De hel volgens Dan

Brown speelt met het danteske thema van de naderende apocalyps en de noodzaak van een drastische morele koerswijziging

Al eeuwenlang bewijst Dante's 'Goddelijke komedie' haar onwaarschijnlijke rekbaarheid en veelzijdigheid als inspiratiebron voor de uiteenlopendste lezers. Vlak na de voltooiing, die praktisch samenviel met de dood van de auteur in 1321, liet dit ongelooflijke werk al zijn sporen na in de erudiete én in de volkse cultuur. Na een sterke afname van zijn populariteit tijdens Barok en Verlichting werd Dante in de Romantiek weer een bestseller. Sindsdien snijdt zijn invloed opnieuw dwars door hoge en lage cultuur heen, en drukt hij zijn stempel op de meest onverwachte cultuuruitingen.

Na talloze anderen - van schrijvers, dichters en filosofen tot beeldend kunstenaars en filmmakers - heeft nu ook de wereldberoemde thrillerauteur Dan Brown zijn persoonlijke eerbetoon aan Dante geschreven. En net als bij al die talloze anderen, buigt het werk van de grote Florentijn wederom moeiteloos mee in deze nieuwe, behendig knedende handen. Browns 'Inferno' is een knap geconstrueerde pageturner vol onverwachte wendingen, die de lezer inwijdt in de fascinerende wereld van Dante's meesterwerk, en passant een sprankelende rondleiding verzorgt langs een selectie van grootse kunst en architectuur uit de Italiaanse Renaissance, en als topping natuurlijk de gebruikelijke dosis trivia voorschotelt.

In de proloog horen we de onnavolgbare woorden en gedachten van een geheimzinnige figuur die zichzelf 'de Schim' noemt. Hiermee begint al meteen het intrigerende spel van verwijzingen en citaten uit Dante's 'Inferno'. De Schim vlucht door Florence - de stad van Dante - met een horde onzichtbare achtervolgers-ondervragers op zijn hielen. In uiterste wanhoop beklimt hij de spitse klokkentoren van de Badia. Zeventig meter beneden hem ligt de stad - het donkere woud? - maar ook de ogen van zijn geliefde - zijn Beatrice? Geen andere keuze rest hem dan de laatste stap te nemen, de afgrond in.

In de volgende scène wordt Harvard-professor Robert Langdon wakker in een ziekenhuisbed in Florence, maar heeft geen flauw idee wat hem is overkomen en hoe hij zeseneenhalfduizend kilometer van huis is geraakt. Ook hier schemert Dante's meesterwerk door: diens reis door de hel begint in een donker woud en ook hij herinnert zich niet hoe het zo ver is gekomen, zo vertroebeld en slaperig was zijn geest bij het binnengaan van dit woud. Ook Dante moet enorme inspanningen leveren om een zwak aftreksel van zijn bovennatuurlijke visioen uit zijn geheugen terug te halen.

Afgezien van dit steeds dichter wordende web van subtiele of duidelijk geëtaleerde Dante-verwijzingen is 'Inferno' natuurlijk eerst en vooral een spannend boek. De spanning zit er al snel goed in als de versufte en gewonde Langdon een Lisbeth Salander-achtige figuur - zwart leren motorpak, donker stekelhaar - doelbewust op zich ziet afkomen, en zij vervolgens koelbloedig begint te schieten. Een dokter wordt in koelen bloede vermoord, maar Langdon en de andere dokter, de aantrekkelijke Sienna Brooks, weten ternauwernood te ontsnappen. Brooks ontpopt zich als Langdons vrouwelijke Vergilius in een avontuurlijke zoektocht die begint in Florence.

Net als bij Dante is een afdaling in de hel nodig vóór de opstijging naar louteringsberg en hemel: de weg omhoog is de weg omlaag. En net als bij Dante baadt Florence in een dubbel licht: het is een stad vol kunst, pracht en praal, maar ook een hel op aarde. Op hun vlucht scheuren Langdon en Brooks per scooter door de Porta Romana - die bij Langdon het beeld van Dante's hellepoort oproept - over de Arno - Dante's dodenrivier -, naar het oude centrum - de helse stad uit Dante's tijd. Maar Brown speelt ook met grotere danteske thema's als het naderende einde der tijden, de noodzaak van een drastische morele koerswijziging en de redding van de wereld door een uitverkoren, profetische figuur die zich gesteund weet door heilige teksten.

De uiteindelijke oorzaak voor Dante's hoofdrol in deze roman ligt aan de zijde van het kwaad: Bertrand Zobrist, een briljante wetenschapper en Dante-fanaat, spreekt in danteske geheimtaal over zijn verborgen wapen, een biochemische tijdbom die de wereldbevolking zal decimeren.

Aan Langdon, die natuurlijk zelf ook een Dante-kenner is, de taak om de duistere code te ontcijferen en het wapen op tijd te vinden. Het raadsel begint met een projectie van Sandro Botticelli's 'Mappa dell'Inferno' waarin enkele details zijn gewijzigd en een mysterieus woord is toegevoegd. Verder is er een centrale rol voor Dante's dodenmasker dat gestolen blijkt uit het Palazzo Vecchio - nota bene door Langdon zelf, die zich ook hiervan niets herinnert - , en dat wordt teruggevonden in het Baptisterium van San Giovanni.

Ook dit Dante-relikwie blijkt gemanipuleerd met tekstuele aanwijzingen, waaronder een mysterieuze spiraaltekst die lijkt te wijzen naar Venetië, de stad waar Dante tijdens zijn laatste diplomatieke missie besmet raakte met malaria, waaraan hij overleed.

De ontknoping van de zoektocht zal inderdaad plaatsvinden in een lagune, maar 'zonder weerschijn van sterren', in een donker woud van zuilen, een hels decor opgeluisterd door de klanken van Franz Liszt's 'Dante Symfonie', maar vooral door de huiveringwekkende woorden van het koor, woorden die Dante ooit las op de hellepoort: "Gij die hier binnentreedt, laat alle hoop varen."

Dante beïnvloedde niet alleen de grote schrijvers, schilders, componisten en kunstenaars die professor Langdon de revue laat passeren. Browns 'Inferno' zelf is een apotheose van Dante's invloed op spannende boeken en films, een genre waarin deze klassieker zich al geruime tijd prima thuis voelt.

Soms krijgt Dante zelf de rol van detective toebedeeld: in Giulio Leoni's romancyclus (2000-2007) is de middeleeuwse dichter een strenge bestrijder van misdaad. En in een verrassende stripbewerking uit 2010 geeft grafisch vormgever Seymour Chwast Dante het uiterlijk van de klassieke Humphrey Bogart-detective die met zijn Vergilius (een rondbuikige butler) in een onderwereld van gangsters op zoek lijkt naar waarheid.

Net als in Browns roman nestelt Dante zich regelmatig in de zieke geest van seriemoordenaars. Denk bijvoorbeeld aan de Lucifer-achtige John Doe in David Finchers thriller 'Se7en' (1995) waarin een bijna gepensioneerde detective in Dante's Komedie de systematiek ontdekt waarmee de duivelse Doe zijn moorden pleegt. De erudiete bron achter de gruwelijke misdaden drijft zijn jonge collega tot wanhoop: "Fucking Dante. Goddamn poetry-writing faggot piece of shit."

Een kwade genius, de duivel in hoogsteigen persoon, domineert ook een film als 'The Devil's Advocate' (1997) die vanaf begin tot eind vol zit met doordachte danteske verwijzingen. Zelfs de griezelige kannibaal Hannibal Lecter is geobsedeerd door Dante: wanneer de voortvluchtige seriemoordenaar is ondergedoken in Florence geeft hij zich nota bene uit voor een Dante-kenner en houdt zelfs een lezing over het Inferno. Wederom leidt danteske inspiratie tot bloedstollende spanning en gruwelijk bloedvergieten.

Ook in andere spannende boeken huiveren we voor mysterieuze criminelen die door Dante's meesterwerk zijn geobsedeerd. Matthew Pearls 'The Dante Club' (2003) vertelt het verhaal van Dante's introductie in de Verenigde Staten via de beroemde vertaling van Henry Wadsworth Longfellow, een publicatie die door een onbekende seriemoordenaar lijkt te worden gedwarsboomd. Alleen de leden van de illustere vertaalclub krijgen door dat deze Lucifer hun Dante tot in de details kent. In Nick Tosches' gelaagde misdaadroman 'In the Hand of Dante' (2002) is het de schrijver zelf die doordraait als hij in aanraking komt met de verloren gewaande autograaf van de Commedia.

Het is, zeker voor lezers die hun klassieken kennen, bijzonder makkelijk om de neus op te halen voor romans als 'Inferno', maar tegelijkertijd blijkt het minstens zo moeilijk om hun verleiding te weerstaan. De combinatie van een gelikt, spannend verhaal en klassieke, 'hoge' cultuur zou je wat mij betreft niet per definitie als kitsch moeten wegzetten.

Miljoenen lezers krijgen op deze manier toegang tot een geweldige klassieker waarmee ze anders misschien nooit in aanraking waren gekomen. En misschien blijkt 'Inferno' zelfs een inleiding die naar meer smaakt. Op Amazon.com was het al het best verkochte boek nog voordat het was verschenen, maar ook Dante's 'Inferno' vond er gretiger aftrek dan anders. Toeval? Hadden veel lezers per ongeluk Dante in hun bestelmandje gedaan? Misschien was het gewoon nieuwsgierigheid naar Browns belangrijkste inspiratiebron.

Maar laten we ook niet vergeten dat Dante zelf eerbiedwaardige klassieke en religieuze teksten - Vergilius, de Bijbel - driftig vermengde met volkse en middeleeuwse; dat veel van zijn verhalen populair waren vanwege hun roddelgehalte; dat zijn gedicht in de volkstaal toegankelijk werd voor een groot publiek; dat het werd voorgedragen op pleinen en openbare plaatsen. En dat ook in Dante's tijd intellectuelen hun neus ophaalden op voor dit soort populariteit. In een beroemde brief aan Boccaccio schreef Francesco Petrarca over Dante: "Moet ik hem soms het applaus en de rauwe kreten van wolkaarders, kroegbazen, vechtersbazen en meer van dat soort figuren benijden, wier lofprijzingen gelijkstaan met beschimpingen? Ik prijs mezelf gelukkig dat ik net als Vergilius en Homerus dergelijke bewonderaars mis."

Dan Brown: Inferno. Uit het Engels vertaald door Marion Drolsbach, Erica Feberwee en Yolande Ligterink. Luithingh-Sijthoff, Amsterdam; 478 blz. euro 22,95

Verdreven uit Florence
In het Heilig Jaar 1300 situeert Dante zijn reis door het hiernamaals die hij beschrijft in 'De goddelijke komedie'. In 1300 en 1301 bekleedde hij hoge politieke ambten in zijn geboortestad Florence, maar door een machtsomwenteling (in gang gezet door de machtsbeluste paus Bonifatius VIII) werd hij in 1302 veroordeeld tot ballingschap en een paar maanden later bij verstek tot de dood. De rest van zijn leven verbleef hij ver buiten de muren van zijn geliefde stad, volledig afhankelijk van broodheren en wanhopig zoekend naar herstel van zijn verloren geluk. Waarschijnlijk schreef en schaafde hij maar liefst zeventien jaar - vanaf 1304 tot zijn dood in 1321 - aan de drie delen van zijn Goddelijke Komedie: de steeds gruwelijker wordende afdaling in de negen kringen van de Hel, de steeds lichter aanvoelende beklimming van de Louteringsberg, en ten slotte het meest gewaagde deel: Paradiso, een vlucht door de hemelsferen met als ultiem doel het extatische visioen van God.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden