De heidenen zijn terug in Tarsus

Het Vaticaan heeft 2008 uitgeroepen tot het jaar van de apostel Paulus. Trouw-correspondent Erdal Balci reist in de voetsporen van de apostel, die met zijn reizen en brieven het christendom verspreidde en vormgaf. Deel 4 (slot): de afkeer van God in het land van Paulus is met Veysel en zijn saz begonnen.

Het is vrijdag, de dag dat de imams zich mogen uitleven op de minaretten. De imam van de wijk waar de apostel Paulus is geboren zingt de mensen toe, neemt ongewoon lange adempauzes, baritont streng dat Allah groot is en brengt een nasale boodschap aan iedereen. Het is tijd om met de voorhoofden naar de vloer te gaan.

Maar wij, alle bezoekers van het restaurantje, zullen niet bidden. De eettent heeft haar baarmoeder geopend voor ons afvallige heidenen. Iets verderop is het huis waar Paulus is geboren. Het heilige huis, de moskeeën, de zingende imams: de geur van de straten is die van de religie. Maar toch blijven we binnen. Ook Klein-Azië, het land van Paulus, begint mondjesmaat de goden en de profeten de rug toe te keren.

Had Paulus een zevenjarige jongen, die door een ziekte net blind is geworden, kunnen overtuigen van de goedheid van God? Deze opgave bleef de apostel bespaard, want de jongen die geen licht meer zag, was negentien eeuwen later dan Paulus geboren, in een stadje in Sivas in Centraal-Anatolië. Het was niet het geloof in God maar het Turkse snaarinstrument de saz die de kleine Asik Veysel levensvreugde gaf. De kleine jongen speelde op zijn instrument, schreef de mooiste teksten die de Turkse muziek kent en stierf in dezelfde omstandigheden waarin hij was geboren: arm.

De afkeer van God in het land van Paulus is misschien een beetje met Asik Veysel begonnen. Deze afkeer is in de stad van Veysel, na een afgrijselijke brand die vijftien jaar geleden werd aangestoken, alleen maar groter geworden. En de hoogtijdagen voor het atheïsme ’op de bakermat van het christendom’ zijn ingegaan nadat de religieuzen de macht hebben overgenomen.

Veysel die blind, arm en onbekend was, reisde als troubadour eind jaren dertig van stad naar stad. Blindheid, armoede, een zeurende vrouw, niets had hem van zijn geloof kunnen laten vallen. Maar toen hij in 1940 naar Tarsus kwam, een kamertje huurde in een bijna vervallen hotelletje – niet ver van het huis waar Paulus is geboren – kon hij in zijn hart niet anders dan rebels zijn tegen God. Hij schreef:’Ik reisde naar Istanbul, Izmir en Ankara. Enkel in Tarsus ben ik bestolen. Ik heb geen verstand van dit soort kunstjes: de deur is op slot, de beurs zit in mijn zak maar het geld is weg. Er is geen Jezus die opstijgt en verdwijnt. Mogen de dieven blind worden aan beide ogen. En moge Tarsus bekend raken met dit verhaal van mij. De deur is op slot, de beurs zit in mijn zak, maar het geld is weg...’

Het hotel waar Veysel is bestolen, is nu gerenoveerd. Bezoekers kunnen tegenwoordig de kamer bezichtigen waar het geld van de blinde troubadour is gepikt. Ook het huis waar volgens verhalen Paulus is geboren en getogen, is gerestaureerd. De gemeente heeft om een putje heen een huis in romaanse stijl gebouwd. De verwachting is dat duizenden christelijke pelgrims de stad zullen aandoen.

In de eettent zit ik met Yusuf Beyhan. De oud-onderwijzer is 68 jaar en in hart en nieren een ongelovige. Hij zegt met een brede grijns: „Het is allemaal lariekoek. Jezus, Mohammed en de andere profeten. De mensheid moet zo langzamerhand de intelligentie bereikt hebben dat men geen behoefte meer heeft aan die kinderlijke verhalen.”

Beyhan en vele anderen zijn van de school van Aziz Nesin. De satireschrijver was een overtuigd atheïst en deinsde er niet voor terug om te pas en te onpas het geloof, en in het bijzonder de islam, te bestrijden. Hij deed dat ook vijftien jaar geleden in Sivas. In deze stad stak hij in aanwezigheid van draaiende camera’s de draak met de moslims en de Koran. Verhitte moskeegangers bestormden na hun gebed het hotel waar Nesin en enkele tientallen andere intellectuelen verbleven om te spreken op een conferentie. Het hotel staken ze in brand en susten zo hun woede. Bij die brand kwamen 37 bekende intellectuelen en kunstenaars om.

Yusuf Beyhan, bij de put van het huis van Paulus: „Het kan niet anders dan dat veel mensen na die vreselijke brand het geloof de rug hebben toegekeerd. Nesin ging enkele jaren na die brand dood, maar zijn uitspraak dat minstens tachtig procent van de Turken achterlijk is, is springlevend. Ik denk dat hij daarmee bedoelde dat tachtig procent in Turkije gelovig is.”

De verzengende hitte maakt dat we niet lang bij de put kunnen blijven zitten. Beyhan is op leeftijd en wil naar huis om uit te rusten. Voordat hij weggaat, zegt hij: „Het is een grote leugen dat 98 procent van dit land islamitisch is. Minstens twintig procent gelooft niet in God. En het aantal atheïsten wordt alleen maar groter, gelukkig maar.”

Paulus’ grootste inspanning was de Joden en de heidenen te verenigen in het geloof in Jezus. Eén van de grootste obstakels was de kwestie van de besnijdenis. Paulus vond de besnijdenis niet belangrijk. Het ging niet om de vorm, maar om de inhoud.

Vorig jaar klaagde een advocate, in een van de plaatsen die Paulus op zijn voetreis had bezocht, haar ex-man aan omdat hij zonder haar toestemming hun zoontje had laten besnijden. De nieuwe heidenen in het land van Paulus zijn niet meer bang.

In het land waar de islamisten aan de macht zijn, is het verweer tegen het geloof ook sterker. Het borrelt ook in Tarsus bij de ongelovigen. Net als alle steden in Klein-Azië krijgt ook de geboortestad van apostel Paulus zijn heidenen terug. Ayten Korkmaz is een van hen. Ze is een achternicht van Beyhan, 23 lentes jong, socialist in hart en nieren en ervan overtuigd dat geloof opium is voor het volk. „Ze proberen de stad te veranderen in een pelgrimsoord voor christenen. Ze doen het voor het geld. Zo hypocriet zijn ze. De religie is niet alleen opium maar ook een bron van inkomsten.”

De avond valt in. De imams zingen weer dat er gebeden moet worden. Ayten zegt wat voor hekel ze heeft aan dit zingen vanuit de minaretten. „Ze leggen iedereen hun geloof en hun manier van leven op”, zegt ze, terwijl ze de sigarettenrook uitblaast. Ze kijkt erg boos uit haar zwarte ogen.

Paulus en Asik Veysel hebben in andere tijden geleefd, maar hun wegen hebben elkaar gekruist. Beiden hebben ze deze stad meegemaakt. Voor Veysel heeft het niet zo goed uitgepakt. Zijn woede heeft hij snel van zich afgeworpen en hij heeft verzen geschreven die betrekking hadden op hem en op Paulus. Hij schreef:

’Voor vriendschappen heb ik mijn leven vergooid, elke keer met de hoop dat ik die had gevonden. Nu weet ik dat ik slechts een grote vriend heb, en dat is de grond die mij in zich gaat opnemen’.

Paulus is omarmd door de grond van Rome, Veysel door die van Sivas. De grond zal alle heidenen van Klein-Azië ook wel een liefdevolle knuffel geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden