'De Heer weet heus wel of ik het meen'

'Belt u over een halfuurtje terug, ik ga eerst bidden.' Kan dat wel? Tentoonstellingen in topmusea, boeken, cursussen en radioprogramma's wijzen erop dat christenen de stilte van het gebed weer ontdekken. Maar hoe bid je eigenlijk, geknield, staand, zittend? En is God aan te spreken als een ander mens? Een serie waarin joodse, christelijke en moslimburgers praten over hun persoonlijke gebedsleven. Dit is de laatste aflevering van de serie over het gebed. De vorige afleveringen verschenen op 1, 4, 8, 11, 15 en 22 november.

“Ik ben een oude rakker van 80 jaar. Ik ben vroeger altijd rustig geweest, want als politieman moet je voor rust en orde zorgen en dat ging mij altijd goed af. Nu ben ik gauw opstandig. Als ik ergens onrecht zie, maak ik me druk. Zoals toen ik in het ziekenhuis lag. Je hoort dan iemand op de zaal 's nachts een zuster bellen en mopperen: waar blijft die zuster toch. Dan wind ik me op, want ik vind dat die kinderen in het ziekenhuis zo moeten hollen en vliegen. Ik heb het altijd voor ze opgenomen. Neem nu de nachtdienst, zo'n meisje alleen heeft de verantwoording voor de hele afdeling. In het Diakonessen zijn ze altijd heel goed voor me geweest. Maar nu zal ik het ritueel vertellen hoe ik weer tot de Heer ben gekomen.

Vroeger was ik nooit ziek, maar nu staat mijn ene hartklep open, en de andere is bijna dicht, ik heb reuma en diabetes en heb astmatische bronchitis. Ik heb drie maanden in het ziekenhuis gelegen, ben tot aan de hemelpoort gekomen. Twee keer heb ik een visioen gehad. Ik lag in het ziekenhuis te staren en te prakkizeren over mijn zoon, en zag toen een grote lichtblauwe vlek, een eivormig blauw veld, met een mansfiguur met lange haren en een rode capuchon, dat moet Onze Lieve Heer geweest zijn. Hij sprak zuiver tot me en zei: 'Jongen, zet het nu maar uit je hoofd, die zoon van je'. Ik ben daarna heel rustig geworden. Het tweede visioen kreeg ik toen ik op de intensive care lag. Ik zag mijn schoonzoon, die dood is, mijn vrouw, mijn ouders en die zeiden: Nee, je mag er nog niet in.

Ik ben r.-k., ik was wel gelovig, maar deed er niets aan. Ik heb wel netjes geleefd hoor, maar de kerk dat vond ik maar niets. Die bisschoppen die vertrappen de mensen. Soms bad ik, als ik over iemand inzat. Ik heb een dochter bij wie alles tegenloopt en kijk, dat kaarslampje en die bloemen, die staan bij de foto van mijn overleden vrouw.

Ik ben niet bang om dood te gaan. Toen ik zo ziek was zei ik: 'Heer, ik ben bereid, zeg me wat ik doen moet. Maar ik zou graag nog een tijdje bij mijn kinderen blijven.'

Toen ik in het ziekenhuis was ging ik naar een oecumenische dienst. Ik heb daar liggen luisteren en ben zo vol geworden. De dominee had een witte pij aan met een krokus erop, en ik heb gehuild, gehuild, ik was zo blij, dat ik het niet kan zeggen. 's Avonds heb ik gebeden: Lieve Heer, ik ben blij dat U me opgenomen hebt. In gedachten kreeg ik het antwoord: 'Je kan nog meer doen'. Weet je, ik schaam me niet, te zeggen wat ik gezien heb.

Naast me in het ziekenhuis lag een man, een lastige patiënt en hij was bang. Het klikte meteen, hij nam me in vertrouwen. Ik zei tegen hem: 'Je bent geen christen, hè?' Zijn vrouw was dat wel. 'Waarom bid jij niet meer,' zei ik tegen haar. 'Kind, je moet blijven vertrouwen, je moet de Heer, of de Heiland, hoe je hem ook noemt, blijven aanroepen.'

Bij de EO zie ik wel eens op de televisie hoe slijmerig mensen hun verhaal vertellen. Dat wil ik beslist niet. Dan zie je een man met een grauw gezicht, net of-t-ie aan het verhoren is. Het lijkt verdikkeme wel een rechercheur. Onze Lieve Heer weet heus wel of ik het meen.

In het ziekenhuis kreeg ik contact met een patiënt, die geen braaf leven had gehad. Ik kende hem. Toen ik zei dat ik bij de politie was geweest schrok hij. Ik zei tegen hem: 'Jochie, je moet vooruit kijken, niet achteruit. Jij bent katholiek, jij doet er ook geen donder aan. Je moet bidden, jochie.' Zo heb ik veel mensen die ik in het ziekenhuis tegenkwam aangesproken.

Ik ben pas door een van mijn kleinzoons uitgenodigd te komen eten, bij hem en zijn vriendin. Ze hadden zich zo uitgesloofd, lief hè. Hij zit voor zijn examen en ik zeg; 'Jochie, je hebt de Lieve Heer nodig, je moet bidden voor je examen'.

Ik moet het kalm aan doen. Als ik druk doe ga ik hyperventileren. (Neemt de tabletten in die mevrouw Vink, zijn vriendin die voor hem zorgt, heeft klaargelegd. Boven de televisie hangt een afbeelding van Madonna met kind). Als mijn suiker hoog is krijg ik last van mijn ogen. Dan zit ik hier in de stoel met mijn ogen dicht en dan bid ik: Moeder Maria sta me toch bij want ik heb het zo benauwd. Of Onze Lieve Heer me hoort? Jazeker, ik voel dat-ie naar me luistert, maar hij zegt altijd: 'Hoor eens, alles kan niet tegelijk'.

Ik bid iedere avond. 's Morgens vergeet ik het wel eens, dat zeg ik eerlijk. Maar als ik dan in mijn stoel zit bid ik een paar Onze Vadertjes.

's Avonds ben ik vaak zo moe, zo moe. Ik heb het nog wel eens dat ik 's avonds lig te bidden en dat ik dan de tekst niet meer weet, dan zeg ik: 'Duivel, maak dat je wegkomt'. Ik bid 's avonds drie Onze Vaders en drie weesgegroetjes en daarna smeek ik in mijn eigen bewoordingen dat de mensen die mij zijn voorgegaan in het hemelrijk zijn opgenomen. Dan een half weesgegroetje, dan bid ik dat mijn ogen dichtvallen en dan ben ik vertrokken. Dat is heerlijk.

Ik heb een tijdje zware medicijnen gehad: 50 milligram seresta, want ik sliep zo slecht, maar drie uur per nacht. Die medicijnen maakten het moeilijk om te bidden. Dan voel je je wegzakken. Nu heb ik veel minder, 10 milligram.

Als ik nu naar bed ga, dan ben ik op. Dan ga ik liggen en voel ik zand in mijn ogen, maar dan zeg ik: 'Nee, nog niet, eerst bidden'.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden