ReportageElfstedentocht

De Hel van ‘63 reed je in een zelfgebreide trui

Reinier Paping, Jan Uitham en Jeen van den Berg (vlnr) tijdens de reünie van de Elfstedentocht 1963. Beeld ANP
Reinier Paping, Jan Uitham en Jeen van den Berg (vlnr) tijdens de reünie van de Elfstedentocht 1963.Beeld ANP

Vijftig jaar na beruchte Elfstedentocht van 193 komen deelnemers in Hindeloopen bijeen.

“Als ik had geweten hoe zwaar het zou worden, was ik thuisgebleven.” Maar ja, Pieter Bos is er toch, op 18 januari 1963. En dus begint hij maar aan de twaalfde Elfstedentocht. De resultaten draagt hij vijftig jaar later bij zich op de reünie van oud-rijders in het Schaatsmuseum in Hindeloopen: een volle stempelkaart en lege schoenpunten. Vóór de barre Tocht der Tochten zaten die nog vol gezonde tenen. Deel uitmaken van een legende heeft zijn prijs.

In een halve eeuw heeft de tand des tijds niets van de heroïek kunnen afknabbelen. Integendeel, met het vorderen van de jaren zijn de verhalen alleen maar sterker geworden. “Ja, zo gaat dat”, zegt Bos, gefinisht als nummer 42. “Maar er is weinig overdreven. Dit was écht erg.” De Dordtenaar werd direct na de finish met zijn voeten in een teil warm water gezet om weer wat leven in zijn bevroren tenen te krijgen. Tevergeefs. “Ik heb daarna negen weken in het ziekenhuis gelegen. Uiteindelijk hebben ze er wat stukjes afgehakt.”

Geen thermokleding, geen sponsors, geen mobiele telefoons. Los van het erbarmelijke weer zorgen die omstandigheden ervoor dat er nooit meer een Elfstedentocht als in 1963 wordt gereden. Bos moet het doen met een wollen trui. “Door mijn moeder gebreid.” Tegenover hem aan een tafeltje in het Schaatsmuseum bekent Rein Verkade, elfde, dat ook hij moeders breiwerk koos als eerste verdediging tegen de snijdende koude. “Aan de binnenkant gevoerd met celstof, van dat luierspul.”

Bezaaid met hoezen, handschoenen en bloedsporen

De Hel van ‘63 is uren pure strijd. Soms alleen, soms samen, soms tegen elkaar. Verkade’s vrouw Gré rijdt langs de route met proviand, maar de etenswaren komen niet altijd bij haar geliefde terecht. “Ze trokken het gewoon uit je handen.” Het succesvoedsel? Gevulde koeken. “Zoals Reinier Paping het op een bord Brinta deed. Je kunt de Tour misschien niet uitrijden op een bruine boterham met kaas, de Elfstedentocht wel op een pak gevulde koeken.”

Tussen alle verhalen over bevroren ogen en geamputeerde tenen heeft Anne Kompaan zijn eigen tragedie. “Ik kwam één minuut te laat binnen. Na mij kwamen er nog vijftig.” Het deert hem niet. “Ik deed het voor mezelf. Er zijn mensen die via de rechter hebben geprobeerd alsnog een kruisje te krijgen. Dat vind ik slecht. Afspraak is afspraak. Ik ben voor altijd de eerste telaatkomer.”

In het volgepakte museumpje spreken sommige puristen schande van de aanwezigheid van deelnemers als Anne Kompaan. “Eigenlijk zouden alleen rijders mogen komen die hem officieel hebben uitgereden”, vind een toerrijder mét kruisje.

Stien Kaiser, olympisch kampioen van 1972, is blij met een ruimer deurbeleid. “Misschien had ik er anders over gedacht als ik verder was gekomen dan Franeker. Maar deze tocht was zó erg; iedereen die heeft meegedaan, is een held. Het ijs lag bezaaid met hoezen, handschoenen en bloedsporen.”

Als de pannen erwtensoep leeg zijn, is de bodem van de vaten met sterke verhalen nog niet in zicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden