De heilige Gerlach heeft wel bestaan maar verrichtte geen wonderen

Al eeuwenlang ligt in een klein kerkje in het Limburgse Houthem het gebeente van de heilige Gerlach begraven. Pelgrims bezoeken zijn graf en vragen om genezing. Tot voor kort was er nauwelijks iets bekend over deze middeleeuwse kluizenaar. Totdat de Groningse historica Anneke Mulder-Bakker een onderzoek begon. Ze bestudeerde het leven en zelfs het gebeente van de heilige.

De middeleeuwen waren in volle gang toen Gerlach werd geboren in het zuiden van Limburg. Hij leidde een leven als krijgsman, met alle zonden die daarbij horen. Maar plotseling zag hij het licht. Zich schamend voor zijn losbandig verleden bekeerde Gerlach van Houthem zich. Hij maakte een lange pelgrimstocht en bij thuiskomst vestigde hij zich in een oude eik. Hij at geen vlees en dronk geen wijn. Onder zijn wapenrusting, die hij nooit meer afdeed, droeg hij een haren kleed. Elke dag liep hij op blote voeten naar Maastricht om te bidden in de kerk van de heilige Servaes.

Toen Gerlach van Houthem in 1165 stierf, werd hij begraven in een kist die gemaakt was van het hout van zijn eik. De plaatselijke bevolking vergat hem niet. Talloze genezingen vonden plaats op zijn graf en zo'n veertig jaar na het overlijden van de heilige verrees een klooster in Houthem. Tot op de huidige dag rust het gebeente van Sint Gerlach er in een prachtig barok kerkje.

Niet bekend

Dat deze heilige echt bestaan heeft, staat voor haar als een paal boven water. “Er is natuurlijk geen geboorte-akte meer. Maar als je het heiligenleven goed leest, dan is het duidelijk dat we te maken hebben met een historische figuur en niet met een verzinsel.” De monnik die het leven van Gerlach beschreef, maakte veel gebruik van de mondelinge overlevering. Hij zocht de mensen op die de heilige gekend hadden. En met behulp van die verhalen, schreef hij de 'vita' (levensbeschrijving). Zo gaat het verhaal dat Gerlach eens onderdak vroeg bij een bejaard echtpaar, maar niet in het bed wilde slapen. Hij vleide zich neer op de vloer voor het bed. Hij was niet heel geleerd en kende geen ingewikkelde gebeden. Een jonge priester hoorde hem eens bidden: geen latijn, maar gewoon heel veel wees gegroetjes.

Gerlach ageerde tegen de zondige levenswijze van rijke monniken en heren van Zuid-Limburg. Hij was iemand die zelf geen vlees at en zijn brood vermengde met as, maar ondertussen wel armen en pelgrims maaltijden verschafte. De eik waarin hij woonde stond niet ver van een drukke weg. “Gerlach was voor zijn tijd een typische heilige”, zegt Mulder-Bakker. “De twaalfde eeuw was een turbulente periode voor het christendom. Hervormingsbewegingen kregen grote aanhang en vooral in de Nederlanden lag de nadruk sterk op een vroom en sober leven. Bovendien was heiligheid niet alleen voor geestelijken weggelegd. Zelfs een zondige ridder als Gerlach kon uiteindelijk uitverkoren worden.”

In tegenstelling tot heremieten uit eerdere eeuwen bleven kluizenaars als Gerlach sterk betrokken bij de samenleving. Die houding maakte hem bijzonder populair bij de plaatselijke bevolking en gehaat bij de plaatselijke geestelijkheid. De monniken van het nabije klooster Meerssen waren er niet blij mee als de bevolking giften bij een heremiet bracht in plaats van bij hen. “Deze monniken beschuldigden Gerlach ervan dat hij goud in zijn eik verborgen zou hebben”, weet de onderzoekster. De bisschop liet daarop de eik omhakken, maar Gerlach bleek onschuldig. Ter compensatie kreeg hij een kapelletje van het hout van de eik.”

De monniken van Meersen bleven echter jaloers. Toen Gerlach uiteindelijk stierf, was er dan ook niemand om hem het heilig oliesel toe te dienen. Daarop verscheen Sint Servaes om die rite te volvoeren.

De jaloezie van de kloosterlingen is tekenend voor die tijd. Er waren onvoldoende geestelijken om de zielzorg voor de parochie te doen. De bevolking zocht daarom zijn heil bij een vrome man als Gerlach. Juist in deze tijd hadden gewone mensen behoefte aan geestelijke zorg. In de vroege middeleeuwen speelde het christendom geen belangrijke rol in het dagelijks leven. Het volksgeloof diende tot bescherming tegen ziekten, misoogsten en andere gevaren. “Daar kwam in deze periode verandering in”, zegt Mulder-Bakker. “Het christendom drong ook door in het dagelijks leven, maar de mensen hadden nog altijd behoefte aan bescherming. Die rol werd overgenomen door de heiligen.”

Dat verklaart waarom Gerlach in een eik woonde, waarom de aarde van zijn graf als geneeskrachtig werd beschouwd, evenals het water uit de bron die vlakbij zijn woonplaats lag. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met een plaats die al heel lang als heilig werd beschouwd. De sacrale betekenis van eik, aarde en bronwater is via Gerlach gekerstend en bereikbaar gebleven voor de bevolking.

Soms leverde dat wonderlijke situaties op. In de vita staat dat de botten van Gerlach niet in de grond wilden blijven en steeds vanzelf boven kwamen. Wat was echter het geval? De aarde van het graf werd als geneeskrachtig beschouwd; men wreef het tussen de horens van het vee om het tegen ziektes te beschermen. Dag in dag uit namen mensen aarde van het graf mee en groeven zo het gebeente gewoon uit. Nog altijd is er een open ruimte onder de schrijn van de heilige Gerlach waar mensen aarde weg kunnen halen.

Behalve de levensbeschrijving zijn er ook tastbare overblijfselen van de heilige: zijn gebeente. In 1990 werd het achtste eeuwfeest van de heilige Gerlach gevierd. Hierbij werd zijn schrijn voor het eerst in lange tijd geopend. Toen werd het plan geboren om ook de botten te bestuderen. Daarvoor moest toestemming komen van de bisschop, maar ook van de gelovigen uit Houthem. “Dat heeft een tijdje geduurd. De inwoners van Houthem waren bang dat de wetenschap hen het geloof in hun ridder-heilige zou ontnemen.”

Dat is niet gebeurd. Fysisch antropologe Juliëtte Pasveer onderzocht de botjes. Haar analyse wees uit dat het ging om een man die langer was dan gemiddeld, namelijk 1,77 meter. Uit bestudering van het gebit en de ruggewervels bleek dat hij ongeveer veertig jaar moet zijn geweest toen hij stierf. “Het meest interessante was de toepassing van de zogenaamde 'koolstof-14 methode'. Hiermee kon niet alleen de leeftijd van het gebeente worden vastgesteld, maar ook het dieet van de heilige van de laatste vijf tot tien jaar van zijn leven. Aanvankelijk schrokken de onderzoekers nogal van de resultaten. De botjes werden tussen de 874 en 965 jaar oud geschat. Veel te oud dus. Een Groningse wetenschapper ontdekte echter dat het eten van vis invloed heeft op het C14-gehalte in het bot. Zee- en riviervoedsel heeft een afwijkend gehalte aan koolstof en dat is ook in het gebeente te zien.”

Aan de botten kun je zien dat Gerlach veel vis gegeten moet hebben en wanneer je dat erbij betrekt klopt de datering wel degelijk, verklaart Mulder-Bakker. “Bovendien klopt het ook met de vita.”

Ook het doek waarin het gebeente van de heilige al eeuwenlang was gewikkeld, werd nader bestudeerd. De 'Abegg-Stiftung' in Zwitserland, het meest geavanceerde instituut ter wereld op het gebied van textiel-onderzoek, was bereid de stof te onderzoeken. Het bleek een tunicella te zijn, een middeleeuws misgewaad. De Zwitserse onderzoekster Mechteld Flury-Lemberg gelooft niet dat de tunicella ook werkelijk door de heilige is gedragen. Anders was dat met een klein stukje harige stof dat op de stof was gekleefd. Dat zou heel goed een stukje van de haren mantel van Gerlach kunnen zijn. Of dat inderdaad zo is, zal waarschijnlijk nooit meer onderzocht kunnen worden. Want bij het onderzoek van de tunicella werd dit stukje stof weggehaald en lijkt nu spoorloos verdwenen. Bovendien werd de tunicella na het onderzoek in Zwitserland gerestaureerd en vervolgens gewassen! Dat is mooi voor het kerkje in Houthem waar het gewaad nu weer zo goed als nieuw wordt tentoongesteld, maar een ramp voor de onderzoeker, omdat alle sporen van het gebeente hiermee voorgoed verdwenen zijn.

Voorlopig is het onderzoek afgesloten. De bevindingen zullen binnenkort gepubliceerd worden in een boek, onder de titel 'De kluizenaar in de eik. Gerlach van Houthem en zijn verering'. De schrijn van de Houthemse ridderheilige is inmiddels weer verzegeld. De heilige Gerlach kan vredig rusten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden