De hel van Santiago del Estero

In de verarmde landbouwprovincie Santiago del Estero, op meer dan duizend kilometer van Buenos Aires, is het moderne, democratische Argentinië ver weg. Pas onlangs kwam hier een einde aan de onbegrensde macht van gouverneur Carlos Juárez en zijn vrouw Nina, en aan vijftig jaar van willekeur en terreur. Eerste deel van een tweeluik.

In een geïmproviseerd, van transparant plastic opgetrokken huisje op de parkeerstrook van de Rivadaviastraat, zit een politieagent een blaadje te lezen. Het is rustig, er is geen mens op straat en er rijden geen auto's hier, een blok of vijf van het centrum van provinciehoofdstad Santiago del Estero. Alleen stof en afgevallen bladeren van de zandstorm van de vorige avond waaien soms op. De uren van de siësta naderen.

Ook rond de woning die de eenzame agent bewaakt heerst stilte. Boven de muur van de binnenplaats zijn nog net een paar hanggeraniums te zien. De poort is beter geverfd dan de gebouwen eromheen, en het is opvallend dat er een stuk of wat dranghekken staan. Maar het is moeilijk voor te stellen dat op deze uitgestorven plek juist Carlos Arturo Juárez en zijn vrouw Mercedes Marina Aragonés in huisarrest vastzitten; zij waren tot enkele maanden geleden de totalitaire heersers van Santiago del Estero. Zoals onderzoekers van de nationale ombudsman de situatie vorig jaar omschreven: Dit is een hel die in de fantasierijke Latijns-Amerikaanse literatuur niet zou misstaan.

Carlos Juárez en Nina, zoals zijn vrouw genoemd wordt, hebben er altijd veel aan gedaan om de alledaagsheid te ontstijgen. Juárez werd in 1949 voor het eerst tot gouverneur gekozen dankzij de steun van Evita Perón, die de voorganger van Juárez diep haatte omdat hij haar ooit had beledigd. Het echtpaar Juárez spiegelde zich in later tijden graag aan de Peróns wier partij, hoe verscheurd ook, nog altijd oppermachtig is in Argentinië. Nina liet zich lauweren als de Evita van Santiago. Carlos Juárez vertelde met liefde hoe Evita hem zelfs toen hij haar aan het sterfbed bezocht, nog inspireerde tot zijn goede werken voor de provincie.

Het echtpaar liet zich aanspreken in wollige titels en zelfs bij wet vastleggen dat ze de 'illustere beschermers van de provincie' waren. Als een minister een keer vergat Nina 'allerexcellentste mevrouw' of iets nog respectvollers te noemen, riskeerde hij of zij ontslag. De Juárez' waren trots op de glorierijke geschiedenis van de hoofdstad Santiago del Estero, in 1535 de allereerste stad van wat later Argentinië zou worden.

Maar ze lieten ongenoemd dat Santiago een van de armste en achterlijkste provincies van het land is. Bijna twee derde van de 800000 inwoners leeft onder de armoedegrens van twee dollar per dag, en naar schatting een miljoen mensen zijn vanwege de armoede naar andere delen van Argentinië getrokken. Gemiddeld ligt het inkomen tien keer lager dan in de hoofdstad Buenos Aires. De helft van alle woningen heeft geen toilet, de cijfers over kindersterfte en analfabetisme behoren tot de hoogste van het land.

,,Meer armoede versterkte het juarismo'', vertelt openbaar aanklager Juan Carlos Storniolo in zijn werkkamer op driehoog in het gerechtsgebouw (de term verwijst naar de naam van de gouverneur). De armen leerden blij te zijn over de goedheid van de heersers, die het goeddunkte hun wat toe te stoppen. Ze zijn groot geworden met de cultus rond de Juárez'. Met name op het platteland werkte dat zo. Serviliteit werd gewaardeerd en was ook de enige optie. Wie ziek was en geen lid van de peronistische partij, moest maar een ander ziekenhuis zoeken'', vertelt Storniolo.

Ook met het verdelen van banen ging het zo. ,,Als je naar buiten kijkt zie je geen schoorstenen. Dit is de enige provincie die geen eigen industriebeleid heeft. Er zijn alleen maar publieke functies, bij de gemeente, de school, de politie, het ziekenhuis. Dat was het beleid: mensen afhankelijk maken van de banen die zij te vergeven hadden.''

Meer dan een halve eeuw beheersten de Juárez' de provincie, met 136351 vierkante kilometer bijna vier keer zo groot als Nederland. Na zijn eerste termijn keerde Carlos Juárez nog vier keer terug als gouverneur. In 2002, toen hijzelf te omstreden was geworden, nam Nina die post voor haar rekening en werd hij minister van economie.

De miljonair Néstor Ick, sinds de jaren tachtig innig verbonden met Juárez en zijn vrouw, had de economie in handen. Hij is nog altijd eigenaar van zo'n beetje alles wat belangrijk is in Santiago del Estero. Het water- en elektriciteitsbedrijf, de postbezorging, de grootste verzekeringsmaatschappij, de Banco de Santiago del Estero waar de provincie al zijn financiën had ondergebracht, twee radiostations, de enige gratis televisiezender van de provincie, de twee grootste hotels en als je dat allemaal had overleefd ook nog het kerkhof. ,,De Argentijnse provincies staan bekend om het cliëntelisme en de macht van gouverneurs, maar nergens was de politieke en economische macht zo geconcentreerd als hier'', zegt Luis Lucena van de Katholieke Universiteit van Santiago del Estero.

Er kwam pas een einde aan toen op 1 april van dit jaar de federale autoriteiten ingrepen, de Argentijnse minister van justitie Pablo Lanusse interim-bestuurder werd en het gouverneursechtpaar werd gearresteerd.

De hel van Santiago bestond uit veel meer dan feodale afhankelijkheid. De val van de Juárez' begon met de vondst, begin 2003, van de zwaar verminkte resten van twee meisjes op de Dársena-weg net buiten de provinciehoofdstad. Uit onderzoek bleek dat één van hen, Leila Bshier, vermoord was tijdens een seks- en drugsorgie: het éénentwintigste verjaardagsfeestje van de zoon van het hoofd van de provinciale inlichtingendienst José Musa Azar. Delen van Bshiers lichaam werden mogelijk gevoerd aan de poema's in de privédierentuin van Musa Azar, al decennialang de trouwe kompaan van Carlos Juárez. Het tweede slachtoffer, Patricia Villalba, hoorde waarschijnlijk van haar vriendje over de gebeurtenissen en werd daarom ook vermoord.

De Dársena-moorden leidden tot zoveel woede en protesten dat Musa Azar in november 2003 werd gearresteerd. Daarvoor had hij slechts ontslag genomen. Uiteindelijk bleek de moordzaak ook het einde van de Juárez', die de pech hadden dat de net aangetreden Argentijnse regering van president Kirchner gevoelig was voor de druk om de democratie in Santiago del Estero te herstellen. ,,Pas toen de federale autoriteiten hier waren kregen ze door wat een doos van Pandora ze hadden geopend'', zegt Luis Lucena.

Dársena was eigenlijk niet meer dan een uitwas van een regime dat al decennia angstaanjagende trekken had. Al vóór de dictatuur van 1976-1983, dus onder Juárez, werden mensen willekeurig, zonder enige reden, opgepakt en gefolterd. Minstens vier inwoners van Santiago verdwenen in de 'democratische' tijd, onder wie een gemeenteraadslid dat voor de ogen van getuigen werd weggevoerd uit het provinciehuis en nooit is teruggezien.

Hoewel het gouverneursechtpaar tijdens de dictatuur in Spanje in ballingschap leefde -Nina zat aanvankelijk zelfs in de gevangenis maar wist te ontsnappen- bleef Musa Azar chef van de inlichtingendienst. Hij is in nationale onderzoeksrapporten in verband gebracht met folteringen, moorden en tientallen verdwijningen, maar mocht na 1983 gewoon aanblijven toen Juárez weer aan de macht kwam.

Wetteloosheid en terreur heersten in de provincie. Dat ondervond Jorge Vidal, wiens zoon Pablo in 1998 thuis werd gevonden met een kogel in het hoofd. Zelfmoord, zei de politie en sloot het dossier. Maar bij heropening van de zaak bleek dat Pablo (12) was vermoord door een drietal leeftijdgenoten uit machtige kringen. ,,Een van hen was jaloers dat Pablo, die erg sportief en populair was, omging met een bepaald meisje'', vertelt Jorge Vidal.

De daders hebben een getuigeverklaring afgelegd en lopen vrij rond. Maar Vidal werd tientallen malen bedreigd sinds hij met andere ouders de beweging Madres del Dolor -moeders van de smart- oprichtte, die wekelijkse protestmarsen door Santiago del Estero begon te houden. ,,In 2002 omsingelden ze met niet minder dan 130 politiemensen mijn huis om 'belastend' materiaal te zoeken. Ik werd uitgemaakt voor drugsdealer, bordeelhouder. Ze hebben twee keer mijn watertank vernield, een keer een bom gelegd die niet ontplofte. Ik ben mijn baan als vertegenwoordiger kwijtgeraakt omdat ze mensen onder druk zetten niet meer van me te kopen'', vertelt hij. Madres del Dolor verenigt inmiddels ouders van 164 slachtoffers van moorden die onbestraft zijn gebleven.

Juan Carlos Storniolo was van 1993 tot 1995 rechter in Frías, een dorpje 150 kilometer ten zuidwesten van de provinciehoofdstad. ,,Na twee jaar werd ik ontslagen. Ik had het districtshoofd met enkele van zijn medewerkers achter tralies laten zetten omdat ze overheidsgeld hadden laten verdwijnen, op papier landbouwmachines hadden gekocht die er helemaal niet waren. Zijn vervanger was nog corrupter, dus ook die liet ik arresteren. Maar ík kreeg de woede over me heen, omdat ik geacht werd de bestuurders de hand boven het hoofd te houden'', aldus Storniolo.

Het regime van Juárez wordt ook in verband gebracht met de dood in 1998 van bisschop Gerardo Sueldo, die in Santiago del Estero een eigen mensenrechtensecretariaat opzette en nog steeds geldt als symbool van het verzet tegen de wetteloosheid in de provincie. Hij kwam om het leven bij een verdacht auto-ongeluk. Een jaar eerder was in Paraguay een oud-gouverneur van Santiago, César Iturre, dood aangetroffen. Iturre was Argentinië ontvlucht omdat hij zich als gouverneur tegen Carlos Juárez had gekeerd en vreesde voor zijn leven.

Sinds de arrestatie van de Juárez' hebben honderden mensen aanklachten ingediend over misstanden die ze eerder niet durfden te melden uit angst voor represailles. Wie kritiek uitte liep grote risico's. Afgelopen maart nog ontdekten onderzoekers bij de inlichtingendienst van Musa Azar niet minder dan 40000 dossiers van mensen die bespioneerd waren -in een stad van 200000 inwoners.

Al langer bekend was het spionagenetwerk van Nina's vrouwenbeweging, de Rama Femenina. De journalist Sergio Carreras beschrijft in zijn boek 'Het Koninkrijk van de Juárez' hoe Nina zich persoonlijk bemoeide met de benoeming van alle -en dat waren er duizenden- vrouwelijke ambtenaren. Waren het rechters, dan hielden ze haar op de hoogte van de processen, secretaresses spioneerden voor haar, parlementariërs steunden haar wetsvoorstellen, verpleegsters gaven het door als artsen de verkeerde politieke ideeën hadden, schoonmaaksters luisterden zoveel mogelijk gesprekken af. Wie weigerde mee te werken verloor haar baan. Alle leden stonden maandelijks ook verplicht een deel van hun salaris af voor het kopen van geschenken voor de Evita van Santiago del Estero.

Een in Santiago zeer bekende rel rond de Rama Femenina illustreert hoe het echtpaar Juárez ook de media volstrekt in de greep wist te krijgen. De enige onafhankelijke krant van de provincie, El Liberal, waagde het in 2000 een artikel uit een andere krant over te nemen, waarin erop werd gewezen dat de leden van Nina's vrouwenbeweging er trots op waren zich ramera te noemen; een afgeleide van Rama, maar een woord dat voor de gemiddelde Argentijn 'hoer' betekent.

Binnen enkele dagen spanden vierduizend ramera's -allemaal met hetzelfde gekopieerde A4'tje- een rechtszaak aan tegen El Liberal. Ze eisten in totaal een schadevergoeding van zes miljoen euro wegens smaad. Het dagblad boog voor de druk, kritiek op de autoriteiten verdween uit de kolommen en tot rechtszaken kwam het nooit meer. De journalist Sergio Carreras, die het omstreden artikel aanvankelijk had gepubliceerd in een krant die niet uitkwam in Santiago, werd zelfs niet aangeklaagd.

De federale interim-leider Pablo Lanusse heeft de haast onmogelijke taak om na zoveel jaren van totalitair bewind de democratie terug te brengen, zeggen veel betrokkenen. ,,Angst en wantrouwen zijn hier deel van de samenleving geworden, en het erge is dat ik het dan niet alleen heb over de arme, onopgeleide bevolking, maar over mensen met goede banen, rechters, journalisten'', aldus Luis Lucena van de Katholieke Universiteit. Hij wijst verder op het zakenimperium van Néstor Ick, de vriend van Carlos Juárez, dat erg moeilijk is aan te pakken, hoewel Pablo Lanusse inmiddels allerlei overheidscontracten en -subsidies intrekt.

Lucena is betrokken bij de Diálogo Santigueño, waarin 130 organisaties, variërend van de gitaristenvereniging tot politieke partijen, proberen zelf wat te doen aan de sterk verwaarloosde gezondheidszorg, het onderwijs, landbouwproblemen. ,,Ze hebben op een rekening van de provincie honderden miljoenen peso's gevonden, die eigenlijk aan wegen en scholen en dergelijke hadden moeten worden besteed. Het bedrag was achttien keer het jaarbudget!''

Juan Carlos Storniolo is één van de vijftig juristen van binnen en buiten de provincie, die de afgelopen maanden de plaatsen van corrupte rechters en aanklagers hebben ingenomen. Ook de politietop is gezuiverd, en in oktober mogen de inwoners van de provincie stemmen over een nieuwe grondwet die de uitwassen van het verleden onmogelijk moet maken. Begin volgend jaar zou dat moeten leiden tot de keuze van een nieuwe, democratische gouverneur.

Maar Storniolo is bang dat het autoritarisme van de Juárez' ook mensen bevalt die nu aspiraties hebben om gouverneur te worden, zoals Chegay Ruíz, de bestuurder van de plaats La Banda aan de overkant van de rivier bij Santiago. ,,Dat is mijn spookbeeld.''

De broers David en Luis Montenegro, een schaakleraar en een werkloze oliewerker, doen begin juli iets wat voorheen ondenkbaar was en op hard politie-optreden zou zijn uitgelopen. Ze hebben zich met z'n tweeën met spandoeken geposteerd tegenover het provinciehuis, maken met fluitjes een hoop herrie, en eisen dat de 'politieke kameleon', 'rover' en 'drugshandelaar' Chegay Ruíz wordt opgepakt.

Jorge Vidal, in wiens donkere huiskamer een enorm portret hangt van de vermoorde Pablo, is somber. Hij sluit zelfs niet uit dat Carlos Juárez terugkeert. Dat is immers al eens eerder gebeurd, in 1993, toen de federale autoriteiten ingrepen nadat er rellen waren uitgebroken en alle overheidsgebouwen in de as waren gelegd.

Dat de macht van de nu 87-jarige Juárez ver reikt is zeker. Nog in juni gaf een bevriende nationale rechter het echtpaar, ondanks het huisarrest, toestemming elke zondag door te brengen op een landgoed buiten de stad. Uiteindelijk ging het niet door vanwege de onrust die dreigde te ontstaan. Maar de gouverneur is geen buitenbeentje in Argentinië. Hij was meermalen senator en bijvoorbeeld erelid van voetbalclub River Plate in Buenos Aires.

In het verleden zijn zoveel missies over mensenrechtenschendingen naar de hoofdstad op niets uitgelopen, constateert Videl. Zelfs de families van de Dársena-slachtoffers zijn alweer uiteengespeeld. ,,De Bshiers zijn met geld gekocht, de Villalba's met banen. Ze hebben nu ieder hun eigen protestmarsen, die steeds minder mensen op de been brengen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden