De hamer valt in een maand drie keer neer

Berucht is de donderende derde dreun met de hamer in Mahlers Zesde symfonie. Berucht vooral omdat die droge mep bijna nooit klinkt. De componist besloot om die finale, allesverwoestende klap te schrappen. Hij vond die uiteindelijk toch te veel van het goede - of van het negatieve eigenlijk.

Muzikaal-overdrachtelijk gezien viel die derde hamer deze week alsnog met een klap op het blok, toen het bericht kwam dat Simeon ten Holt in Bergen was overleden. Ten Holt was de derde componist in korte tijd die het leven liet. Hans Werner Henze en Elliott Carter gingen hem op 27 oktober en 6 november voor. Binnen een maand werden dus drie grootheden uit de wereld van de klassieke muziek geveld. Ieder van hen had op zijn eigen manier geworsteld met de tijd waarin hij als componist opgroeide.

Toegegeven, het creatieve proces van dit trio toondichters werd niet in de knop gebroken, zoals dat van bijvoorbeeld Purcell, Mozart, Schubert of Bellini - muzikale genieën die allen ver vóór hun veertigste hun laatste notenbalken vulden. Henze (86), Carter (bijna 104) en Ten Holt (bijna 90) haalden royaal de dubbele cijfers en konden tot volle bloei komen gedurende een rijk en werkzaam leven. Wel kenden ze alledrie een creatieve crisis wat in een kunstenaarsleven waarschijnlijk een goed ding is. Als je lang leeft heb je ook meer tijd om te reflecteren op wat je aan het doen bent.

Opvallend bij Henze, Carter en Ten Holt is dat er in hun oeuvre een grote cesuur zit. Henze en Ten Holt zwoeren het eerder aangehangen modernisme met grote stelligheid - zelfs woede - af. Carter ging na een periode van modern-conservatisme à la Aaron Copland juist de andere kant op - richting Boulez en de ongenaakbaarheid. Een gang van rede naar gevoel dus, of juist omgekeerd.

Nog een andere componist drong zich deze week op en wel Karl Amadeus Hartmann (1905-1963). Diens opera 'Simplicius Simplicissimus' (1957) beleefde in de afgelopen ZaterdagMatinee (waar anders?) zijn Nederlandse première. Hartmann maakte een innere Emigration door toen hij zich na Hitlers machtsovername op het platteland vestigde en zijn muziek uit nazi-handen hield. Het was een mooie uitvoering van een politiek werk, en ik moest sterk denken aan de Deutsche Sinfonie van Hanns Eisler uit 1959, die ik twee maanden terug in Berlijn hoorde. Eisler legde weer een heel andere reis af dan Hartmann, of dan Henze, Carter en Ten Holt, maar allen zagen zij mooie dan wel utopische vergezichten.

Overigens begon ook voor dirigent Markus Stenz tijdens die matinee een nieuwe reis. Het was het eerste officiële optreden van hem als chef van het Radio Filharmonisch Orkest. Geen champagne of toespraken - gewoon beginnen, want ook in Hilversum is de hamer neergekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden