De Halifax uit Jisp gaf van zijn geheimen maar weinig prijs

AMSTERDAM, JISP - Vierenvijftig jaar geleden, op de avond van 12 mei 1943, om precies 22.49 uur Engelse tijd - in Nederland was het een uur later - maakte in Snaith (Yorkshire) een vliegtuig zich langzaam los van de startbaan. De vlucht van de viermotorige Halifax van squadron 51 van de RAF, de Britse koninklijke luchtmacht, was van korte duur.

HUIB GOUDRIAAN

Om 01.23 uur (Nederlandse tijd) won een Duitse nachtjager het luchtgevecht. De bommenwerper met zeven bemanningsleden boorde een graf in de Noord-Hollandse bodem.

Het weiland in Jisp dat deze week 'fragmenten' van de resten van de bemanning en de metalen wrakstukken prijsgaf en vorige week ook zeven zware vliegtuigbommen, is gisteren toegedekt. “Het heeft geen zin om verder te zoeken, we hebben al het mogelijke gedaan”, zegt bergingsofficier J. van den Berg van de luchtmacht. Hij vertelt dat de stoffelijke resten worden overgedragen aan de met identificatie belaste speciale dienst van de landmacht.

Het Britse en Nederlandse ministerie van defensie werken nauw samen voor het informeren van familieleden, indien identificatie slaagt. “Maar tot nu toe is het ons ministerie van defensie niet gelukt familieleden op te sporen van de bij de crash in Jips omgekomen militairen”, liet de Britse ambassade gisteren weten.

Het lot van twee bemanningsleden van de Britse bommenwerper, die op weg naar Duisburg boven Jisp werd neergeschoten, was duidelijk. Schutter sergeant C. N. V. Cogdell (leeftijd onbekend) en schutter flying officer G. O. M. Massip de Turville (23 jaar), werden dood aangetroffen. Zij zijn begraven op de Nieuwe Ooster Algemene Begraafplaats in Amsterdam.

De namen van de andere vijf, als vermist opgegeven, zijn nu opgespoord door het echtpaar Ger en Christol Boogmans. De Amsterdammer Boogmans (41) besteedt al jarenlang '99,9 procent' van zijn vrije tijd aan het lokaliseren van in de Tweede Wereldoorlog boven Nederland gecrashte geallieerde vliegtuigen. De berging in Jisp ervaart hij als heel bijzonder: “Het is nooit voorgekomen dat de jongens er lagen, met bovendien de volledige bomlading.” Bijna complete resten van een crash. Het is zijn hobby, maar niet zonder emotie spreekt hij over 'de jongens' wier namen hij in de archieven vond. Ze staan op het Runnymede Memorial in Engeland. “Een panel met de 22 500 namen van wereldwijd vermiste RAF-militairen.”

Heeft hij naast de namen nog iets gevonden? “Nee, niets persoonlijks.” Nee, ook laatste woorden over de radio zijn onbekend gebleven. “Nadat zo'n kist was opgestegen, werd halverwege de Noordzee radiostilte in acht genomen. Logisch, ze probeerden onopgemerkt de Duitse luchtverdediging in bezet Nederland te passeren. Er was een interceptions and tactics report, dat na een raid aan de hand van de debriefing van terugkerende bemanningen werd ingevuld. Het kon zijn dat een toestel dichtbij vloog en dat de bemanning daarvan een andere kist zag gaan. Maar hiervan wordt niet gerept in het betreffende nachtrapport.”

Vermisten

Ger Boogmans, die veel hulp krijgt van collega-onderzoeker H. de Haan uit Wijchen, is bij het onderzoek van 40 crashes in de oorlog 'direct of indirect betrokken geweest'. Zodra hij door archiefonderzoek en getuigeverklaringen de plaats van een crash heeft opgespoord, geeft hij die door aan de bergingsdienst van de luchtmacht. “Prioriteit heeft het opsporen van vermisten.” Voor de luchtmacht is hij al tien jaar erkend onderzoeker. “Ik doe spitwerk, dat laat ik over aan de luchtmacht. Er zijn al teveel groepen die dat gevaarlijke werk doen. Ik vind vanwege mogelijke explosies de risico's te groot.”

Kapitein Van den Berg vertelt dat de bodem in Jisp karig was wat wrakstukken betreft. “Net na de oorlog is volgens getuigen het meeste al meegenomen door schroothandelaren, met toestemming van de overheid, hoewel dit niet op papier staat.”

Wel zijn de zeven 1000-ponders, die de viermotorige Halifax aan boord had, gaaf aangetroffen. Ze zijn gedemonteerd door de Explosieven opruimingsdienst. De bommenlast van Britse bommenwerpers kon vanaf 1942 worden vergroot doordat zware, viermotorige bommenwerpers operationeel werden. En in 1943 begon Bomber Command, waarbij de bommenwerpers van de RAF waren ingedeeld, hiervan te profiteren. Vooral de Lancaster, met vier Merlinmotoren en een sterke rompconstructie, kon heel zware bommen vervoeren. Met 19 Lancasters voerde wing commander Guy Gibson in de nacht van 16 op 17 mei 1943 - drie dagen nadat de Halifax in Jisp was neergestort - de legendarische aanval uit op de Roerdammen. Maar ook de Handley Page Halifax (de volle naam), met eveneens vier Merlinmotoren, was een werkpaard.

De Halifax uit Jisp opereerde 's nachts, bij de Britten gebruikelijk. De RAF had op 18 december 1939 een harde les geleerd. Toen werden bij daglicht 12 van 24 Wellington-bommenwerpers, op weg naar de Duitse Bocht, neergehaald door Duitse jachtvliegtuigen. De actieradius van Britse jagers als Spitfire en Hurricane was te gering om bommenwerpers te escorteren boven Duitsland. In arren moede besloot Bomber Command daarom 's nachts aan te vallen. Maar precisiebombardementen bleken hierdoor onmogelijk. Er werd overgegaan op oppervlaktebombardementen, waarbij woonwijken niet werden gespaard. Zo kwamen in Hamburg, in juli 1943, 40 000 mensen om. In Engeland ontstond toen al een publieke discussie over het morele dilemma. Later, na de gruwelijke 'strategische' bombardementen op Vietnam, zijn in het Westen de verdedigers van het militaire nut gevloerd. Bovendien: “Ons realiserend dat in mei 1945 bijna 100 000 geallieerde vliegeniers hun leven hadden verloren, komt de vraag op of de prijs niet te hoog is geweest”, schreven eind jaren '70 twee militaire historici. Maar, zoals Brian Moynahan in zijn pas verschenen 'De eeuw van Engeland' de historicus Angus Calder citeert: 'moet het mes de schuld van het bloed krijgen'? In totaal sneuvelden 46 000 'jongens' van de RAF in een bommenwerper of jager voor de vrijheid.

“Ze stapten in een rammelende kist, wetend in een moordend vuur te komen en met alle kans niet terug te keren. Wie dat doet tussen de 18 en 23 jaar, op een leeftijd waarop je nu nauwelijks een rijbewijs hebt, noem ik een held”, zegt Boogmans.

De namen van de vijf van Jisp - nog steeds vermist - zijn: gezagvoerder pilot officer G. W. Locksmith (23 jaar), boordwerktuigkundige pilot officer J. I. Noble (23), bommenrichter pilot officer A. J. Hendry, (leeftijd onbekend), navigator pilot officer R. Tunstall (21), boordtelegrafist flight lieutenant H. A. Roberts (26).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden