De halve wereld op één boot

De zee en papaver, de bloemen waaruit opium wordt gewonnen, sieren het omslag van Amitav Ghosh¿ nieuwste roman. (Trouw)

Matrozen en opiumverslaafden, een Indiase prins, een Française: een baaierd aan talen en culturen bevolkt de nieuwe roman van Amitav Ghosh. ’Zee van papaver’ speelt zich af in langvervlogen, koloniale tijden, maar van nostalgie naar de goede oude tijd is hier geen sprake. Ghosh stelt het Britse kolonialisme tenminste niet mooier of simpeler voor dan het was.

In ’Zee van papaver’, het nieuwste boek van Amitav Ghosh, weerklinken thema’s die Nederlanders bekend moeten voorkomen. Het verhaal speelt zich namelijk af op en rond een schip met internationale bemanning. Een schip dat vrijwilligers – of bijna-vrijwilligers – van hun vaderland naar een nieuwe wereld brengt.

Hoewel, zo simpel ligt het niet, want de Indiërs die verscheept worden zijn niet allemaal Indiërs, er zit een Française tussen, en de kapitein, een Amerikaan, is gekleurd en moet zijn gezag meer dan eens afstaan aan een matroos die hij ervan verdenkt onder één hoedje te spelen met piraten.

’Zee van papaver’ is een kleurrijke roman vol kleurrijke locaties: van armoedige opiumplantages in Noord-India tot de bruisende havens van Calcutta en New England. Het is ook een boek vol kleurrijke mensen: achterbakse dealers, ploeterende boeren en matrozen, kolonialen en gekolonialiseerden.

Ghosh’ romans getuigen altijd van diepgaande kennis, je steekt er veel van op. Zo speelt ’Het kristallen paleis’ zich af in koloniaal Birma (Myanmar) en neemt ’The Hungry Tide’ je mee naar de geheimzinnige mangrovebossen waar de machtige Ganges in zee uitmondt. ’Zee van papaver’ is geen uitzondering: al lezende leer je van alles over de complexe wereld van de Britse opiumhandel, die het ene volk tot slavernij dwong, terwijl het geld verdiende aan de verslaving van het andere: het koloniale regime als drugsbaron.

Over die kant van het kolonialisme hoor je zelden en al helemaal niet in geschiedenisboeken, die zulke praktijken graag verdoezelen met een term als ’handel’. Hier lees je er wél over, in alle detail: over papaverboeren die zelf verslaafd raken, en over anderen die proberen eraan te ontkomen, maar dat alleen kunnen doen door hun geliefde woonplaats achter zich te laten.

Koloniale tijden worden achteraf vaak mooier voorgesteld dan ze waren, verdraaid tot nostalgie, tot verlangen naar een ’gouden tijd’. Dat heeft geleid tot een hele industrie van ’Raj-fictie’, die zijn beste tijd gelukkig alweer heeft gehad. Deze roman hoort daar niet bij, daarvoor zijn deze levensverhalen te realistisch, te weinig sentimenteel.

Neem de boerin Deeti. Ze wordt uitgehuwelijkt aan een verslaafde en ontdekt na diens dood een duister geheim in zijn familie. Maar voordat ze zich, zoals de hindoetraditie voorschrijft, als weduwe met haar gestorven echtgenoot op de brandstapel begeeft (waardoor haar zwager de erfenis op kan strijken), wordt ze gered door een ’vriendelijke reus’: een westerling. Hij geeft haar de kans verder te leven met de man van wie ze houdt, maar op voorwaarde dat ze haar enig kind nooit meer te ziet.

En de Française Paulette, wier vader - een botanist - plotseling sterft zodat ze alleen in Brits Indië achterblijft, valt in handen van de hypocriete Mr Burnham, een opiumhandelaar en fanatiek imperialist, die seksueel abnormaal gedrag vertoont, maar wel voortdurend schermt met de Bijbel. Paulette ontsnapt door haar huidskleur te maskeren, op haar vlucht nagekeken door een man met wie ze als kind bevriend was, maar die nu een zeeman is van de allerlaagste rang.

En dan zijn er nog de Indiase rijken, zoals het Indiase prinsje Neel, dat plotseling uit de gratie raakt bij de Engelsen, en zijn manager Kissin, die zeker meent te weten dat Zachary een incarnatie is van de god Krishna.

Ziedaar de lappendeken van het koloniale India, samengebracht op een schip dat op weg is naar een rijkgeschakeerde toekomst. Alleen: niet in dit boek, maar in een volgende. En dat boek moet Ghosh nog schrijven.

Tegen Amitav Ghosh’ vorige boeken kon je hooguit inbrengen dat ze té gedetailleerd waren. Al die details overwoekerden soms zijn stijl en de geraffineerde verhaallijn. Dit keer ligt het probleem elders: ’Zee van papaver’ is overduidelijk het eerste deel van een trilogie. Dat hoeft niet erg te zijn, maar moest Ghosh het einde echt zo laten bungelen?

Dan iets over de taal. Vertaler Joop van Helmond heeft een dappere, en volgens mij succesvolle poging gedaan het vaak onbegrijpelijke Engels dat Ghosh hier hanteert in helder Nederlands om te zetten. Een indrukwekkende prestatie, want de dialecten in het origineel zijn zelfs voor lezers die bekend zijn met Indiase talen en koloniale dialecten vaak nauwelijks te volgen. Je kúnt natuurlijk stellen dat vertalers zich zulke vrijheden niet moeten veroorloven, maar ik denk dat we blij mogen zijn dat Van Helmond het wel deed. Het boek is er een stuk toegankelijker van geworden.

Al met al is dit een knap vertelde, complexe, en toch niet helemaal geslaagde roman. De personages blijven soms steken in typetjes (al wordt dat nergens echt irritant, daarvoor is Ghosh een te goede schrijver), bovendien vraagt de schrijver ons een vervolg te lezen dat er nog niet eens is, en is het vocabulaire soms nodeloos ingewikkeld.

Niet Ghosh op zijn best dus –- althans zolang de twee andere delen van de trilogie niet geschreven, uitgegeven en samengevoegd zijn. Maar niettemin een fijne roman. Ghosh is zo’n ervaren verteller dat zijn zelfs zijn niet-zo-goede boeken nog goed genoeg zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden