De handel in slachtoffers

Belangenbehartigers zeggen dat gifschip Probo Koala een miljoen slachtoffers maakte. Jaffe Vink kruipt door de stukken en ziet dat advocaten er grof geld aan verdienen, terwijl de meeste slachtoffers het nakijken hebben. "Ze hebben goeie dokters nodig."

Filosoof Jaffe Vink (Scheemda, 1951) schreef in 2011 een boek over de Probo Koala: 'Het gifschip - verslag van een journalistiek schandaal'.


Laat op de avond, in gezelschap van enkele vrienden, stel ik graag een soort quizvraag, over de rekening van een advocaat, Martyn Day. Zijn bureau heet Leigh Day. Het is gevestigd in Londen. Niemand van het gezelschap kent de advocaat. Op de site van het bureau wordt hij 'de excellente Martyn Day' genoemd, hij is 'beroemd' en hij is werkelijk een 'superadvocaat'. Ook is hij fondsbeheerder van Greenpeace Engeland.


Ik vertel dat Day namens dertigduizend Ivorianen een proces heeft gevoerd tegen grondstoffentransporteur Trafigura. Trafigura? Daar hebben ze wel iets over gehoord. Zo'n duistere firma die met de olietanker Probo Koala giftig afval dumpte op allerlei plekken in de havenstad Abidjan in Ivoorkust, met als gevolg: vijftien doden en meer dan honderdduizend slachtoffers - zo zit het ongeveer in het geheugen van mijn gezelschap.


Het gebeurde in 2006. Die doden blijven rondzingen in de media. Trouw had het vorige maand nog over 'vermoedelijk vijftien doden'. Of dat vermoeden gegrond is, is de vraag. Maar één ding is wel duidelijk: het afval had nooit zo gedumpt mogen worden.


De rechtszaak was in Londen in 2009. Day heeft het 'dodelijke letsel' al snel uit zijn aanklacht verwijderd omdat er geen bewijs is. Het 'ernstige letsel' is er ook uit verdwenen. Wat blijft er over aan letsel?


De zaak eindigt in een schikking tussen Trafigura en Martyn Day. De twee partijen komen met een gezamenlijke verklaring (na te lezen op de BBC-site), gebaseerd op een analyse van twintig onafhankelijke deskundigen - van chemie tot tropische geneeskunde, van toxicologie tot psychiatrie. Conclusie: 'Het scheepsafval van de Probo Koala heeft geen dodelijk of ernstig letsel kunnen veroorzaken - in het ergste geval een aantal kortstondige, griepachtige verschijnselen en angst.'


De schikking bij het hooggerechtshof op 23 september 2009 was geen hamerstuk. Omdat een aantal Ivorianen minderjarig was, is de rechter verplicht de schikking te beoordelen. Het hof bekrachtigt haar. De rechter benadrukt dat de gezamenlijke verklaring voor 100 procent waar is. Geen doden, geen ernstig letsel. Wel: grieperig en angstig. Daarom wordt - de Britse jurisprudentie volgend - een minimale vergoeding overeengekomen: 1100 euro per persoon. In het geval van 30.000 Ivorianen loopt dat bedrag op tot 33 miljoen. Day neemt het bedrag namens de slachtoffers in ontvangst en is verantwoordelijk voor het uitkeren.


Trafigura erkent, volgens de gezamenlijke verklaring, geen aansprakelijkheid: het zelfstandige Abidjanse bedrijfje Compagnie Tommy heeft het afval in de stad gedumpt.


Advocaat Day werkte voor de slachtoffers op basis van no cure no pay (op uitnodiging van de Nederlandse Greenpeace-advocaat Jasper Teulings, die een onderzoekscommissie van de Ivoriaanse regering adviseerde). Als Day in een aantal gevallen kon bewijzen dat de hoofdpijn en misselijkheid waren veroorzaakt door het afval, dan betaalt volgens de Britse wetgeving de tegenpartij zijn honorarium en kosten.


De quizvraag voor mijn gezelschap: hoe hoog is de rekening van de advocaat? Ik zeg erbij dat hij er misschien wel drie jaar mee bezig is geweest, heen en weer vloog naar Abidjan - hotels en diners - en daar lokale vertegenwoordigers rekruteerde, die de wijken ingingen en slachtofferverenigingen opzetten. Ik heb deze vraag tientallen keren gesteld. De antwoorden varieerden van een half miljoen tot 'misschien wel vijf miljoen'.


Het juiste antwoord is: 120.000.000 euro, zo bleek vorig jaar tijdens een rechtszaak in Engeland. Honderdtwintig miljoen, het is een bedrag dat zo in het 'Guinness Book of Records' past. Trafigura gaat niet akkoord. Er volgt weer een rechtszaak. Weer een schikking. Het uiteindelijke bedrag blijft geheim. De handel in slachtoffers is nog een stuk lucratiever dan de handel in vluchtelingen.


Laten we de kleine grabbelaars in deze sector ook niet vergeten. Neem Claude Gohourou, een man uit een sloppenwijk in Abidjan, die 1500 slachtoffers vertegenwoordigt. Gohourou, die de dumping bestempelde als 'volkerenmoord', is een van de lokale vertegenwoordigers van Martyn Day. Er zijn 43 slachtofferverenigingen die een schadevergoeding willen van Trafigura. Nadat bekend wordt dat er 33 miljoen euro aan de 30.000 slachtoffers zal worden uitgekeerd, werpt Gohourou zich op als voorzitter van een vereniging voor de 'nationale coördinatie van slachtoffers van giftig afval in Ivoorkust' en zegt alle 30.000 slachtoffers te vertegenwoordigen. Het loopt uit op een rechtszaak in Abidjan. De rechter bepaalt op 22 januari 2010 dat de 33 miljoen aan de nieuwe vereniging van Gohourou moet worden overgemaakt, naar een Ivoriaanse bank.


Gohourou en Martyn Day vergaderen in het hotel van de advocaat in Abidjan. Als iets Gohourou niet zint, roept hij zijn mannetjes binnen: een regeringsmilitie die bekendstaat om haar gewelddadigheid. Day weet, aldus een rechtbankverslag, te vluchten naar zijn hotelkamer, enkele van zijn medewerkers worden drie uur lang gegijzeld. In de wijken breekt een bendeoorlog uit, waarbij lokale vertegenwoordigers vechten om slachtoffers. De sluimerende burgeroorlog in Ivoorkust - een land dat net zo gevaarlijk is als Somalië - slaat over naar de verdeling van de Trafiguragelden.


De uitbetaling door Gohourou wordt een janboel. Lange rijen in de brandende zon.


Na maanden en jaren hebben 6600 slachtoffers volgens de Britse rechter nog geen cent ontvangen. In 2015 wordt Gohourou in Abidjan veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf vanwege verduistering van zeven miljoen euro. Hij tekent hoger beroep aan en verdwijnt.


Hoeveel slachtoffers heeft het chemisch afval gemaakt? Dat is onzeker. Volgens de gezamenlijke verklaring van Trafigura en Day (2009) waren 'veel claims' van slachtoffers 'misschien begrijpelijk', maar hielden ze 'geen verband met enige blootstelling aan het scheepsafval'.


"Iedereen lijkt zich slachtoffer te voelen van het gif", schrijft de Volkskrant in 2006. De weerzinwekkende stank van het afval zorgt voor onrust en paniek. Het zou om radioactief afval gaan. De roodwitte linten op de plekken des onheils, borden met een doodshoofd en mannen in witte pakken met gasmaskers zijn ook niet geruststellend. Steeds wildere geruchten doen de ronde. Er is geen goede informatie en er is veel analfabetisme. De gif-angst heeft Abidjan in de greep.


De regering roept de bewoners op zich gratis te laten behandelen in twee ziekenhuizen. De oproep vindt gehoor in deze overbevolkte miljoenenstad waar woede en paniek heersen en waar vele inheemse ziektes woekeren: cholera, polio, meningitis, lepra, tyfus, schistosomiasis, aids, malaria, tuberculose. De ziekenhuizen stromen vol. In een rapport van Ivoriaanse longartsen staat de route beschreven: 'De patiënten worden geleid via een markering die de ontvangstlocatie van de slachtoffers van het giftig afval aangeeft'.


Niemand denkt meer aan cholera en tuberculose. Iedereen denkt aan het giftige afval.


Er ontstaan slachtofferverenigingen. De radiopresentator Aboubakara Mavin Ouattara richt in 2006 de UVDTAB op: Union des victimes des déchets toxiques d'Abidjan et banlieues, oftewel het verbond van slachtoffers van giftig afval in Abidjan en voorsteden. Hij gaat werven. Inschrijfgeld: 10 euro. De belofte: een schadevergoeding van Trafigura. Het wordt een ware handel in slachtoffers.


De vereniging heeft een kleine tien jaar later 110.937 leden, meldt Ouattara. Met behulp van gretige Franse, Engelse en Nederlandse letselschadeadvocaten richt hij in Nederland een stichting op met dezelfde naam, die in 2015 bij de rechtbank in Amsterdam een vordering indient: Trafigura moet 2500 euro per slachtoffer betalen, zo'n 280.000.000 euro in totaal.


Op 30 november 2016 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in deze zaak. Ze is niet erg te spreken over vereniging en stichting. De stichting heeft aanvankelijk één bestuurder: Ouattara. Hij beschikt niet over relevante ervaring en kennis. De stichting heeft geen raad van toezicht. De stichting heeft geen website om haar achterban te voorzien van informatie. De administratie is ook niet briljant. Formulieren en rapporten zijn voorzien van een datum die niet kan kloppen, er is gesjoemel met handtekeningen en vingerafdrukken, er is een dossier van een slachtoffer dat drie jaar na de dumping werd geboren, er zijn vele dubbeltellingen en er is overlap met lijsten uit andere rechtszaken.


De stichting heeft 'geen winstoogmerk', maar in de machtigingen die Ouattara heeft verzameld, staat dat de slachtoffers 30 procent van de schadevergoeding aan hem zullen afdragen. (Dertig procent van 280 miljoen = 84 miljoen.)


Tot slot vindt de rechtbank het ook niet overtuigend dat de stichting geen machtigingen van alle slachtoffers kan overleggen. Het moet mogelijk zijn deze digitaal aan te leveren. "Dat dit tijd en geld kost, maakt niet dat dit niet van de Stichting kan worden gevergd, evenmin als het argument dat Ivoorkust een ontwikkelingsland is waar de standaarden anders zijn dan in de westerse wereld."


Inpakken en wegwezen, zegt de rechtbank in deftige juridische taal. De leden van de Vereniging van Slachtoffers van Giftig Afval in Abidjan hebben verkeerd gewed.


Maar uit Ivoorkust komt een strijdlustige reactie van Cheick Oumar Koné, voorzitter van Africa Sports d'Abidjan. Hij was partner in crime van Gohourou, hij is in 2015 ook veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor verduistering van die zeven miljoen en ook hij loopt vrij rond door hoger beroep. In een interview in de krant Le débat ivoirien gaf hij op 1 december 2016 graag commentaar op het Amsterdamse vonnis: "Ik heb dit al voorspeld. We moeten ons nu verenigen in één verbond."


Zijn de slachtoffers geholpen met dit jarenlange frauduleuze gesjoemel? Misschien waren ze beter af geweest met goede dokters, een treffende diagnose en een passende behandeling van hun kwalen.


Laten we eens kijken naar de foto van de ontblote vrouwenrug op pagina 14. Ze is talloze keren gebruikt als illustratie bij artikelen over 'de giframp'. De foto is een icoon geworden. Volgens het onderschrift in de Volkskrant (19 september 2009) is het leed 'veroorzaakt door het in Abidjan gestorte chemische afval'. Er volgt een ingezonden brief van een huisarts. "De getoonde huidafwijking kan passen bij een onschuldig ziektebeeld, pytiriasis versicolor. Deze huidafwijking wordt veroorzaakt door een gist, de Malassezia furfur en is eenvoudig te behandelen. Mij is geen relatie tussen deze gist en chemisch afval bekend. Als de getoonde afwijking wel door chemisch afval zou zijn veroorzaakt, dan ben ik benieuwd naar de bewijsvoering daarvan."


Als de huisarts gelijk heeft, dan moeten we tegen deze vrouw zeggen dat haar huidziekte wordt veroorzaakt door een gist en niet door het afval, en dat de ziekte eenvoudig te behandelen is. Er is veel verdriet in Ivoorkust. Te veel verdriet. De Ivorianen hebben goede dokters nodig. Geen voorzitters en geen letselschadeadvocaten.


Ook president Gbagbo van Ivoorkust heeft zich opgeworpen als belangenbehartiger van de slachtoffers. In 2007 sluit hij een overeenkomst met Trafigura. Het transportbedrijf stelt dat het niet aansprakelijk is maar zich wel verantwoordelijk voelt. Trafigura handelt al vele jaren met Ivoorkust, heeft een filiaal in Abidjan en heeft de haven nodig. Maar het is ook duidelijk dat het bedrijf zijn twee directeuren - de CEO en de algemeen directeur voor Afrika - vrij wil hebben. De twee vlogen na de dumping naar Abidjan maar werden meteen gevangen genomen. Ze zitten al vijf maanden vast, zonder aanklacht.


Het resultaat: Trafigura betaalt volgens berichten in de pers 152 miljoen euro. De helft is voor Ivoorkust, 40 miljoen is een schadevergoeding voor de slachtoffers en de rest is voor het opruimen van het afval. Ivoorkust regelt de individuele vergoedingen.


Een paar maanden later zegt een woordvoerder van het Ivoriaanse ministerie van financiën dat zich dagelijks zevenduizend mensen aan de balie melden voor een vergoeding. Er verschijnen daarbij mensen die degenen die niet kunnen lezen, graag een handje helpen. Vijfennegentig procent van de identiteitspapieren is vals. Daarom keert de overheid nu helemaal geen vergoedingen meer uit. Er zijn geruchten dat het geld wordt gebruikt om wapens te kopen. Of de cijfers van de Ivoriaanse minister kloppen, of de geruchten kloppen - niemand die het weet.


Het is nog lang niet afgelopen. Er bestaat nog een andere vereniging: de UNAVDT-CI, Union nationale des associations des victimes des déchets toxiques de Côte d'Ivoire, oftewel nationaal verbond van verenigingen van slachtoffers van giftig afval in Ivoorkust, in 2012 opgericht door Yao Denis Pipira. Zijn club is - als nieuwe Nederlandse stichting met de dartele naam Victimes des Déchets Toxiques Côte d'Ivoire - vorig jaar met 110.865 slachtoffers naar de rechtbank van Amsterdam gekomen om geld te eisen van Trafigura. Hoe die zich verhouden tot de vergelijkbare aantallen uit eerdere zaken, is onduidelijk.


Bij de dagvaarding van de zaak die dit jaar zijn beslag moet krijgen, heeft de Nederlandse letselschadeadvocaat Bojan Dekker een Ivoriaans rapport gepresenteerd waarin wordt betoogd dat de gezondsheidsklachten van de slachtoffers het gevolg zijn van 'blootstelling aan het giftige afval'.


Het rapport ontbeert, zeggen de opstellers eerlijk, een 'toxicologische analyse', zodat de oorzaak van de genoemde kwalen schimmig blijft. De vragen aan de opstellers zijn dan: Komen de longproblemen door de stinkende smurrie of door tuberculose? Is de oorzaak van diarree het afval of de cholera die in 2006 in Abidjan woedde? Het antwoord op die vragen lijkt me beslissend voor de behandeling van de slachtoffers. Zij verdienen een deugdelijke diagnose. Ze verdienen het niet om misbruikt te worden door handelaren van allerlei pluimage, die azen op krankzinnige bedragen.


In Ivoorkust bestaan 'veel verenigingen', zei Cheick Oumar Koné afgelopen jaar in een krant. "We hebben het over een miljoen slachtoffers." Een batterij advocaten staat klaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden