De harde lessen van de Brent Spar voor Shell en Greenpeace

AMSTERDAM - “We zullen veranderen. We hebben geleerd dat de publieke opinie onze argumenten niet kon begrijpen. Maar niet alleen dat. We beseffen nu ook dat wij meer en beter naar onze klanten moeten luisteren. Ook al doet het zeer, alleen hij die zijn lesje leert, heeft de toekomst.”

Het is 27 juni 1995, als deze tekst paginagroot verschijnt in Duitse kranten. Deutsche Shell trekt, een kleine week nadat de top van Shell onder druk van Greenpeace en politici besloot om de gigantische olie-opslagplaats Brent Spar toch maar niet in de Atlantische Oceaan te bergen, het boetekleed aan. En vraagt daarmee impliciet aan het Duitse publiek om bitte, bitte weer snel te gaan tanken bij Shell.

Peter Duncan, topman van Deutsche Shell, heeft als de advertenties verschijnen, heftige weken achter de rug. Vanaf half juni ligt Shell onder vuur. Aangespoord door Greenpeace besluiten Duitse automobilisten massaal de Shell-pompen te mijden. Bondskanselier Kohl hekelt het besluit van Shell om de Brent Spar, waar nog olieresten en zware metalen in zitten, een zeemansgraf te geven. De linkse SPD-fractie meldt niet meer bij Shell te tanken, de Evangelische Kirche roept op tot een boycot, disc-jockeys doen hetzelfde en zelfs de strak rechtse CSU laakt Shell. “Het lijkt wel alsof Greenpeace het land regeert. Er is een nationale protestactie tegen Shell”, noteert de correspondent van Trouw in Berlijn.

Met lede ogen ziet Duncan dat zijn afzetcijfers dalen als gevolg van een in Engeland genomen beslissing. Sommige pomphouders zien hun klandizie met de helft teruglopen. En het gaat maar door. Kohl veegt zijn Britse collega Major op de topconferentie van zeven grote industrielanden (G-7) de mantel uit. De dumping van de Brent Spar en het fiat dat de Britse regering daarvoor gaf, betitelt der Helmut als “een miserabel voorbeeld van Europese milieu-politiek”.

Elders in Europa is de Brent Spar ook nieuws, maar van massale acties is geen sprake. In Nederland laat minister De Boer haar chauffeur de Shell-pompen voorbij rijden. Greenpeace foldert er druk op los, en roept ook in andere landen op tot een boycot. In Nederland schrijven opinion leaders de vingers blauw. Hun boodschap is, naast de boycot in Duitsland, het pijnlijkste wat Shell overkomt. Want voordat de visie van Shell goed en wel is doorgedrongen en voordat Shell in paginagrote advertenties zijn keuze voor het afzinken van de Brent Spar motiveert, zijn de meningen al gevormd: Greenpeace (“de zee is geen vuilnisvat”) krijgt de sympathie en Shell (“het klinkt wat ingewikkeld maar na lange studie en na vele consultaties met deskundigen zijn wij van mening dat afzinken het milieuvriendelijkst, het veiligst en, o ja, ook het goedkoopst is en de Britse regering is dat met ons eens”) wordt geadviseerd te luisteren naar de stem des volks. De geloofwaardigheid van de vrienden van de walvissen blijkt veel groter dan het vertrouwen in 's werelds grootste olieleverancier, zo ondervindt de Shell-top verbijsterd.

Wat was er gebeurd als het afzinken van de Brent Spar duurder was geweest dan demontage en Shell dus niet de verdenking op zich had geladen dat het zich goedkoop van de Brent Spar wilde ontdoen? Wat was er gebeurd als Shell adequater had gereageerd op de effectieve publiciteitsmachine van Greenpeace? En wat was er gebeurd als Kohl en zijn ministers zich koest hadden gehouden? Tja, wie zal het zeggen.

Feit is dat Shell, tot grote vreugde van Greenpeace, een dag voordat de Brent Spar naar de bodem van de zee zou afdalen eieren voor zijn geld koos en de Brent Spar liet koersen richting een Noors fjord. Knarsetandend, dat wel, al gold dat niet voor Peter Duncan van Deutsche Shell. Geknarsd met tanden werd er ook door Major: 'doetjes', noemde hij de Shell-top die onder druk door de pomp was gegaan. Ook de toenmalige Trouw-columnist Theo Joekes gromt. De 20e juni, de dag dat de Brent Spar zijn steven wendde, betitelt hij als 'een zwarte dag voor de democratie'. Woedend constateert hij dat Shell is gezwicht voor 'een stelletje watersporters' dat zich niet kan beroepen op een electoraat maar wel op brutaliteit en terreur.

11 oktober 1996. Shell-topman Cor Herkströter, volstrekt onzichtbaar tijdens die hete juni-dagen van 1995, houdt in Amsterdam een lezing, waarin hij, als een ervaren socioloog, de dilemma's schetst van een multinational anno 1996. Hij constateert dat er veel van bedrijven wordt verwacht maar dat die verwachtingen vaak tegenstrijdig zijn. En hij constateert dat het vertrouwen in bedrijven is afgenomen, zoals het publiek ook politici minder vertrouwt.

In dat spanningsveld is het met de Brent Spar misgegaan, erkent hij. “Het publiek reageerde op een wijze die we niet hadden verwacht en actiegroepen gebruikten Brent Spar als een symbool op een manier die we niet hadden voorzien. Midden in dit spanningseld hebben wij ervaren dat wij met meer nadruk moeten luisteren en van gedachten wisselen.”

Die communiatie krijgt gestalte. Organisaties als Pax Christi en Amnesty International hebben het idee dat er redelijk naar hen wordt geluisterd als Shell werkt aan een nieuwe gedragscode. Wie zijn mening over Shell kwijt wil, kan dat doen op een speciale Internet-site. Milieu-organisaties maken kennis met issue-manager Van Kooten, die het contact met de buitenwacht onderhoudt maar bij sommige groepen op weerstand stuit. De vriendelijke, maar nogal glad overkomende Van Kooten is niet een luisteraar, maar een prater: hij legt vooral uit waarom Shell iets doet, luidt het verwijt bij onder meer de Vereniging Milieudefensie.

Belangrijker is wat zich binnen het concern afspeelt. Herkströter wijst zijn personeel erop dat maatschappelijke acceptatie uiterst belangrijk is voor Shell. “Aan die acceptatie ontleent de Groep het recht om haar bedrijf uit te oefenen.” Managers zullen in de toekomst moeten rapporteren of zij zich aan de nieuwe gedragscode van Shell hebben gehouden. De peentjes-zweetbrief heet dat in Shell-jargon, om aan te tonen dat het een serieuze kwestie is.

De uitwerking van dat proces is ingewikkeld en het zal niet makkelijk zijn om aan te geven wat er bij Shell in de praktijk gaat veranderen. Maar het doel is eenvoudig: als Shell kan aantonen dat het fatsoenlijk werkt, kweekt het bedrijf vertrouwen. En zal de maatschappij de Shell-pompen niet mijden als het concern bijvoorbeeld naar gas wil boren in de Waddenzee.

Wil dat alles zeggen dat er nooit meer een confrontatie komt met een organisatie als Greenpeace? Nee. In zijn mea culpa-advertentie schreef Peter Duncan: “We hebben geleerd dat de publieke opinie onze argumenten niet kon begrijpen.” Herkstroöer zei op 23 december 1996 in Trouw: “Als bepaalde groepen steun krijgen voor hun opvattingen zullen wij ons standpunt beter moeten uitleggen. Actiegroepen hebben hun maatschappelijke rol. Maar dat wil niet zeggen dat de oplossing die zij aandragen ook de juiste is en gekozen dient te worden.”

In het geval van de Brent Spar ging Shell door de bocht. Maar van harte ging het niet en het concern hoopt, met de in gang gezette veranderingen, in de toekomst in dit soort gevallen het voordeel van de twijfel te krijgen. En het weet inmiddels dat ook de tegenstander in de Brent Spar-kwestie niet ongeschonden uit de strijd is gekomen. De boodschap van Greenpeace dat er veel meer vuil in de tanks van de Brent Spar zat dan Shell steeds beweerde, bleek onjuist. De niet onterechte verdediging van Greenpeace dat het in die hete juni-maand niet ging om de hoeveelheid vuil in de tanks maar om het principe 'de zee is geen vuilnisvat', werd nauwelijks gehoord toen het onderzoeksbureau Det Norske Veritas de inhoud van de tanks onthulde. De milieu-organisatie, die in juni 1995 nog zoveel vertrouwen inboezemde, werd in de publiciteit neergesabeld. Op het aantal donateurs heeft de affaire overigens nauwelijks effect gehad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden