De helden van Zuid

Bewonderenswaardig zijn ze, de leraren in Rotterdam-Zuid. De problemen in dit stadsdeel zijn groot en van scholen wordt veel verwacht bij het oplossen ervan. Maar, waarschuwt een schooldirecteur, de rek is er bijna uit, de staf raakt vermoeid.

Het had nog een jaar kunnen duren, of misschien twee of drie. Maar dat openbare scholengemeenschap Hugo de Groot geen lang leven meer beschoren zou zijn, dat was wel duidelijk. De beslissing om de deuren van de school voorgoed te sluiten, leek onafwendbaar.

De school - midden in Oud-Charlois, een achterstandsbuurt in Rotterdam-Zuid - had een slechte reputatie. En niet voor niets. De sfeer was beroerd, opstootjes en vechtpartijen waren schering en inslag. Het aantal leerlingen dat z'n diploma wist te halen, was schrikbarend klein: op de havo bijvoorbeeld lukte dat uiteindelijk nog geen 30 procent (tegen rond de 90 procent landelijk). Voor het nieuwe schooljaar hadden zich nauwelijks meer dan dertig eersteklassertjes aangemeld. En daar kan een school met een mavo-, havo- en vwo-afdeling niet op draaien.

Maar toen trad er een nieuwe directie aan, nu een kleine drie jaar geleden, en die stelde orde op zaken. Voorheen liet de school ook kinderen toe onder het vereiste niveau, in haar streven om ook hen een kans te bieden op minstens een mavodiploma. Daar stopten de nieuwkomers meteen mee. Het vernieuwende onderwijs in de lagere klassen, net twee jaar eerder ingevoerd, werd overboord gekieperd - ongeschikt voor onze leerlingen, oordeelde de directie. De 28 leraren die zich schrap zetten tegen de andere wind die er waaide, werden buiten de deur gezet, de eerste al binnen een week. En ook zestig leerlingen kregen de boodschap: wegwezen.

"Als iemand met een pistool rondloopt of een lerares die kanker heeft uitscheldt voor 'kankerhoer', dan aarzel ik niet", verklaart directeur Eric van 't Zelfde. "Zo iemand kan meteen vertrekken. Onze boodschap is: dit is een fijne school voor fijne leerlingen. Je leert alleen als je je veilig voelt. Dat hebben we inmiddels weten te bereiken: zodra je hier binnen bent, ben je veilig."

Dat werpt zijn vruchten af. De slagingspercentages liggen nu boven het landelijk gemiddelde. En voor het nieuwe schooljaar hebben zich al honderdvijftig kinderen aangemeld, vijf keer zoveel als drie jaar geleden. Van 't Zelfde laat een twitterbericht van een van die aanmelders zien. "Ik mag naar de Hugo de Groot!" meldt het meisje opgetogen. De directeur herhaalt het met een grijns van oor tot oor: "Ik mág naar de Hugo de Groot."

De krachttoer die de Hugo de Groot uithaalt, staat niet op zichzelf. Alle scholen in de zeven probleembuurten van Rotterdam-Zuid, van basisschool tot mbo, staan voor een enorme opgave. In die buurten stapelt de ellende zich op. Veel bewoners zijn laagopgeleid en arm en hebben geen werk. De woningen zijn er vaak verouderd en slecht onderhouden. De overlast door jongeren is er bovengemiddeld. De problemen op Zuid zijn zo groot dat het Rijk afgelopen najaar te hulp is geschoten met een nationaal programma dat voor een 'kwaliteitssprong' moet zorgen. En de plannenmakers weten: onderwijs is een van de belangrijkste pijlers van die kwaliteitstoename, al was het maar omdat Zuid enorm veel jongeren telt.

Maar er is een lange weg te gaan - dat blijkt alleen al uit een paar kale cijfers. Gemiddeld halen kinderen aan het eind van de basisschool een score van 535,4 op hun citotoets. In heel Rotterdam is dat 531,2, in de probleembuurten op Zuid is dat 527,8 (een score waarmee de mavo meestal nog te hoog gegrepen is). Van de jongeren tussen de 17 en 22 jaar is in heel Nederland 7,5 procent zonder diploma van school gegaan. Maar in Rotterdam ligt dat percentage op 18 procent en op Zuid is het 23. En uit weer andere statistieken blijkt dat die slechte cijfers niet uit de lucht komen vallen: veel kinderen op Zuid groeien op in omstandigheden die niet bevorderlijk zijn voor goede schoolprestaties.

Hoe dat tij gekeerd moet worden? De gedachte achter het plan voor Zuid is eenvoudig: dat kan alleen door kinderen in hun hele schoolloopbaan meer uren onderwijs te bieden. Kinderen die achterstanden dreigen op te lopen, moeten al in hun peutertijd vijf dagdelen per week naar de voorschool. En van groep 1 van de basisschool tot en met het eind van het voortgezet onderwijs moeten scholieren per week tien uur extra les krijgen. Zo komen ze aan een 36-urige schoolweek.

Op scholengemeenschap Hugo de Groot bestaat die verlengde schooldag al - trouwens al voordat het nationale plan voor de kwaliteitssprong op Zuid opgesteld werd. "Meer dan 90 procent van onze kinderen is op de een of andere manier risicoleerling", legt Van 't Zelfde uit. "Omdat hun ouders arm en laagopgeleid of verslaafd zijn of omdat ze met incest te maken hebben gehad of wat dan ook. En ze wonen in buurten..." Hij wijst met z'n arm. "Dáár gaat het nog wel. Maar dáár", vervolgt hij met een zwaai de andere kant op, "dat is in feite een no-go-area."

Deze leerlingen willen graag leren, weet Van 't Zelfde. "Maar thuis vinden ze niet de omstandigheden waarin dat goed kan, en op straat uiteraard ook niet. Dus moet het op school gebeuren. We houden ze van acht tot vijf binnen. Hier laten ze thuis en de straat achter zich."

Zoals in de les van lerares Nederlands Martine Wijngaarden. 'Een heel heftige klas', had ze net daarvoor gezegd over deze 28 havo- eersteklassers. Maar een vol lesuur lang hoeft ze haar stem niet te verheffen en als ze gaat voorlezen, zijn de leerlingen één en al aandacht. Ze weten nog precies waar hun juf de vorige keer gebleven was in het boek waarmee ze bezig is, 'De hongerspelen'. "Dat ze gewond was, juf, en dat ze in slaap gevallen was."

Voorlezen in de brugklas? Wijngaarden beseft dat dat elders waarschijnlijk niet vaak gebeurt. Maar op de Hugo de Groot is het gewoon. "Ik vind het belangrijk", zegt Wijngaarden. "Thuis lezen deze kinderen nooit. In de mediatheek zie je ze kijken: 'Oei, wat een dik en oud boek.' Maar als ik zo'n boek voorlees, vinden ze het geweldig."

Een deel van de verlengde schooltijd wordt besteed aan extra uren Nederlands op het rooster, vanwege de taalachterstanden van veel leerlingen; het voorlezen gaat dus niet ten koste van andere lesstof. "En ondanks de lange schooldagen geef ik ze ook huiswerk", zegt Wijngaarden. "Dat hebben ze nodig."

En steun, veel steun, dat hebben ze ook nodig. Na de les aan de eersteklassers komt Ada nog even het lokaal in, uit havo-4. Zij is drie jaar geleden uit Polen naar Nederland gekomen, en het betoog dat zij na het weekend moet inleveren, is voor haar een zware opdracht. "Geschiedenis vind ik veel leuker, daar was ik in Polen ook goed in." Maar Wijngaarden spreekt haar moed in. "Je bent al een heel eind. En het gaat al veel beter dan in het begin, dat merk je toch zelf ook?" Maar Ada schudt glimlachend haar hoofd: nee, eigenlijk niet.

"Aandacht, daar draait het om. Daar zijn ze heel gevoelig voor", zegt ook wiskundelerares Elie Saidie, die in de lerarenkamer aan de koffie zit. "Op de meeste scholen kun je er als leraar van uitgaan dat je leerlingen geholpen worden door hun ouders. Maar hier niet. En bijles voor hun kinderen, daar hebben ze geen geld voor." Dus geeft Saidie zelf maar bijles, in haar vrije tijd en met veel plezier. "Mijn baan is mijn hobby. En als je ziet dat het iets oplevert, dat de resultaten vooruitgaan, dan geniet ik daarvan."

Dat is eigenlijk het enige waarover directeur Van 't Zelfde zich zorgen maakt: het uithoudingsvermogen van de leraren. "Ik ben nog niets tegengekomen waarvan ik moest zeggen: dit is niet op te lossen", zegt hij. "Maar deze school vraagt heel veel van haar leraren. Ze zijn niet kinderachtig, je hoort ze niet over overuren. We draaien op hun goodwill. Het zijn helden. Maar over een paar jaar zijn het waarschijnlijk vermoeide helden. En goede nieuwe leraren zijn moeilijk te vinden."

Zelf is Van 't Zelfde nog lang niet klaar. Omdat hij zoveel kinderen met achterstanden van de basisschool ziet komen, droomt hij hardop van een eigen basisschool, verbonden aan de Hugo de Groot. Met vanaf groep 5 vakleerkrachten in plaats van één leraar en met klassen waarin de toekomstige gymnasiast niet langer les krijgt samen met vmbo'ers. "Deze buurt is een rampgebied, het moet hier echt anders."

Zover is het nog niet, maar wel is Van 't Zelfde dit jaar begonnen met lessen voor kinderen uit groep 7 en 8 van basisscholen in de buurt. Die komen na schooltijd naar de Hugo de Groot en krijgen dan een uur lang les in middelbareschoolvakken. Toen hij ermee begon, dacht hij aan veertig basisschoolkinderen, het zijn er nu dagelijks 220. "De kinderen willen graag. En hun ouders ook. Die begrijpen heel goed wat hun positie is. En dat school hun kinderen kan helpen het beter te krijgen."

Zeven kinderen hebben zich gemeld voor een serie lessen van docente klassieke talen Femke Mulder. Over mythes bijvoorbeeld. 'Waarom vertelden de Grieken elkaar deze verhalen?' was de vraag waarmee ze haar leerlingen de vorige week naar huis had gestuurd. "Om indruk te maken?" oppert Mohammed. "Om iets wat gebeurd is te verklaren", vermoedt Evelien.

Mulder werkt niet alleen op de Hugo de Groot, maar ook op het Erasmiaans Gymnasium, verder op in de stad. "Hier is het leuker. Deze kinderen zijn minder blasé, die zijn niet bij wijze van spreken al vijf keer naar Rome geweest voor ik ze in de les krijg." Maar kan een docent klassieke talen aan die bevoorrechte gymnasiasten niet meer van z'n vak kwijt, zoals vaak gezegd wordt? Mulder vindt van niet. "Hier is het moeilijker je vak aan de man te brengen. Daardoor ben je hier juist méér met je vak bezig."

Van 't Zelfde zegt het nog maar eens. "Helden zijn het."

'Hier moet het extra extra'
Interview | Hanne Obbink en Bart Zuidervaart

Zelf woont hij in Carnisse, een van de mindere buurten van Rotterdam-Zuid. En hij werkte ooit op basisscholen in de Afrikaanderbuurt en de Millinxbuurt, destijds berucht vanwege de drugscriminaliteit. Dus ja, wethouder Hugo de Jonge (CDA, onderwijs) weet dondersgoed wat er speelt op Zuid.

"De intensiteit van de achterstand is nergens zo groot als hier. Kijk alleen maar naar de gemiddelde cito-scores en naar de cijfers over schooluitval en je weet: die achterstand is hier enorm."

En niet alleen op onderwijsgebied. In de probleembuurten op Zuid wonen veel meer kinderen uit eenoudergezinnen dan in de rest van Nederland, veel meer kinderen hebben laagopgeleide ouders en veel meer huishoudens leven onder de armoedegrens. "En we weten uit de statistieken: deze gegevens hangen nauw samen met achterstanden op school."

Maar, vervolgt De Jonge, 'misschien hebben we te lang verwezen naar zulke gegevens als we het over achterstanden op Zuid hadden. Een verklaring dreigt dan een excuus te worden, en dan leg je je erbij neer. Dat willen we nu doorbreken. De schoolprestaties moeten omhoog, minstens naar het gemiddelde niveau van de stad, en de schooluitval moet omlaag."

Dat is een gigantische opdracht.
"Misschien wel te groot voor het onderwijs alleen. We hebben heel lang geloofd in de liftfunctie van het onderwijs: dat een volgende generatie het automatisch beter doet dan de vorige. Daar geloof ik nog steeds in, maar op Zuid werkt het anders. Want wie het beter doet, vertrekt uit Zuid. Op de school in de Millinxbuurt vertrok in de tijd dat ik daar werkte in de loop van het schooljaar een derde van alle leerlingen! Dat is funest voor het onderwijs, want dat is altijd een kwestie van lange adem. En de achterblijvers zijn degenen die de minste kansen hebben."

Hoe kan dat patroon doorbroken worden?
"Het moet hier wezenlijk anders dan in de rest van Nederland. Rotterdam is Meppel niet. Kinderen hier hebben meer tijd nodig, intensiever onderwijs. Veel van deze kinderen krijgen weinig mee van huis uit. Het is schier onmogelijk om hen met 25 uur onderwijs per week op het gewenste niveau te krijgen. In heel Rotterdam maken we het al mogelijk dat er tot zes uur extra les gegeven wordt, en hier op Zuid moet dat urenaantal nog meer omhoog, tot tien uur per week meer. Het moet hier extra extra."

Maar zonder goede leraren lukt dat niet; de Hugo de Grootschool heeft moeite die te vinden.
"Ik denk dat we de sfeer rond lesgeven op scholen op Zuid moeten omdraaien. Niet dat het moeilijk en zwaar is, maar dat het uitdagend en spannend is. De beste leraren moeten naar Zuid willen. Nergens heb je zoveel voldoening van je werk als hier. Je maakt het verschil. Als jij die kinderen niet vooruit helpt, doet niemand het. We willen kijken of we de prestaties van deze leraren extra kunnen belonen."

En de betrokkenheid van ouders?
"Daar moet een school hard aan werken. Nog te vaak hebben scholen de neiging om te denken: dat doen we toch al? Ja, maar dat heeft geleid tot de situatie die we nu hebben. Er moet dus méér gebeuren. Als je denkt dat je er bent met een paar tienminutengesprekken per jaar heb je het mis. Ga op huisbezoek, dat werkt fantastisch. Spreek ouders één op één aan op de resultaten van hun kind, vertel hun wat je van ze verwacht, wat ze moeten doen om hun kind te ondersteunen in z'n schoolwerk. De meesten snappen dat uiteindelijk echt wel."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden