De Haagse pers doet het zo slecht niet

Parlementair journalisten moeten weer verslag doen van het debat en niet vooraf in de wandelgangen vast de standpunten van de fracties optekenen. Want de democratie wordt in het debat gemaakt.

Dat was de boodschap van Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer, die deze week de Lunshoflezing hield. Verbeet verweet de pers zich meer bezig te houden met winnaars en verliezers dan met de inhoud van het debat zelf. De Haagse pers zou vooral oog hebben voor politici met een grote mond en uitgesproken standpunten, terwijl parlementariërs die een ingewikkeld compromis in elkaar hebben gezet minstens evenveel zendtijd en aandacht verdienen.

Ik herken de kritiek, maar vind hem iets te gemakkelijk. Om te beginnen is de aandacht voor de politiek enorm. Er wordt geen journaal, geen actualiteitenrubriek en geen krant gemaakt waarin Den Haag níet voorkomt. Debatten, niet alleen plenair maar ook in commissies, zijn op internet live te volgen, kamerstukken zijn met een klik van de muis te krijgen.

Niemand kan verwachten dat de politiek redacteur met de pen in de aanslag op de perstribune gaat zitten, benieuwd naar wat er komen gaat. Natuurlijk zorgt die journalist dat hij de standpunten kent voor het debat begint.

Soms krijgt een debat een verrassende wending en een onverwachte uitkomst. Daarin heeft Verbeet gelijk. Maar dat is eerder uitzondering dan regel. De politieke besluitvorming beperkt zich niet tot het kamerdebat, maar strekt zich uit van ambtelijke voorbereiding, advies van de Raad van State, kabinetsbesluit, fractievergaderingen, reacties uit de samenleving, lobby’s, én parlementair debat. Bij het begin van dat debat staat de uitkomst vaak al vast. De pen die pas dan in beweging komt, is te laat.

Terwijl Verbeet uithaalde naar de pers, werd in Den Haag het boek gepresenteerd van Herman van Gunsteren en Cox Habbema, die een stuk milder oordelen over de Haagse redacties. De politicoloog van Gunsteren en oud-actrice en cultureel manager Habbema verbleven een jaar in Den Haag om het politieke circus gade te slaan. En die pers, concluderen zij, doet het zo gek nog niet. Natuurlijk zijn er hypes, maar die hebben ook hun nut. Als iedereen onder de Haagse stolp zich tegelijk op hetzelfde onderwerp stort, is dat ook een snelle manier van waarheidsvinding, aldus Van Gunsteren en Habbema. In de zwerm van politici, voorlichters en journalisten zou een onderwerp snel op zijn merites worden beoordeeld.

Als het zo werkt is dat prachtig. Maar vaak verslikken politici en media zich in zaken die er absoluut niet toe doen, in politieke steekspelletjes. Dat de commerciële druk op de media daarin een rol speelt is onmiskenbaar, hoewel een krant als Trouw groeit door daarin níet mee te gaan. Maar het komt ook door calculerende politici. In het huidige tijdperk vragen die zich af hoe ze electoraal het meest kunnen winnen: door de agenda van het opkomend populisme over te nemen of door het populisme te bestrijden. De hype negeren lijkt geen optie.

Over één ding zijn Verbeet, Van Gunsteren en Habbema het eens: de media zijn slecht in zelfkritiek en het toegeven van eigen falen. Die kritiek is volkomen terecht. Verantwoording afleggen en het herstellen van fouten, gaat de pers bijzonder slecht af. Geen wet kan daarin verbetering brengen, daar moet de journalistiek zelf voor zorgen. Een beroep op onafhankelijkheid en persvrijheid kan in ieder geval geen reden zijn dat níet te doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden