De hei kun je prima verhuizen

De natuur is best mobiel. Het verplaatsen van een stukje heide kan helpen om een natuurgebied sneller te laten herstellen.

Voorzichtig neemt de mini-graafmachine een hap uit de koude bodem van het heideveld van Nationaal Park de Hoge Veluwe. Een winters boeket van struikheide en dopheide bungelt even in de lucht en wordt vervolgens op een houten pallet gelegd, klaar voor vertrek naar een particuliere tuin een paar kilometer verderop. "Een soort tweedehands natuur", zegt Harro de Jong, terwijl hij zijn bergschoenen in de ochtenddauw zet. Het viel de landschapsarchitect al langer op dat er niets gebeurde met de plaggen hei die vrijkomen bij het verschralen van de Nederlandse heidevelden, een gangbare maatregel om dit type natuur in stand te houden. "Dat spul wordt normaal gesproken weggegooid, terwijl je die plantjes opnieuw kan gebruiken."

Zo kwam hij op het idee van natuurtransplantatie: het verplaatsen van een stukje hei. Vorig jaar ging onder leiding van De Jong een lap van 50 bij 50 meter Veluwse heide de vrachtwagen in, om vervolgens als park te worden neergelegd in de Arnhemse binnenstad, tegenover de nieuwe bibliotheek. De plantjes in het Bartokpark slaan goed aan en inmiddels steekt een nieuwe generatie heidesprietjes uit het zand omhoog.

De bodem blijkt cruciaal voor het welslagen van natuurtransplantatie. "Net als bij pizza", grapt De Jong. "In de bodem zitten schimmels die heideplanten nodig hebben om voedingsstoffen uit de grond te halen. Door het bodemleven mee te verhuizen, doen de plantjes het beter op hun nieuwe plek." zegt de landschapsarchitect. De Jong kiest voor een grondige aanpak met heideplakken van wel 30 centimeter dikte, maar de natuurtegels zijn te duur om op grote schaal te gebruiken. Daar is gelukkig wat op gevonden. Ecoloog Martijn Bezemer van het Nederlands Instituut voor Ecologie onderzoekt transplantatie voor grote gebieden, waarbij heideplagsel in stukjes wordt verdeeld over een aantal hectares met behulp van een mestverspreider. Een soort transplantatie light dus, ideaal om natuurontwikkeling te versnellen op plekken waar dat niet vanzelf gaat.

Bodemtransplantatie

De Wageningse onderzoeker gebruikt zelf de term 'bodemtransplantatie' en geeft een voorbeeld. "Veel natuurherstel vindt plaats op voormalige landbouwgronden. Met verschillende maatregelen wordt de fosfaatrijke bodem verwijderd, zoals door afplaggen of afgraven. En dan begint het wachten. Het blijkt soms ongelooflijk lang te duren voordat de gewenste planten opkomen, wat onder meer te maken heeft met het ontbreken van een goede bodem met de nodige schimmels en zaden."

In zo'n geval kan transplantatie wonderen verrichten, stelt Bezemer. Door een dun laagje bodemleven van een ander natuurgebied over de kale zandgrond uit te strooien, wordt het natuurherstel op gang gebracht. Bezemer heeft hoge verwachtingen van de techniek en merkt een toenemende interesse bij beheerders. Dat is een doorbraak, stelt de ecoloog. Want lange tijd was het in de groene sector not done om natuur van elders te introduceren. "De heersende gedachte was dat het vanzelf moet gaan. Een beetje een Spartaanse aanpak eigenlijk."

In natuurgebied Reijerscamp in het Gelderse Wolfheze is de proef op de som genomen. Het voormalige akkerbouwgebied van 180 hectare is tien jaar geleden in eigendom van Natuurmonumenten gekomen en ligt inmiddels in het Natuurnetwerk Nederland, ook wel bekend als Ecologische Hoofdstructuur. De verrijkte grondlaag werd op een aantal delen van Reijerscamp weggegraven, waarna een laagje heideplagsel over de zanderige bodem gestrooid werd, afkomstig van een naburig natuurgebied.

Veldleeuweriken

Een ijzige wind steekt op en Bezemer beent over de vlakte, op weg naar een van de proefvlakken die dichtbegroeid is. Met dichtgeknepen ogen kijkt hij naar een deken van opkomende mosjes en heideplantjes. "Hier word ik helemaal blij van", glundert de onderzoeker.

Ook de beheerder van Reijerscamp, Machiel Bosch van Natuurmonumenten, is enthousiast over het experiment. "Met het aanbrengen van een flinterdun laagje heideplagsel hebben we 30 tot 40 jaar overgeslagen. Normaal duurt het ongelooflijk lang voordat de heide op zulke kale grond weer groeit. Ik vind het spectaculair." zegt Bosch. Hij benadrukt het belang van het meegebrachte bodemleven. "Natuurbeheerders kijken nog te weinig naar wat er in de grond zit. De bodemecologie is zo belangrijk, het heeft veel meer invloed op natuurherstel dan we denken. In de toekomst moeten we daar meer gebruik van maken." Elk voorjaar bloeit de heide inmiddels op Reijerscamp en Bosch geniet van de nieuwe bewoners die zich na de metamorfose hebben gemeld. "Je hoort veldleeuweriken en boomleeuweriken weer fluiten, een prachtig geluid. Ook zijn er bijzondere insecten gesignaleerd, zoals zandloopkevers en heidevlinders."

Is transplantatie een uitkomst voor alle natuur? "Sommige ecosytemen zijn nogal honkvast", vertelt onderzoeker Bezemer. Toch zijn de eerste resultaten van de tientallen proefvelden in de Nederlandse natuur hoopgevend. Wat hem betreft volgen er meer groene operaties om de natuurontwikkeling op kale bodems te versnellen. Zijn evenknie De Jong ziet mogelijkheden om met transplantatie een nieuw onderkomen te vinden voor bedreigde natuur, tot in de stad toe. Volgens de landschapsarchitect zijn steden als ecotoop nooit serieus genomen, maar liggen de kansen voor het oprapen. "Hele woonwijken zijn gebouwd op zand, het strand ligt er onder elke stoeptegel. De stad is de ideale schrale bodem waar natuurbeheerders naar op zoek zijn." Hij droomt over duinen op winderige stadsdaken, of hoogveen op hoge gebouwen, zoals is uitgeprobeerd op het Nederlandse paviljoen van de World Expo 2000 in Hannover. "Hoogveen heeft alleen regenwater nodig, platte daken zijn dan ideaal."

Plannen genoeg, maar vooralsnog blijkt de heideplag het meest mobiel. En met een groot voordeel: het ligt voor het oprapen. "Natuurbeheerders zijn blij als je helpt afplaggen. Het kost hen alleen maar geld om de heide in stand te houden." zegt De Jong. Hij mocht zijn heidetegels dan ook gratis wegsnijden uit Nationaal Park de Hoge Veluwe. "Zoek maar uit wat je wilt, zei de beheerder." De landschapsarchitect kreeg zelfs wat extra bomen toegestopt, waaronder een stel berken en grove dennen. "Die moeten ze ook kwijt, anders groeit de hele Veluwe ermee dicht."

Hij heeft nog geen onderhoudsplan om de oprukkende grassen op het mini-heideveldje in de stad tegen te gaan. Want ook daar moet op den duur iets aan gedaan worden om de heideplantjes de ruimte te geven. "Ik denk dat we af en toe een kudde schapen inhuren om in het Bartokpark te grazen. Dat is nog leuk ook, dan maken we er meteen een feestje van met de stadsbewoners." De pallets zijn inmiddels volgeladen met plaggen, klaar om te worden verscheept naar Arnhem. De Jong kijkt tevreden over het licht glooiende landschap van het Nationaal Park de Hoge Veluwe. "Stop die hei in zakken en verkoop ze aan tuineigenaren. Mooier dan hier krijg je het niet, compleet met bekertjesmos en decoratieve grassen. Dit is de grootste Intratuin van Nederland!"

Landschapsarchitect Harro de Jong in het Arnhemse Bartokpark, waar nu heide groeit die afkomstig is van de Veluwe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden