noord-Willemskanaal. Daarachter meandert het Loonerdiep, een beekje met het helderste en schoonste water dat je je maar kunt wensen.

Het loopt tegen de avond, de zon staat al laag en de wind is gaan liggen. In de verte kieuwt een buizerd en draait er zijn rondjes. Wulpen zetten hun hoge fluittoon in om die even later weg te laten rollen. De koekoek roept en krijgt, van heel ver, antwoord. Verder is het stil, terwijl we niet eens zo ver van Assen zijn. 'Poepenhemeltje' heet het hier en je zou er zo je tenten willen opslaan.

Je komt erlangs als je de Stroomdalroute in Noord-Drenthe fietst. Het is op het eind van de route en het station Assen ligt hemelsbreed ongeveer drie kilometer verder. Je moet bij de brug over het Deuzerdiep even de fiets wegzetten en het bordje 'Poepenhemeltje' volgen. Langs het Diep lopen en even later rechts over het vlonderpad het natte weiland in. Aan het eind ligt een aarden wal van tien bij tien meter in het vierkant, een kleine schans, van waaruit je dat prachtige uitzicht hebt.

Poepenhemeltje heet ook wel de 'Van Galenschans', naar vorst-bisschop Christoph Bernard van Galen van Münster, oftewel Bommen Berend, die in het 'rampjaar' 1672, samen met Engeland, Frankrijk en Keulen de Nederlanden aanviel. Nadat hij Coevorden had genomen, trok hij met zijn leger op naar Groningen, maar hield hier, bij Amelte, halt om zijn kamp op te slaan en de nacht door te brengen. Zijn mannen bouwden snel deze schans om de tent van de bisschop te beveiligen. De naam Poepenhemeltje komt van 'Poepen', een scheldnaam voor de Duitsers uit Westfalen. De schans is in 1985-1986 gerestaureerd. Overigens moest Bommem Berend, die in 1665 ook al de Verenigde Nederlanden was binnengevallen, het beleg van Groningen opgeven. Maar dat hij hier, bij het Drentse Amelte, zijn kamp opzette, is te begrijpen.

De stroomdalroute bestrijkt ruwweg het stroomgebied van de Drentse Aa, het Looner Diep, het Taarloose Diep en het Gastersche Diep. Beide laatse beken komen onder Oude Molen bij elkaar en gaan dan verder als de Drentse Aa door het leven, terwijl eerder al het Looner Diep (bij het dorp Taarlo) verandert in het Taarlose Diep en het Gastersche diep voor Gasteren het Rolder Diep heet. En dan slingeren er zich nog beekjes door het landschap met namen als de Eischenbroeksche Loop, Westerdiep en Zeegserloopje. Het gebied strekt zich uit tussen Assen en Groningen, beslaat ruwweg 30000 bunder, is lichtglooiend, kleinschalig, zeer afwisselend, en herbergt talloze brinkdorpen, essen, wat zandverstuivingen en vooral dan de zogenaamde made-landen, groene graslanden in de lagere beekdalen. En het landschap is ronduit schitterend.

De rivier- en beekdalen zijn zo breed dat het water van de riviertjes en beken vanaf het fietspad vaak niet te zien is, maar vanaf hoger gelegen punten zijn de kronkels ervan, door de verschillende kleurschakeringen, weer wel te zien. En hier en daar kruist het fietspad een riviertje of beek en dan is het aan te raden even de fiets opzij te zetten. Zoals bij het houten bruggetje over het Zeegserloopje, even ten noorden van Zeegse, kort nadat het fietspad een haakse bocht naar links maakt (daar waar het richtingbordje in de berm nauwelijks te zien is en je ten onrechte rechtdoor zou rijden). Daar bij dat bruggetje, is het Zeegserloopje zo'n twee meter breed, is het water kristalhelder, de bodem roodbruin, zijn de graslanden vergeven van de bloemen (ook orchideeën), is de stilte indrukwekkend en kun je zomaar ijsvogels zien wegschieten.

En wie wat wil verteren of prachtig beboomde brinken wil zien, gaat even Zuidlaren in (ongeveer op de helft van de route), want daar hebben ze er zeven en moet je tot de conclusie komen dat Berend Botje er ten onrechte uit weggetrokken is.

Ook Taarlo, op ruim driekwart van de route, is zo'n prachtig brinkdorp, gelegen tussen een hoge es en een laag beekdal. Taarloo heeft nog een heuse brinkdobbe, een 'vijver' op de brink waarvan het water kon worden gebruikt om branden te blussen. Zoals het hoort staat de brink van Taarlo vol met eiken. Het dorp ligt er verstild bij, er wordt hier weinig meer geboerd, zodat de boerderijen gelukkig niet van die strakke en enorme ijzerplaten schuren hebben, en ook niet van die torenhoge silo's. Oude rieten en pannen daken sieren de Saksische hoeves. Anderzijds moet het hier vroeger een stuk levendiger geweest zijn, toen de erven krioelden van meiden en knechten, van kinderen en katten, van koeien en kalveren, van paarden, varkens, kippen, eenden en ander hoenderspul.

Als we de route vervolgen en Taarloo uitrijden, het dal van het Taarloose Diep in, zijn in de verte de rollades van de wulpen bij het Balloërveld al te horen. Dit heideveld ligt ten zuiden van Taarlo, aan de andere kant van het Taarloose Diep. En als je geluk hebt kun je aan déze kant van het Diep in de broedtijd het 'mekkerende' geluid horen van baltsende watersnippen, als ze hun staartveren laten vibreren. Niet voor niets heten ze ook wel 'hemelgeiten'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden