De hel van Verhoeven en de hemel van Hermans

Paul Verhoeven verwoordde in de ’Zomergasten’ de existentiële vrees dat we ten slotte iedereen verliezen, inclusief onszelf. Om die gruwelijke realiteit te verdragen, is in het menselijk brein de hoop op een hiernamaals gebeiteld, denkt de filmregisseur, maar voor hem is dat geen troost. „

Misschien wordt het hierna erger.” Hij droomt er soms van. In een fractie van een seconde dringt het ultieme besef tot hem door dat zijn wezen in essentie slechts de projectie op een gordijn is. Het gordijn wordt opzij geschoven en daarachter bevindt zich de hel. „Dáárom maak ik films, om niet te hoeven nadenken.”

Tegen elfen kwam Verhoevens diepste drijfveer aan het licht, waarmee deze ’Zomergasten’ recht deed aan het doel van dit programma: niet babbelen over tv-fragmenten, waar het in sommige afleveringen op leek, maar het schetsen van een beeldessay, zoals Anil Ramdas het omschrijft in het recente boek ’De achterkant van Zomergasten’ van oud-VPRO-regisseur George Schouten.

Het essay van Verhoeven bestaat uit een (filmische) fascinatie voor geweld en Jezus. Net als Jan Marijnissen liet Verhoeven beelden zien uit ’Het evangelie volgens Mattheüs’ van Pasolini, maar de filmregisseur haalde er een precies tegenovergestelde boodschap uit: Jezus niet als metafoor voor het menselijk lijden, maar juist als iemand die zelf steeds gewelddadiger wordt. „De andere wang is het zwaard geworden.”

Ligt zijn fascinatie bij die volgens hem oorlogszuchtige Jezus? Of juist bij de Jezus die hij aan het eind van de uitzending omschreef als degene die het mensdom opdroeg zijn vijanden lief te hebben, een boodschap die Obama goed zou hebben begrepen? Of misschien bij allebei? Die paradox wist presentator Jelle Brandt Corstius helaas niet te ontraadselen. Dat was vooral te wijten aan het temperament van de bejaarde filmregisseur, dat in onstuitbaarheid deed denken aan de wagenrennende Charlton Heston in ’Ben Hur’.

Van Paul Verhoeven naar Toon Hermans lijkt een grote stap, maar is het in wezen niet. Hermans toont de andere kant van de menselijke emotie: niet die waarin geweld de boventoon voert, maar elegantie en vriendelijkheid. Veertig jaar (of langer) na dato toveren de one man shows van deze cabaretier, die de Avro in compilaties op het scherm brengt, nog steeds een lach op je gezicht. Het is niet alleen de mimiek, die nog altijd ontregelend werkt – zelfs met een half door een Noormannenhelm bedekt gelaat weet Hermans de zaal plat te krijgen – maar ook de tijdloosheid van de conferences. Waar Wim Kan met zijn virtuoze, maar tijdgebonden politieke cabaret nauwelijks nog ’uitzendbaar’ is, hebben de shows van Hermans ’eeuwigheidswaarde’. Niet alleen omdat ze tot in lengte van jaren toonbaar blijven, maar ook door de troost die erin zit verpakt. Aan alles komt een eind, weet Hermans met Verhoeven, maar de liefde blijft altijd voortbestaan, is de onderliggende toon van zijn gehele oeuvre.

Achter het gordijn van Verhoeven bevindt zich de dodelijke ijspriem van Sharon Stone, achter dat van Hermans een ballonnetje dat danst in de wind. Aan een draadje naar de zon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden