De hel is nu eenmaal interessanter

Profiteren deze naar het Westen ontsnapte schrijvers ook niet een beetje van hun exotische achtergrond?

Onvermijdelijk lezen we buitenlandse literatuur enigszins met de kennis die we van die andere landen hebben, of juist met ons gebrek daaraan. Duitse literatuur bijvoorbeeld met in ons achterhoofd de Duitse cultuur en geschiedenis; Malinese literatuur, om maar eens een exoot te noemen, met in ons achterhoofd heel weinig, misschien een vaag idee over de Sahel.

Maar in hoeverre lezen we ook echt cultuurrelativistisch? Wordt ons oordeel, de mate waarin we meegesleept worden, niet onbewust sterk bepaald door de achtergrond, de cultuur waarover wij lezen? Hanteren we bij boeken uit derdewereldlanden of oorlogsgebieden andere normen dan wanneer ons een roman van Nederlandse bodem bereikt? Dat is een vraag die zich opdringt bij het lezen van 'De tuin van de blinde', van Nadeem Aslam (1966), een in Engeland woonachtige Pakistaanse auteur en van 'En uit de bergen kwam de echo' van Khaled Hosseini (1965), wereldberoemd schrijver van bestseller 'De vliegeraar', afkomstig uit Afghanistan, nu al jaren Amerikaans staatsburger.

Beide schrijvers brengen Afghanistan en de grensstreek met Pakistan in beeld, oorlogsgebied, en ik bespeurde bij mijzelf enige lankmoedigheid tijdens het lezen, alsof schrijvers uit zulke gebieden op literaire clementie kunnen rekenen, alsof schrijven bij zoveel politiek-maatschappelijke ellende en strijd een verdienste is die extra beloond moet worden. Dat alles dan weer vermengd met enige reserve omdat de schrijvers, kennelijk meer bevoorrecht dan hun achtergebleven broeders, er toch ook in zijn geslaagd het Westen te bereiken om daar geslaagde, of zelfs gevierde schrijvers te worden met hun exotische waar. Profiteren zij bij hun lezers niet ook een beetje van hun achtergrond? Het is bijna onmogelijk hun boeken zonder die vreemde mix van empathie en relativering te lezen, een plus-en-min-som die misschien uiteindelijk toch een soort afgewogen oordeel oplevert.

Het geldt zeker voor Nadeem Aslams 'De tuin van de blinde', dat zich afspeelt in de oktobermaand na 9/11: Afghanistan is net door Amerika binnengevallen en ook in het naburige Pakistan is de geest uit de fles. De Pakistaanse pleegbroers Jeo en Mikal verlaten hun blind wordende vader Rohan om in het geheim naar Afghanistan te gaan, niet om te vechten maar om hulp te bieden. Jeo sneuvelt al snel, Mikal wordt krijgsgevangen gemaakt en door krijgsheren en Amerikanen van de ene naar de andere gevangenschap gesleept.

Het is een voor ons westerlingen redelijk ondoorzichtig verhaal waarin Al Kaida, taliban en westerse sympathieën door elkaar lopen. Dat is in zekere zin irritant, maar die verwarring geeft het verhaal ook juist zijn authentieke glans. Dat je de diverse allianties en sympathieën vaak niet uit elkaar kunt houden is in dit geval dus een literair voordeel. Je krijgt de paradox van Pakistan in beeld, en niemand die het voor je oplost in 'dit land dat zowel minder onschuldig als onschuldiger is dan welk ander land ook'.

We krijgen zicht op de grote pijn van Pakistan 'waar geen water uit de kraan komt, waar geen suiker, rijst of bloem in de winkels te krijgen is, waar er voor de zieken geen medicijnen zijn en voor de auto's geen benzine is, zijn weerzinwekkende, walgelijke land waar iedereen bezig lijkt ieder ander om het leven te brengen', maar die pijn wordt gecontrapunteerd door de liefde van Mikal voor de weduwe van Jeo, Naheed - ook al geen gemakkelijke affaire en ook eentje die niet per se goedkomt.

Aslam slaat in zijn epos de martelingen en moordpartijen in Afghanistan en Pakistan bepaald niet over, nee, hij slingert ze je soms haast terloops in het gezicht, of zoals de talibanstrijders die een onschuldig schooltje bezetten en er een bloedbad aanrichten, het zeggen: 'Hoe erger, hoe beter'. Achter het stuur van de vrachtwagen mompelt Achmed: "Hoe meedogenlozer we zijn, hoe zichtbaarder onze woede is." Hier heerst de wet van de jungle.

Aslams verslag van de strijd in Pakistan en Afghanistan is objectief, neutraal, hij kiest geen partij, je begrijpt in feite net zoveel of weinig van de talibanstrijders als van hun tegenstanders, hij brengt het culturele misverstand tussen het Westen en die 'middeleeuwse' islamwereld in beeld als een wederzijdse status quo, zoals in het verhaal van Mikal die een gewonde Amerikaanse soldaat helpt vluchten.

"De ogen van de blanke man zijn vensters op een andere wereld, op een geest die door andere regels, door een andere levenswijze, is gevormd. Wat voor soort man is hij? Is hij welbespraakt, een bundeling van kracht en fijngevoeligheid? Is hij verliefd op iemand of laat hem dat koud? Heeft hij, net als Mikal, een broer?" Aslam geeft geen antwoord op dat soort vragen, suggereert die antwoorden ook niet, hij biedt geen intellectuele of morele oplossingen of zelfs maar een visie: hij signaleert en registreert.

Zijn verhaal zit verder vol rafelige randjes en ongerijmdheden: Yasmin trekt zomaar haar boerka uit zonder dat het enig gevolg heeft; van pater Mede, hoofd van de bezette school, wordt nooit meer iets vernomen; Basie, een naar Count Basie genoemde Pakistaan, blijkt opeens dood te zijn. Kortom, Aslam maakt de wereld niet mooier of afgeronder dan zij is, maar schildert haar in haar rampzalige, onoverzichtelijke toestand. Knap en treffend, maar zonder soelaas en misschien is dat laatste wel het meest overtuigende aspect van zijn boek: dit is het menselijk tekort in optima forma.

Khaled Hosseini, de schrijver van wereldfaam, is naast Nadeem Aslam de geliktere auteur van per saldo heel wat lichtere kost. Een echte verhalenverteller die weet hoe hij de lezer tegemoet moet komen. In 'En uit de bergen kwam de echo' vertelt hij zoals hij dat in vorige boeken deed: puttend uit zijn eigen Afghaanse achtergrond, neemt hij neemt een kerngeschiedenis van een familie - hier een clan in het (verzonnen) Afghaanse dorpje Shadbagh - en volgt de verschillende personages op hun levenspad, in Afghanistan maar ook daar buiten, in dit geval in Frankrijk, Griekenland, Amerika. Zo krijg je bij Hosseini een wereldwijd gevoel, Afghanistan is niet maar een rottig en onbegrijpelijk oorlogslandje, zoals Aghanistan en Pakistan zijn bij Aslam, maar maakt deel uit van de grote wereld.

Hosseini is een feelgood-schrijver, hij zoekt het positieve in de mens. Het is bij hem per aspera ad astra, door de moeilijkheden naar de sterren. De oorlog in zijn geboorteland, de ellende en de wreedheden, spelen wel een rol maar ze overheersen niet. Wat dat betreft zijn de slotregels van deze verhalencyclus karakteristiek, als het meisje Pari, geadopteerd door een rijk, kinderloos stel in Kaboel, na honderden pagina's verwikkelingen van Jan en alleman, haar biologische broer Abdullah weer ontmoet. Hij, ziek en dement, herkent haar niet en dat is jammer, maar Hosseini laat ons niet met die teleurstelling achter. "Maar dat vindt ze niet erg. Ze is gelukkig dat ze dicht bij hem is, bij hem, haar broer, en wanneer een sluimering haar stilletjes meeneemt, voelt ze zich overspoeld door een golf van volmaakte rust. Ze sluit haar ogen. Drijft weg, zorgeloos, alles helder en stralend, en alles tegelijk."

Zó wil Hosseini ons de wereld voorstellen, vol angels en narigheid misschien, maar tenslotte mooi. Typerend is ook wat hij ons over het meisje Thalia vertelt, in de Griekse passage van dit verhaal. Ze is in haar jeugd ernstig verminkt door een hondebeet. Plastisch chirurg Markos wil haar gezicht oplappen maar ze weigert dat, ze wil blijven wie ze is: "De hond had maar een paar minuten nodig om Thalia haar gezicht te geven, en zij een heel leven om het te kneden tot een identiteit. Ze wilde het niet ongedaan laten maken door mij met mijn scalpel. Het zou zijn alsof er een nieuwe wond op de oude werd aangebracht."

Met dat soort boodschappen over bijvoorbeeld innerlijke schoonheid die het 'kolossaal, onverdiend' geschenk van uiterlijke schoonheid overtreft, pakt Hosseini zijn lezers in. Heel anders dan Nadeem Aslam, die open wonden open laat en eigenlijk helemaal geen strekking meegeeft aan zijn geschiedenis.

Is dat feelgood-aspect bij Hosseini erg? Smakeloos? Welnee, hij geeft de lezer moed: hoe erg ook, er bestaat altijd een betere wereld. Maar heel grootse literatuur levert het niet op. Daarvoor is zijn visie te behaagziek. Het laat ook zien dat nog altijd geldt wat bij Dante al gold en wat het aanzien van de zogenaamd 'schone' letteren heeft bepaald: de hel is duizend maal interessanter dan de hemel.

Dat geldt zo te zien ook onverkort voor literatuur over oorlogsgebieden in derdewereldlanden door auteurs die aan de ergste ellende aldaar ontkomen zijn. Wat dat betreft maakt het niet uit of een boek ons van om de hoek bereikt of vanuit verre, ongekende gewesten.

Nadeem Aslam: De tuin van de blinde. (The Blind Man's Garden). Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Atlas Contact, Amsterdam; 414 blz. euro 21,95

Khaled Hosseini: En uit de bergen kwam de echo. (The mountains echood) Vertaald door Wil Hansen. De Bezige Bij, Amsterdam; 416 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden