De handigste verzekeraars dringen voor

Een patiënt moest wachten op een operatie terwijl klanten van een andere verzekering voorgingen. Maar dat is mogelijk geworden in dit zorgstelsel.

Onlangs sloeg de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) alarm. Deze representant van de Nederlandse patiënten is bezorgd over het voortrekken van wachtlijstpatiënten die verzekerd zijn bij de voorkeursverzekeraar van ziekenhuizen. Naar aanleiding van een klacht die onlangs is binnengekomen bij het meldpunt, pleit de patiëntenorganisatie in een brief aan de Tweede Kamer voor duidelijke leveringsvoorwaarden van zorg. De patiënt in kwestie vernam van het ziekenhuis dat zij langer op een operatie moest wachten omdat ze geen klant was van de voorkeursverzekeraar van de zorgaanbieder.

Ongetwijfeld vindt de patiëntenorganisatie dit een onrechtvaardige gang van zaken. Maar is het een onvoorzien kwalijk gevolg van de stelselwijziging? Met de komst van de Zorgverzekeringswet op 1 januari is er ruimte gekomen voor marktwerking in de gezondheidszorg. Door concurrentie hoopt men met minder middelen tot betere benutting van de capaciteit aan de kant van het zorgaanbod te komen. En dat is nodig ook, zo meent de overheid, want zonder stelselherziening zullen door de toenemende vergrijzing en de almaar voortschrijdende medisch-technologische ontwikkelingen de uitgaven voor de gezondheidszorg in de toekomst onverantwoord groot worden.

Om op die markt aantrekkelijk te zijn, bedingen zorgverzekeraars bijzondere voorwaarden in hun onderhandelingen met de zorgaanbieders. Zij proberen extra's binnen te halen voor hun verzekerden. Een zorgverzekeraar die bij een ziekenhuis extra staaroperaties inkoopt (daar ging het in dit geval om) en bedingt dat die capaciteit exclusief gebruikt wordt voor zijn cliënten, maakt goede sier.

Ook zorgaanbieders zijn met elkaar in concurrentie. Een ziekenhuis dat buiten kantoortijden operatiekamers leeg heeft staan, kan zichzelf voor verzekeraars aantrekkelijk maken door deze capaciteit 'in de aanbieding' te doen. Ook wanneer een zorgverzekeraar bedingt dat deze extra operatiecapaciteit aan zijn verzekerden is voorbehouden, zoals in het onderhavige geval, zal hij daarmee geen probleem hebben. Weliswaar zullen de verzekerden van de voorkeursverzekeraar sneller geholpen worden, zo redeneert het ziekenhuis, maar dit zal ook de patiënten op de reguliere wachtlijst ten goede komen. Zelfs degene die helemaal onderaan vertoeft, zal profiteren van het feit dat de cliënten van de voorkeursverzekeraar niet langer vóór hem op die lijst zullen plaatsnemen. Deze rechtvaardiging van het verschil in behandeling past in de rationaliteit van de handelwijze van de zorgaanbieder. Net als de zorgverzekeraar handelt hij volkomen volgens de logica van het nieuwe stelsel. Vandaar dat in een eerste reactie zowel de koepelorganisatie van de zorgverzekeraars als die van de ziekenhuizen zei de ophef niet echt te begrijpen. 'Een logisch gevolg van marktwerking' zo viel uit hun monden te vernemen.

Blijft over de patiënt, de eindgebruiker waarop het systeem uiteindelijk gericht is, en die had er in dit geval een probleem mee dat zij minder snel dan anderen geholpen werd om redenen die niets met haar medische toestand te maken hebben.

Het recht op gezondheidszorg is een mensenrecht, als grondrecht beschermd door internationale verdragen en de Nederlandse Grondwet. Als mensenrecht is het niet minder een mensenrecht dan -zeg- het recht op vrijheid van meningsuiting. Als mensenrecht is het evenzeer verweven met de idee van gelijkheid. Zo onzinnig als het is om te zeggen dat vrijheid van meningsuiting de een meer toekomt dan de ander, zo onzinnig is het om te beweren dat de ene mens meer recht op gezondheidszorg heeft dan de andere.

Wel is het grondrecht op gezondheidszorg, anders dan de vrijheid van meningsuiting, een sociaal grondrecht. Op zo'n recht kunnen burgers niet rechtstreeks een beroep doen. De overheid heeft dat grondrecht te verwerkelijken in nationale wettelijke aanspraken, wat haar echter geenszins ontslaat van de verplichting aan de idee van gelijkheid recht te doen. Dit komt erop neer dat de overheid wel verschillen in de toegang tot gezondheidszorg mag dulden, maar slechts voorzover deze samenhangen met verschillen in gezondheidstoestand. Zeker waar het vormen van noodzakelijke zorg betreft, zoals staaroperaties, is geen onderscheid op andere gronden toegestaan. Dit stemt ook overeen met aanvaarde medische ethiek.

Met dit uitgangspunt staat het nieuwe zorgstelsel op zeer gespannen voet. Het is een grote misvatting om te denken dat het hier om een uitwas gaat. Het is de volstrekt voorspelbare uitkomst van gedrag dat van partijen in dit systeem verlangd wordt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen mensen op andere criteria dan medische en kennelijk heeft de NPCF dat van tevoren niet voorzien. Zij is altijd voor deze stelselwijziging geweest omdat de keuzevrijheid zou worden vergroot. Het is daarom vreemd dat zij zich niet in haar nieuwe rol schikt en de patiënte bijvoorbeeld wijst op de mogelijkheid te zijner tijd van verzekeraar te veranderen. Nu klopt de federatie weer bij de overheid aan. En vermoedelijk is dat omdat zij nu ervaart hoe hoog de prijs van de vrijheid is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden