De ‘hardwerkende Nederlander’ moet nog harder werken

Uitgaande van de ervaring van Dries van Agt dat politiek vooral een kwestie is van ‘akoestiek en optiek’, heeft VVD-fractievoorzitter Rutte deze week in het treffen met het kabinet-Balkenende IV de sterkste prestatie geleverd.

In de eerste plaats deed hij de uitspraak die vermoedelijk de langste nagalm zal hebben: ‘Dat tweede kabinet-Den Uyl is er toch gekomen. Het zit dáár! En het wordt geleid door een premier van het CDA’. Daarnaast maakte hij in twee dagen tijd ‘de hardwerkende Nederlander’ tot een begrip. De politieke boodschap van Rutte was dat deze Nederlander, ‘die ’s ochtends om zeven uur opstaat’, van dit Uyliaanse kabinet van ‘de boel bij elkaar houden’ het ergste heeft te vrezen, vooral in zijn portemonnee.

De retoriek en de aanvalslijn kwamen rechtstreeks uit het politieke wapenarsenaal van Hans Wiegel, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw met succes oppositie voerde tegen het eerste en enige kabinet-Den Uyl. Daarmee sloeg Rutte op subtiele wijze terug naar zijn verre voorganger, die hem vorige week op het VVD-congres hard liet vallen. Volgens Wiegel toonde Rutte zich met de verwijdering van Rita Verdonk uit de fractie ongeschikt voor het leiderschap van de VVD. In de ogen van de oude vos zijn in deze positie nu eenmaal twee dingen essentieel: je moet het gat naar rechts afdichten en de verschillende stromingen in het liberale huis bijeenhouden. Rutte is in het één noch het ander geslaagd, dus moet hij weg.

Het verschil met de periode-Wiegel is, dat degenen die tegen zijn leiderschap wroetten dat binnenskamers deden en niet voor het oog van de tv-camera’s. Een belangrijker verschil is dat de polarisatie in die tijd vooral langs economische lijnen liep. Daarmee konden de grote partijen, voortgekomen uit de strijd tussen kapitaal en arbeid, gemakkelijker uit de voeten dan met de sociaal-culturele tegenstellingen die nu het politieke debat beheersen en door gebrek aan eenduidige antwoorden tot een scheiding der geesten leiden.

De verlegenheid was de afgelopen jaren zo groot dat sterke en slimme solisten als Hirsi Ali, Wilders, Verdonk en Jami hun partijen uit evenwicht konden brengen. De afgelopen week toonde het begin van een kentering. Rutte behaalde in de VVD een overwinning op de Verdonk-vleugel. Hij kreeg de steun van een grote voorganger, Frits Bolkestein, die hem voorhield dat positie kiezen de beste remedie is tegen politici die luidkeels de angst exploiteren. Deze geest was deze week ook vaardig in de Tweede Kamer, waar premier Balkenende voor het eerst ferm en zelfverzekerd stelling nam tegen de populistische anti-islampolitiek van Wilders.

De kentering werd ook zichtbaar in de teruggekeerde dominantie van economische thema’s in het debat. In dat perspectief was het niet zo vreemd dat Rutte op Wiegeliaanse wijze poogde de hardwerkende Nederlander tot bondgenoot te maken tegen een kabinet dat wil investeren in de gemeenschap. Openbare voorzieningen boven particuliere welvaart was het adagium van de Amerikaanse econoom John Galbraith, een van de inspirators van Joop den Uyl, die het vertaalde in het motto ‘de boel bij elkaar houden’.

Galbraith waarschuwde in 1958 al dat een politiek gericht op individuele welvaartsvergroting leidt tot verwaarlozing van publieke voorzieningen (zorg, onderwijs) en daarmee tot een tweedeling in de samenleving. Hij was een voorstander van sociale investeringen, omdat die aan de economie ten goede zouden komen, veel meer dan een politiek van ieder voor zich en God voor ons allen. In ons polderland zijn de verhoudingen nooit zo scherp geweest als in het kapitalistische Amerika, maar de Fortuyn-revolte van 2002 heeft laten zien dat de risico’s waarvoor Galbraith waarschuwde niet denkbeeldig zijn. Het beeld van de paarse puinhopen was misschien wat overdreven, maar de janboel en de affaires in verschillende publieke sectoren maakten wel zichtbaar dat hier de rot had toegeslagen.

Het vierde kabinet-Balkenende brengt nu een duidelijke verschuiving aan van private welvaartsgroei naar sociale (en ecologische) investeringen, maar of het zijn doel ook bereikt is allerminst zeker. Sterker nog, het kon wel eens bijdragen aan een verdere economisering van het leven en daarmee aantasting van sociale verbindingen door de alles overheersende inzet op arbeidsparticipatie. Meer mensen moeten aan het werk en meer mensen moeten langer werken om de publieke voorzieningen in het vergrijzende Nederland op peil te houden. Dit betekent simpelweg dat de druk op jongere generaties met kinderen zal toenemen om buiten de deur aan het werk te gaan of hun deeltijdbaan uit te breiden. Een inperking dus van de keuzevrijheid.

Hoewel er twee traditionele gezinspartijen aan meedoen, voert het kabinet de druk eerder op dan dat het voor verlichting zorgt. Zo wordt de veelbesproken ‘aanrechtsubsidie’, de belastingkorting voor de thuisblijvende ouder, versneld afgeschaft. Het CDA maakte die omslag vorig jaar al, PvdA en ChristenUnie zijn nu ook overstag gegaan. Alleen voor gezinnen met jonge kinderen blijft de keuzevrijheid nog intact. Al is dat betrekkelijk zolang het kabinet de 65-plusgeneratie blijft ontzien en niets doet aan de hypotheekrenteaftrek die de prijzen zo heeft opgedreven dat een eigen woning voor jonge gezinnen haast onbereikbaar is geworden. Als het hen al lukt een huis te kopen, moeten ze krom liggen voor de woonlasten.

In dit perspectief krijgt het begrip ‘hardwerkende Nederlander’ ineens een wat andere betekenis. Deze Nederlander heeft van Balkenende IV zeker te vrezen, maar in een andere zin dan Rutte bedoelde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden