De haat borrelt en bruist in Saddam Stad

Er is een verboden wijk in Bagdad. Een wijk waarover je niet praat, die je niet bezoekt en die je niet bekritiseert. Het is een wijk waar niemand wil wonen, terwijl de woningprijzen er maar een kwart bedragen van de rest van Bagdad. Hier zijn de palmen en het gras al lang verdroogd: Saddam Stad.

BAGDAD - Een opgedroogd kanaal scheidt één wereld van een andere. Aan de ene kant liggen Bagdads brede avenues met torenflats en bronzen monumenten. Aan de andere kant ligt een miljoenensloppenwijk.

Het rioolwater sijpelt stinkend langs de marktstalletjes. Kinderen lopen blootvoets over groente-afval en rottende vis. Het kanaal is een aantal jaar geleden opgedroogd. Nu heeft het een nieuwe functie. ,,Militaire posities'', zegt men.

Het kanaal fungeert als een loopgraaf. Er zijn verschillende verdedigingsposten opgezet in het dorre kamp. Niet om de bevolking tegen de Amerikanen te beschermen, maar om een deel van de stad tegen een ander deel te beschermen.

Saddam Stad werd gebouwd nadat de koning ten val was gebracht in 1958. In 1960 waren de huizen klaar. De sjiieten, de armste bevolkingsgroep van de Iraakse samenleving, trokken er in. Anderhalf van de vijf miljoen inwoners die Bagdad telt, wonen in Saddam Stad. Om hier als buitenlander te komen, heb je speciale toestemming nodig, en twee gidsen -een van het ministerie van informatie en een van het plaatselijke partijkantoor.

De autoriteiten houden zeer nauwkeurig in de gaten wat hier gebeurt. In geval van oorlog vreest men voor rellen aan de poorten van Bagdad. De sjiitische meerderheid kan in opstand komen tegen de soennitische minderheid die het bewind voert. Maar dat zijn dingen waar we niet naar kunnen vragen, dat zijn dingen waar alleen over wordt gefluisterd. De haat sluimert onder de oppervlakte.

Tijdens de eerste Golfoorlog werden rellen onderdrukt door de Republikeinse Garde en door lokale Baath-leiders. Toen de opstand zich uitbreidde, liet Saddams zoon Koesai de leiders in Saddam Stad weten dat als de rellen niet binnen twee uur stopten, het hele stadsdeel met raketten kapotgeschoten zou worden. De leiders vroegen om vierentwintig uur en kregen die. De rellen stopten. Nog steeds steunt het regime op de loyaliteit van de partijleden, er zijn veel sjiieten in de Baathpartij.

,,Ik heb een kalasjnikov van de partij gekregen'', vertelt een groentenman. ,,Alle partijleden hebben wapens gekregen. Tegen de Amerikanen'', verzekert hij, terwijl hij met zijn hand om zich heen slaat. De vliegen schieten weg om even daarna weer te landen op de tomaten, de bloemkolen en de sla. Het krioelt van de vliegen in Saddam Stad. En van de ziektes.

Voor de plaatselijke kliniek staat een huilend gezin. De twintigjarige moeder heeft een klein kind op de arm. Het is vaalgeel. Ze probeert uit te leggen wat het kind heeft. ,,Hij heeft gebroken bloed'', vertelt ze. ,,Er is geen rood meer over in zijn bloed, alleen wit.'' Ze huilt. ,,De dokter heeft gezegt dat hij een bloedtransfusie moet hebben, anders gaat hij dood. Maar ik durf niet, stel je voor dat ze hem bedorven bloed geven.''

,,Thalassaemia'', legt Samir Saleh uit, een jonge arts uit Zuid-Irak. ,,Het is erfelijk en daardoor groeit zijn skelet niet verder. Eigenlijk heeft hij een beenmergtransplantatie nodig, maar dat is onmogelijk. In Irak is één keer een beenmergtransplantatie uitgevoerd. Eén keer. Er zijn veel zieke kinderen hier: slecht drinkwater, rioolwater dat overal stroomt, chemisch afval, radioactiviteit, te weinig voedsel en verminderde weerstand. Ik zeg tegen de moeders dat ze het drinkwater moeten koken, maar wanneer moeten ze dat doen? Ze zijn al de hele dag bezig met het zoeken naar eten.''

De belangrijkste mensen in Saddam Stad zijn de sjeiks -de stamhoofden. Ze geven advies en lossen problemen op voordat ze in het rechtsysteem komen. ,,Terugbetalingen van leningen, huwelijken sluiten, burenruzies'', licht sjeik Namah Abd Al-Aliawi toe. Hij is een van de duizenden sjeiks in Saddam Stad. Zij zijn leiders van een stam of een clan die tussen de honderden en duizenden leden kan tellen.

,,Nu bereiden we ons voor op de oorlog'', zegt de sjeik en vraagt een van zijn zonen om zijn gloednieuwe kalasjnikov te halen.

Een gebruikelijke beschrijving van de sjiieten in Saddam Stad is dat ze niet geven om het land, de natie of de president. Het belangrijkste is de stam of de clan. Daarvoor willen ze sterven. Maar dat kan de sjeik niet zeggen.

,,We zullen de vijand bestrijden'', zegt hij als een echo van Saddams propaganda. Zonder adempauze verlengt hij die echo, zonder inleving en zonder enthousiasme: ,,Moge de woestijn een begraafplaats worden voor de agressor''.

De sjeik is een gepensioneerde legerofficier en leeft van zijn staatspensioen en de steun van zijn clan. Om te overleven heeft hij zijn toevlucht moeten nemen tot een van de gebruikelijkste inkomstenbronnen in Bagdad. Hij heeft een auto gekocht die als taxi fungeert. De ritjes worden verdeeld tussen zijn zonen. ,,Ach, alles is slechter geworden. Embargo, sancties. Vroeger konden we van ons salaris leven.''

Op Saddam Plein zit Jassir. ,,Vroeger was het hier mooi'', zegt hij. ,,Er groeide gras langs de wegen, de straten werden geveegd, de riolering stroomde niet over zoals nu. Kijk naar de middenberm, die woestijn? Alles wat groen was is verdroogd.''

Toch wordt deze rotonde overheerst door kleuren. Een enorm schilderij van de president torent boven alles uit. Met schetsen van de Iraakse geschiedenis, van martelaren op witte paarden tot de laatste militaire voertuigen -schilderachtig vereeuwigd op deze rotonde. ,,Dit is het mooiste wat we hier hebben'', zegt Jassir over de enorme posters. ,,Wij zijn erg trots op de naam van onze wijk'', zegt hij, tot grote tevredenheid van de twee gidsen.

In een rokerig theehuis in Bagdad spreekt een Irakees uit Saddam Stad vrijer. ,,Ik geloof niet dat er rellen komen. Bij gevechten zullen de meesten zich in hun huizen verstoppen'', zegt hij zacht. ,,Niemand wil de wapens opnemen als het regime snel valt. Dan zullen wij door de straten dansen. Maar het is onzeker wat er gebeurt als de gevechten langer duren'', zegt hij terwijl hij vluchtig rondkijkt. ,,Het is hier een groot gat vol stront. Niets beweegt zich aan de oppervlakte, het stinkt alleen maar. Wij hebben hulp nodig om een grote steen in dat gat te gooien. Dat is waarop we allemaal wachten: dat er iets gebeurt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden