Reportage

De hardnekkige achterstand van Amsterdam-Osdorp

Bij Marga Loyer is al drie keer ingebroken.Beeld Jean-Pierre Jans

Van prachtwijk tot ontwikkelbuurt. Het jargon van de overheid verandert, maar sommige buurten van Amsterdam-Osdorp liggen er al twintig jaar onveranderd treurig bij. Nu ligt er weer een nieuw actieplan, maar gaat dat helpen?

Er is in de Jan Rebelstraat begeleid wonen voor oudere verslaafden, om de hoek wonen zeventig uitgeprocedeerde asielzoekers die het land moeten verlaten. Rechts is een basisschool voor moeilijk opvoedbare kinderen uit heel Amsterdam. Er is opvang voor zieke verslaafden, problematische tieners, ex-gedetineerden, psychiatrische patiënten, jongeren met een verstandelijke beperking. En er is een asielzoekerscentrum.

De verrassende – en niet eens volledige – opsomming komt van wijkagent Adem Karatas (45), die ’s avonds in een politiebusje zijn ‘zichtbaarheidsrondes’ rijdt door de Reimerswaal- en Wildemanbuurt in Osdorp. Binnen tien minuten is een deel van de problemen waarmee de bewoners moeten leven duidelijk. De lage huren trekken de allerlaagste inkomens en kwetsbare groepen. De bewoners komen uit alle windstreken, veel ouderen hier spreken geen Nederlands, vier à vijf keer per dag heeft de wijkagent de tolkentelefoon nodig om een probleem op te lossen.

Karatas: “De verhoudingen zijn zoek. Dit soort opvang moet evenredig over de stad verdeeld worden. Het is voor deze zwakke buurten te belastend. Het zorgt voor negativiteit en dat levert ons veel werk op.”

Beeld L&F

Beschimmelde woningen

De Wildemanbuurt in Osdorp-Noord is al twintig jaar lang een achterbuurt. Hoe kan dat, terwijl in Den Haag en in de Stopera keer op keer beloofd wordt dat de buurt nu echt aangepakt gaat worden? De aanpalende Reimerswaalbuurt figureerde al in 2001 op de Haagse lijst van stedelijke vernieuwingsgebieden, maar lijkt er behalve de nodige nieuwbouw vooral opvanghuizen bij te hebben gekregen. 

De Wildemanbuurt kwam in 2007 op de lijst van minister Vogelaar met prachtwijken, een eufemisme voor verloederde achterbuurten waar hoognodig iets moet gebeuren. Resultaat van alle inspanningen is niet of amper te zien. De SP stelde in maart zelfs Kamervragen over de Wildemanbuurt vanwege beschimmelde woningen en achterstallig onderhoud.

De gemeente geeft het zelf als eerste toe: nog steeds is de armoede hier groot, de leefbaarheid laag en de jeugdcriminaliteit hoog. “De Wildemanbuurt ligt ver onder het Amsterdams gemiddelde, verbetering is er niet”, is de snoeiharde conclusie in het nieuwste programmaplan voor de buurt, dat loopt van 2018-2025. Er is inmiddels een ‘integrale aanpak’ begonnen; alle partijen gaan samenwerken: stadsdeel, politie, jeugdzorg en woningbouwverenigingen. Hebben we dat niet eerder gehoord? En zal het in 2025 echt beter zijn?

Een aantal portiekflats in de buurt krijgt veiligheidsdeuren.Beeld Jean-Pierre Jans

“Er is in mijn wijk genoeg werk voor drie agenten”, zegt Karatas’ collega Jeroen van der Schot (40). Hij was vijf jaar lang wijkagent in de Baarsjes, ook een voormalige probleemwijk met veel bewoners van niet-Nederlandse komaf waar inmiddels flink is gerenoveerd en waar de bevolking steeds gemengder wordt – rijker en witter. Toch schrok Van der Schot zich een ongeluk toen hij in de Wildemanbuurt kwam. “Dat treurige aura! Je raakt nog net niet depressief. Ik maak me heel veel zorgen om de bewoners. De kans dat kinderen met criminaliteit in aanraking komen, is hier tien keer zo groot als elders.”

Agent Karatas stopt het busje bij drie tieners die in het donker op straat hangen. Hij spreekt hen direct aan op hun gebrek aan manieren: “Je roept iemand niet met een vingerknip.” Het gesprek gaat over een boete die iemand kreeg, omdat hij op een quad geen helm droeg. Vriendelijk staat Karatas het drietal te woord. De wijkagenten kennen alle honderd tot honderdvijftig overlastgevende jongens uit de buurt persoonlijk en houden zo goed mogelijk contact.

Van der Schot: “Dat scheelt echt. Dan hoef je bijvoorbeeld bij een arrestatie maar één auto met agenten in te zetten in plaats van drie. Of iemand komt zich zelfs op het bureau melden.”

Steentjes

Aan de buitenkant zien de schimmelwoningen er op een zonnige dag best aardig uit. Maar de bewoners weten beter. De flats zijn gehorig, oud, te weinig onderhouden en hebben slecht hang- en sluitwerk. En de bewoners ervaren overlast van groepen Marokkaanse jongens die intimideren en inbreken. Daarvan heeft bewoner Joris van Gennip (31) in de Schoonboomstraat de buik vol: “Toen ik met bezoek in de tuin zat, gingen ze steentjes gooien. Omdat ik hen daarop aansprak, werd later mijn fietsband lek gestoken.”

Waar bestaat de intimidatie verder uit? “Belletje trekken, naroepen, twee gestolen fietsen.” Daarna volgde twee keer een woninginbraak. Een grote kei ligt als getuige nog in het trappenhuis van de flat met vijf lagen. “Het gebeurde bij het hele rijtje benedenwoningen. In een week tijd is bij zeven huizen ingebroken.”

Op diezelfde manier: een kei door het achterraam, waar hoge struiken voor beschutting zorgen, en hop naar binnen. Toen Van Gennip dit voorjaar aangifte deed, somde hij alle voorvallen op. Hij vroeg wanhopig wat hij moest doen. De opmerkelijke reactie op politiebureau Meer en Vaart was volgens hem: ‘Ga maar verhuizen. Wij hebben het opgegeven’.

Geen gewenst antwoord, vindt wijkagent Van der Schot. Maar door ernstige onderbezetting bij de politie is de pakkans voor een woninginbraak laag, weet hij. Er zijn zelfs uren dat er geen enkele auto patrouilleert in Osdorp, omdat die naar de drukke binnenstad moeten. Sporenonderzoek levert vaak niets op. Vingerafdrukken worden niet gevonden, omdat de vaak jonge criminelen handschoentjes dragen.

Van Gennip heeft net de was gedaan. Het is klam in zijn woning. “Ik sluit altijd alle ramen als ik wegga en ik neem alles van waarde mee. Woningbouwvereniging Ymere vindt dat de huurders zelf moeten zorgen voor betere beveiliging. Maar tralies kosten 700 euro. Als ik zoveel geld had, was ik hier niet gaan wonen.” Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de veiligheid, vraagt Van Gennip zich af: “Politie, gemeente, woningcorporaties?”

De druppel die de emmer deed overlopen, was een straatoverval ’s avonds laat, waarbij een jongen een pistool op zijn buik richtte. Van Gennip heeft na drieënhalf jaar besloten de buurt te verlaten. Met spijt. “De ruimte en het groen die je hier vindt, zijn zeldzaam in Amsterdam.”

Verschil maken

Drie kilometer verderop is het markt op Plein 40-45. In de naastgelegen kantoorflat zetelt Emre Ünver (36). Hij was twaalf jaar lang gemeenteraadslid voor de PvdA, maar werd in mei door verkiezingswinnaar GroenLinks benoemd als de man die als stadsdeelvoorzitter het verschil moet maken voor de 150.000 inwoners van Nieuw-West, waarvan Osdorp en dus ook de Wildemanbuurt deel uitmaken.

Jaloezie op zijn functie lijkt niet nodig. In zijn stadsdeel bevinden zich maar liefst 19 van de 32 door de gemeente als ‘aandachtswijk’ aangewezen buurten van Amsterdam. Die buurten zijn in november geselecteerd voor een extra injectie van 38 miljoen euro om woningen en leefomgeving te verbeteren. Ze liggen allemaal in stadsdeel Noord of buiten de ringweg A10.

“De gebieden buiten de ring zijn nu echt aan de beurt”, zegt Ünver beslist. Vanaf de zevende verdieping valt het groen op. “Dit is misschien wel het mooiste stadsdeel van Amsterdam”, zegt de voorzitter, die vlakbij opgroeide. Hij kent de problemen van de Wildemanbuurt. “In haar eerste werkweek ben ik er met burgemeester Femke Halsema meteen naartoe gegaan om met bewoners te praten.”

Dat de burgemeester net als haar voorgangers direct aangaf dat de politiecapaciteit in Amsterdam volstrekt onvoldoende is, vond Ünver een belangrijk signaal. “Dat aantoonbare tekort wordt extra gevoeld in kwetsbare wijken.” Hij geeft ‘zijn’ wijkagenten groot gelijk: “Zij hebben recht op meer collega’s.”

“Deze wijk staat onder druk”, vervolgt hij. Dat de witte Joris van Gennip de buurt verlaat, noemt hij een verlies. “Omdat de werkloosheid zo hoog is, hebben de kinderen minder perspectief. Groepen jongens zijn in staat een buurt te ontwrichten en over te nemen. Dat is onacceptabel.”

Wijkagent Jeroen van der Schot in gesprek met winkeliers.Beeld Jean-Pierre Jans

Ünver constateert ook dat de woningbouwcorporaties niet dezelfde ambities als vroeger hebben. Er was ooit een mooi nieuwbouwplan voor heel Nieuw-West dat Parkstad heette. Maar door de crisis is dat bij lange na niet volledig gerealiseerd, en aan de Wildemanbuurt ging de vernieuwing voorbij. “Er is tien jaar lang niet geïnvesteerd in deze woningen.”

Winstkans

Die opmerking wordt met kracht ontkend door corporatie Stadgenoot, die de meeste woningen in de Wildemanbuurt bezit. “We hebben na de SP-klachten de schimmel in die woningen direct aangepakt”, zegt vastgoedbeheerder Niels Raat van Stadgenoot. En die lagere ambitie? “Corporaties kunnen veel minder dan vroeger, maar we blijven de maximale opties zoeken. Vroeger haalden we winst uit nieuwbouw en verkoop. Maar sociale huurwoningen verkopen, mogen we niet meer van de gemeente. En Den Haag heeft ons de verhuurdersheffing opgelegd, wat neerkomt op vier van de twaalf maanden huur die we binnenkrijgen van de goedkope woningen.”

‘De markt’ ziet geen winstkans in deze buurten. “Nieuwbouw is in zwakke wijken alleen mogelijk als er meer woningen kunnen komen dan er nu zijn. Een project vlot trekken kost veel moeite en over twintig jaar – als we alle 2400 woningen hebben aangepakt - zal in de Wildemanbuurt nog steeds ruim 80 procent sociale huur zijn”, aldus Raat. Wel streeft Stadgenoot naar een hoger segment sociale huurders. Dat wil zeggen: “Mensen met werk”. In 2025 moet de helft zijn gerenoveerd, zegt Raat.

Elders in Nieuw-West staan al prachtig gerenoveerde complexen en nieuwbouw. De stadsdeelvoorzitter wijst op de in zijn ogen terechte frustratie bij de oudere bewoners in de Wildemanbuurt, aan wie zoveel is beloofd. “Zij zien dat het elders wel beter gaat. Dat is heel zuur”, zegt hij. “Het schaadt hun vertrouwen in de overheid.”

Dertig Stadgenootmedewerkers bezochten in april in de Wildeman bewoners. Zo kwamen ze terecht bij Marga Loyer (67) op Grasrijk. De gesprekken hebben blijkbaar tot actie geleid, want op straat staan nu bouwvakkers bij een rijtje nieuwe veiligheidsdeuren. Loyer heeft er net een gekregen. Bij haar is al drie keer ingebroken. “Mijn zoon wilde aan de achterkant rolluiken installeren, maar of dat ze stopt?”

Een reden om te verhuizen is het niet, zegt Loyer. In haar woonkamer heeft ze uitzicht op veel groen en een brede sloot. Ze heeft een ruime maisonette plus tuin. “Ik hou van tuinieren, ik wil hier nooit meer weg.”

Ja, de criminaliteit is gestegen, Nederlandse winkels zijn verdwenen en veel buren doen niets aan hun tuin. Straks komt haar kleinkind. Ook jammer: “Dat het speeltuintje bij de flat weg is. Nu moet ik een eind verder lopen met mijn nieuwe heup.”

Verbindende rol

De agenten benadrukken dat er ook veel moois gebeurt. Neem de Stadsboerderij, een stukje groen paradijs waar oudere verslaafden dagbesteding krijgen, tot na drieën moeders met kinderen komen spelen. Of een initiatief als de Wilde Chefs, waar buurtvrouwen op donderdag koken. “En Turkse moskeeën als Sulemaniye spelen echt een verbindende rol in de wijk”, zegt Karatas.

De han­gjongens hebben een slecht zelfbeeld, weet collega Van der Schot. ”Ze voelen dat er geen plek voor hen is in de maatschappij. De wanhopige situatie waarin zij zich bevinden, vergroot de kans op criminaliteit.”

Karatas heeft over oplossingen nagedacht. “Er gaan al twintig jaar miljoenen naar die probleemjongeren, maar het lost niets op. Laten we dat geld besteden aan de 90 procent die het goed doet. Laten we hen helpen met stageplekken en werk. Investeer in gelijke kansen bij de groep die verandering gaat brengen.”

Op die lijn zit Ünver ook: boeven aanpakken en tegelijk meer kansen scheppen. “In het stadsdeelkantoor kunnen we huiswerkbegeleiding geven. Goed onderwijs is de sleutel. En bewoners die in vooruitgang geloven moeten we overhalen met ons aandeelhouder te worden van de buurt. Zonder hen krijgen we nooit schone en veilige straten.”

Wijkagent Van der Schot is blij met de strategie om samen een vuist te maken. “Alleen krijg je niets voor elkaar. Het moet een leefbare wijk worden. Criminaliteit kun je nooit uitroeien. Maar die daalt vanzelf als de leefbaarheid stijgt.”

Lees ook: 
We leven in hokjes, hier in Osdorp
Een sociologe bestudeerde haar eigen Amsterdamse buitenwijk en vergeleek die met voorsteden in Parijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden