De heilzame verwoording van ons verschrikkelijke lot

interview | Een kunstwerk hoeft geen morele boodschap te bevatten, aldus cultuurcriticus Arnold Heumakers. 'Alles mag, inclusief schelden en tieren.'

Als er één sector is die zich afvraagt waartoe zij op aarde is, dan het is wel de kunst; het is alsof die alleen maar kan bestaan door zichzelf ter discussie te stellen. Nu ze geen hoger doel - religieus, ideologisch of politiek - meer dient en alleen aan zichzelf verantwoording schuldig is, komt de vraag naar de artistieke bedoeling steeds terug. Zelfs zodanig dat er kunstige dingen zijn (neem de schilderijen van Anton Pieck) waarvan ter discussie staat of ze überhaupt tot de kunst behoren. Cultuurcriticus Arnold Heumakers, die in zijn boek 'De esthetische revolutie' beschrijft waar ons kunstbegrip vandaan komt, verlangt zelf van kunst dat die hem confronteert met 'onleefbare waarheden' - in kitsch vindt hij dat niet.

Wat is kitsch?

"Het gaat mij er niet om de criteria daarvoor vast te leggen, ik wil laten zien hoe ons hele kunstbegrip wortelt in de Romantiek. Het idee dat er kunst bestaat met hoofdletter K of literatuur met hoofdletter L was voor de achttiende eeuw afwezig."

Maar in uw kritieken gebruikt u 'kitsch' wel als onderscheidend begrip.

"Ik geloof zeker dat je verschil kunt maken tussen kunst en kitsch en ik vind dat ook zinvol. Ik heb bijvoorbeeld eens tien bladzijden van Dan Brown gelezen, die bestonden alleen maar uit clichés - zulke kitsch bespaar ik mezelf liever. Daarmee volg ik het romantische beginsel dat het oordeel niet afhangt van formele esthetische criteria, maar van de subjectieve ervaring. Uit die tijd stamt ook pas de gedachte dat over smaak niet te twisten valt.

"Een ander onderscheid dat begon te wankelen was dat tussen hoge en lage kunst. In feite ging het om een sociale kwestie: was een toneelstuk populair aan het hof, dan was het hoge kunst, was het populair op de kermis, dan was het lage kunst. Dat criterium verviel, maar daarmee werd het wel veel moeilijker om te bepalen wat flauwekul was en wat ertoe deed."

Hoe maakt u dat onderscheid?

"Een kunstwerk moet mij iets doen, iets overbrengen. Niet een overtuiging, een begrip, een abstractie, maar een ervaring: dat is het eigene van kunst. Vervolgens ga ik daar over nadenken, maar dat doet filosofie ook, dat is niet wat kunst tot kunst maakt."

Anton Pieck roept ook ervaringen op, en anderen noemen dat kunst, maar u niet.

"Ik kan niet met honderd procent zekerheid zeggen dat mijn ervaring beter is dan die van een ander, en toch weet ik één ding heel zeker: voor mij werkt Pieck niet."

De esthetische autonomie, zegt uw boek, behelst niet alleen dat een kunstenaar niet ondergeschikt is aan ideologie, religie of macht, maar ook dat hij niet de oren laat hangen naar de wensen van het publiek.

"Dat vinden we terug bij de schrijver Karl Philipp Moritz: er moet een innerlijke noodzaak zijn die tot een kunstwerk leidt, anders wordt het niks. Daar heeft hij een formele theorie aan vastgeknoopt die best houtsnijdt, maar toch niet voldoende is om altijd het verschil tussen meer of minder kwaliteit aan te geven. Alle delen van een echt kunstwerk zijn functioneel, zegt Moritz, aan datgene wat het te zeggen heeft. Eigenlijk hetzelfde als W.F. Hermans' theorie over de 'klassieke' roman: geen mus valt van het dak zonder reden."

Dat gaat ook op voor een goede thriller.

"Ja, het is nog steeds slechts een deel van het verhaal. Ikzelf ben tot de ontdekking gekomen dat ik in literatuur vooral iets zoek wat elders niet aan bod komt. 'Onleefbare waarheden' heb ik het weleens genoemd - eindigheid, sterfelijkheid, ambiguïteit, de dubbelzinnigheid van het leven, het feit dat zoveel onvoorspelbaar is. Waar de geijkte coördinaten het laten afweten, begint het avontuur, iets dat heel dicht bij je staat, maar waarmee je eigenlijk geen raad weet. In een kunstwerk kun je dat bewust ervaren. Dat is subjectief, maar dat wil niet wil zeggen dat alles evenveel waard is. Er is alleen geen onafhankelijke instantie die boven ons staat en het pleit beslecht."

We hebben het in feite over oordelen. En dan heb je criteria nodig.

"Die ontdek je gaandeweg. Dat is ook de lol van de kunst: je ondergaat het niet alleen, je spant je ook in om het werk te begrijpen, er iets van te vinden en te achterhalen waarom. Het is een strijdperk, en daar wordt gevochten met argumenten, ideeën, ervaringen - alles mag, inclusief schelden en tieren. Kunst doorbreekt het dagelijkse leven dat van ingesleten gewoontes aan elkaar hangt."

Is dat dan de zin van kunst? Maar als kunst autonoom is, moet het dan wel zin hebben? Art is quite useless, zei Oscar Wilde.

"Autonomie betekent niet dat kunst niets met onze werkelijkheid te maken heeft, dat zou helemaal niet kunnen, alles wat wij verzinnen heeft met onze werkelijkheid te maken. Autonomie is in die zin een fictie, maar wel een nuttige fictie, net als goed en kwaad. Die bestaan ook niet, tenzij je in God en de duivel gelooft, maar dat is een ander verhaal. Het leven hangt van de nuttige ficties aan elkaar, of van wat Kant 'regulatieve ideeën' noemt."

Als ons besef van goed en kwaad op fictie berust, valt dan de grondslag niet weg onder ons bestaan?

"Nee, we doen niet anders dan met ficties leven, alleen ziet het merendeel van de mensen ze aan voor werkelijkheid. Toch zijn ze door de mensheid zelf gemaakt. Zo is ook de esthetische autonomie een verzonnen idee. We beschikken daardoor over een imaginaire ruimte waarin geen vaste regels en wetten gelden, waarin de moraal bij wijze van spreken is opgeschort. Een sprekend voorbeeld is de roman 'De welwillenden' van Jonathan Littell, waarin de auteur in het hoofd van een nazi kruipt. Kristien Hemmerechts deed iets soortgelijks met de vrouw van Dutroux."

En dat is nuttig?

"Ik vind dat een enorme verruiming van mijn mogelijkheden. En het komt tegemoet aan de nieuwsgierigheid, aan de menselijke wil tot weten. Daar zit geen rem op, ook geen morele rem. Een kunstwerk zelf hoeft geen morele boodschap te bevatten. Natuurlijk kan de moraal er een belangrijke rol in spelen, dat is zelfs meestal het geval, maar een moralistisch a priori leidt tot voorspelbaar gedoe. Kitsch."

U citeert Nietzsche: kunst is van belang opdat wij niet aan de wereld kapotgaan.

"Nietzsche spreekt van de dionysische dimensie van het bestaan, waar leven en dood elkaars keerszijden zijn, elke creatie veronderstelt dat er iets kapotgaat en schoonheid berust op sterfelijkheid - het leven is eigenlijk verschrikkelijk, onleefbaar. Kunst is: het onleefbare vormgeven. De onleefbaarheid maximaal tot jezelf toelaten, en daar tegelijkertijd een vorm voor vinden die zorgt dat er je niet aan onderdoor gaat en er misschien zelfs sterker van wordt."

Kan de artistieke verwoording van onleefbaarheid ook te ver gaan? Ik had op een gegeven moment genoeg van Céline's 'Reis naar het einde van de nacht'.

"Dat is een boek dat ik ademloos heb uitgelezen. Je kunt ervoor kiezen te leven met illusies - alles zal goedkomen met de wereld en de mensheid - maar het enige dat zeker is, is dat we binnen een eeuw allemaal dood zullen zijn, niet zelden na een heel vervelend sterfbed. Dat is de werkelijkheid, nu gaat het erom die goed te verwoorden. Bij Céline komt helemaal geen einde aan de nacht, het is hopeloos, maar het boek maakt dat pikzwarte ervaarbaar, de vorm tilt alles naar een ander, esthetisch niveau.

"Het betekent dat ik beter tegen alle ellende kan als ik die boeken lees. Hetzelfde geldt voor het schrijven. Door het te objectiveren wordt het duidelijker én draaglijker. Uit het boek van Jacq Vogelaar over kampliteratuur blijkt dat mensen zelfs in de concentratiekampen de behoefte voelden daarvan te getuigen, hun ervaringen op te schrijven, er vorm aan te geven. Zelfs als je ontmenselijkt wordt, blijft de behoefte bestaan iets te maken."

Céline zat wel aan de andere kant van het spectrum.

"Het talent van een kunstenaar kan sterker zijn dan zijn standpunten. Ik heb ook Céline's antisemitische pamfletten gelezen, die zijn geweldig. De inhoud is moeilijk te verdedigen, dat zal ik niet proberen, maar het is stilistisch helemaal Céline, niet te onderscheiden van romans als 'Mort à crédit' of 'Guignol's Band'. Het pamflet 'Bagatelles pour une massacre' begint nota bene met een ballet - wat een fantasie!"

Gaat de kunst inmiddels niet gebukt onder het dictaat van de economie? Kunstenaars als Jeff Koons en Damien Hirst zijn grote namen geworden omdat er miljoenen voor hun werken worden betaald, niet omdat ze esthetisch zo waardevol zijn.

"Die kunstenaars hebben heel goed begrepen dat de samenleving zo werkt en spelen daarmee. Op hun manier doen ze iets heel slims, misschien wel geniaals, omdat ze binnen de kunst de marktwetten naar hun hand zetten. Het kunstwerk is dan niet alleen het houten varkentje of de haai op sterk water, maar ook de truc die wordt uitgehaald."

Het is niet gemakkelijk vast te stellen of Koons & Co deel uitmaken van de geldmachine, of er commentaar op leveren. Koons zegt dat de moraal 'heel belangrijk' is.

"Ook dat is deel van het spel. De ironie zit in het kunstwerk, de ironie zit in het commentaar - niemand weet waar de grens ligt tussen ernst en niet-ernst, dat is aan de toeschouwer. Als dit spel goed gespeeld wordt, kan dat zeker interessant zijn, maar ook hier geldt: wordt het herhaling, een eindeloze variatie van dezelfde truc, dan gaat de lol er af."

Dat de wereld van het grote geld een 'amoreel universum' vormt, zal niemand verrassen. Maar hoe staat het met de moraal in andere sectoren, van de accountancy tot het onderwijs, van de olie-industrie tot de kunst? Deel 15 van een serie.

Arnold Heumakers: 'Het talent van een kunstenaar kan sterker zijn dan zijn standpunten. Ik heb ook Céline's antisemitische pamfletten gelezen, die zijn stilistisch geweldig.' Foto Lars van den Brink

Wie is Arnold Heumakers?

Arnold Heumakers (1950) studeerde geschiedenis en doceerde Algemene Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn boek 'De esthetische revolutie', dat vorig jaar verscheen, was tevens zijn proefschrift. Heumakers was recensent voor De Volkskrant en NRC Handelsblad en publiceerde in verschillende literaire tijdschriften.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden