De hang naar vrijheid

Khadija Arib: ¿Libanon is het enige land in de Arabische wereld waar je echt jezelf kunt zijn.¿ (FOTO MARCO HOFSTÿ)Beeld Marco Hofste

Pvda-Kamerlid Khadija Arib tekende haar eigen geschiedenis en die van haar familie op in ’Couscous op zondag’. Vechten voor vrouwenrechten is een belangrijk thema. „Jezelf zijn in Marokko kan nog steeds niet helemaal.”

’Mijn geliefde”, vertaalt Khadija Arib (48) met een glimlach van herkenning als haar wat Arabische titels van liedjes van Fairuz worden voorgehouden. De jonge Khadija luisterde in Casablanca vrijwel dagelijks naar de Libanese zangeres. Het sprak vanzelf dat Fairuz meeging, toen Arib halverwege de jaren ’70 als 15-jarig meisje met haar moeder haar vader achterna reisde. In Aribs bagage zaten tientallen cassettebandjes.

Inmiddels woont ze al tweederde van haar leven in Nederland. Sinds 1998 is ze, met een korte onderbreking, namens de PvdA lid van de Tweede Kamer. „Ik luister nog steeds naar Fairuz, op mijn iPod”, zegt ze. De muziek voert haar in gedachten terug naar haar geboorteland. „Net als geuren dat doen”, zegt ze. „Zoals bijvoorbeeld kruidnagel.” Haar hand gaat een klein stukje haar blouse in. „In Marokko stopten oudere vrouwen daar vaak een kruidnageltje, gewikkeld in een stukje stof.”

De inmiddels bejaarde Fairuz was Aribs grote voorbeeld. Fairuz was anders. Een christelijke zangeres die in het Arabisch zong over liefde, het alledaagse leven, het lijden van Christus, en over haar vaderland Libanon. „Het is mijn favoriete vakantieland”, zegt Arib. „Het is het enige land in de Arabische wereld waar je echt jezelf kunt zijn.”

Kan dat niet in Marokko?

„Er is wel verbetering. Maar het kan nog steeds niet helemaal. Aan de ene kant is het een nog heel kwetsbare democratie. Aan de andere kant zie je de islamitische beweging die die identiteit aan iedereen oplegt. Die is heel dwingend. Je ziet steeds meer hoofddoeken op straat. Op het platteland, in kleine steden maar ook in volkswijken van grote steden. Vroeger zag je dat nauwelijks. Als vrouwen al een hoofddoek droegen, deden ze dat losjes, charmant als Jacqueline Kennedy of Catherine Deneuve.” Op zich heeft ze helemaal niets tegen hoofddoeken, benadrukt ze. „Maar als dat wordt opgelegd wél.”

Jezelf kunnen zijn. Je eigen leven kunnen inrichten. Ingaan tegen de sociale druk van familie, buurt en imams die zich bemoeien met persoonlijke keuzes. Strijden tegen de lange arm van de vorige dictatoriale Marokkaanse koning Hassan II. In de clinch liggen met de Nederlandse overheid als die het oor te veel liet hangen naar conservatieve imams die voor vrouwen slechts een ondergeschikte rol zagen. Vechten voor haar eigen rechten en die van andere Marokkaanse vrouwen. Daar draait het allemaal om in het boek ’Couscous op zondag’ waarin Arib haar geschiedenis en die van haar familie heeft opgetekend.

Ze heeft die hang naar vrijheid van geen vreemde. Op de omslagfoto van het boek staat een jonge Khadija met haar oma van moederskant, haar moeder en haar oom. Een familieportret zoals men dat vroeger overal ter wereld liet maken. Aribs vader ontbreekt. Hij woonde bij zijn familie in Hedami, Khadija’s geboortedorp 30 kilometer van Casablanca.

Khadija’s moeder had niets tegen haar man, integendeel. Hooguit had ze er wat moeite mee dat hij een goed glas niet uit de weg ging en niet veel zag in moskeebezoek. Ze was naar de grote stad getrokken om te ontsnappen aan de sociale druk van haar rijke schoonfamilie, die haar vanwege haar armoedige afkomst eigenlijk te min vond.

Jaren eerder koos háár moeder er ook al voor om haar eigen weg te gaan. Ze was getrouwd met een lieve man. Maar het was niet haar eigen keuze geweest. Ze vertrok en bouwde op een geërfd stukje grond eigenhandig een onderkomen voor haar en de kinderen. Gaandeweg verwierf ze zich een positie als alom gerespecteerde vroedvrouw. En op haar beurt beëindigde kleindochter Khadija na 20 jaar het huwelijk met de vader van haar drie kinderen. Maar over die stap praat ze liever niet.

Toen Aribs vader zich op enig moment bij zijn gezin in Casablanca voegde, ging al zijn geld snel op aan de verleidingen van de grote stad. Berooid ging hij naar Nederland, waar hij aan de slag kon in een wasserij in Schiedam. Onderdak vond hij in een pension in Rotterdam-Noord. In Nederland zette hij het goede leven voort. Arib herinnert zich foto’s van haar vader en zijn vrienden aan de bar, in het gezelschap van blonde vrouwen. „Mijn vader en zijn vrienden ontmoetten hun Nederlandse buurtgenoten op straat en in het café op de hoek.”

Dat veranderde toen de gezinnen overkwamen, en helemaal toen zich in de buurt steeds meer gezinnen vestigden die afkomstig waren uit traditioneler denkende delen van Marokko. Arib beschrijft hoe in Rotterdam-Noord, waar zij met haar vader en moeder een bovenwoning had betrokken, de sociale controle toenam. In plaats van naar de kroeg gingen de mannen naar de moskee.

Niet iedereen zal dat als een achteruitgang beschouwen.

Arib: „Ik vel er ook geen oordeel over. Het gaat mij er om dat mensen een vrije keuze hebben. Ik verzet mij tegen sociale druk. Ineens kregen moskeeën heel veel invloed. Zij schreven voor wat wel en wat niet mocht. Vroeger in Marokko bemoeiden imams zich daar helemaal niet mee. Je zag het ook in Nederland gebeuren. Mensen werden er op aangekeken als ze niet naar de moskee gingen. En mannen werden er op aangekeken als hun vrouwen buiten kwamen of gingen werken.”

Arib mist in de Marokkaanse gemeenschap in Nederland een sterke, meer op de moderne samenleving gerichte tegenbeweging. In elk geval is die niet zichtbaar genoeg, vindt ze.

Is het stokje niet overgenomen door nieuwe generaties?

„Niet helemaal. Ik zie soms meisjes doen wat er van ze wordt verwacht, hoewel ze liever iets anders zouden willen doen. Maar misschien is de prijs te hoog. Ruzies... De druk van familie... Soms vluchten ze dan in een dubbelleven.”

Was u daar harder in?

„Ik ben daarin altijd heel vastbesloten geweest. Ik heb mijn kinderen meegegeven dat ze hun eigen leven moeten leiden. En het grappige is: mijn moeder is langzaam met mij meegegroeid in het denken. Ze is meegeëmancipeerd. Ze vindt het geen probleem meer als iemand gelukkig is, maar ongetrouwd. En als iemand van 18 jaar nu op het punt staat te trouwen, vindt ze dat die beter eerst een opleiding kan volgen.

„Mijn moeder zit op Nederlandse les. Als huiswerk moest ze een boek lezen: ’Twee vrouwen’ van Harry Mulisch. Vroeger was dat ondenkbaar. Ja, ze gaat nog steeds naar de moskee. Wel is ze van moskee veranderd. De imam vond mijn moeder een beetje lastig. Hij zei eens dat mobiele telefoons volgens de islam haram waren (verboden, onrein, red.). Onzin, zei mijn moeder, vroeger wáren er nog helemaal geen mobieltjes.”

Om de strijd voor vrouwenrechten op een ander front voort te zetten, besloot Arib de politiek in te gaan. „De PvdA lag voor de hand. Mijn vader had veel respect voor ’die kale man’. Daar bedoelde hij Joop den Uyl mee. En wat mij ook aantrok in de partij was de aandacht voor de derde wereld en internationale aspecten.”

Maar in uw boek noemt u de PvdA ook paternalistisch en betuttelend.

„Dat vond ik destijds ook. Het is wel wat veranderd. Maar ik heb er nog steeds moeite mee als mensen over de emancipatie van Marokkaanse vrouwen zeggen: het komt allemaal wel goed, bij ons is het ook zo gegaan. Het is wel eens frustrerend dat veranderingen zo langzaam gaan. Als meisjes niet naar school gaan en er wordt gezegd: dat komt wel. Dan word ik zó boos. Waarom zou je nog een generatie moeten opofferen?

„Twee weken geleden zijn Nehabat Albayrak (staatssecretaris van Turkse afkomst en vriendin van Arib, red.) en ik met onze moeders op stap geweest. Allebei spreken ze onbeholpen Nederlands, maar ze praatten de hele dag met elkaar. Ze hebben hun leven lang gewerkt. Ik erger me aan de wijze waarop soms over die vrouwen wordt gesproken. VVD-Kamerlid Henk Kamp zei ooit tijdens een debat: wij moeten in Nederland geen mensen toelaten die nog geen pen kunnen vasthouden. Toen realiseerde ik me: hij bedoelt mijn moeder.”

(Trouw)Beeld Marco Hofste
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden