De Haagse kier

Een foutje vorige week in het lijstje van de tien bekendste vaders en zonen van het Binnenhof: Willem en Hendrik Tilanus. Dat klopte niet. Het ging om Hendrik en Arnold Tilanus. Willem was Hendriks vader. Hij was geen politicus, maar huzarenofficier. Of Hendrik ook de roepnaam was van 'de oude Tilanus' hebben we niet kunnen achterhalen. Onze lezer A. te U., die nog samen met hem in de Kamer zat, faxte: 'Dat wist je niet en zeker zei je het niet. Het was al heel wat, als je op voet van 'je' en 'Tilanus' met hem verkeerde.' Tot diep in de jaren zeventig was het nog gebruikelijk in Den Haag dat de politici elkaar bij de achternaam aanspraken, maar wel tutoyeerden. In het vader-zoonlijstje ontbraken Theo en Thom de Graaf. De vader van Thom was in de naoorlogse jaren kamerlid voor de KVP.

Onze lezer die ons geregeld voorhoudt dat de geschiedenis niet met onze komst naar Den Haag is begonnen, stuurde ons een lijstje van:

De tien bekendste vaders en dochters van het Binnenhof:

1 Joop en Saskia (Noorman) Den Uyl

2 Victor en Jacqueline Rutgers

3 Koos en Irene Vorrink

4 Charles en Yvonne van Rooy

5 Jan en Gerda Brautigam

6 Hein en Guikje Roethof

7 Wouter en Leny (Jansen) van der Gevel

8 Jochem en Nellien de Ruiter

9 Cees en Ans (Willemse) van der Ploeg

10 Jan en Cor (de Roos) Oudegeest

Hoewel veel namen geen of nog vaag bellen doen rinkelen, zijn we de lezer-samensteller dankbaar.

Voor the record is het een mooi lijstje met op de tiende plaats de leider van de beruchte spoorwegstaking van 1903, Jan Oudegeest, later senator voor de SDAP, en op de eerste plaats het nog zittende PvdA-kamerlid Saskia Noorman-den Uyl. Het lijstje kreunt onder de geschiedenis.

Jacqueline Rutgers trad in 1963 als het eerste vrouwelijke kamerlid van de ARP aan. De parade der mannenbroeders, waarvan haar vader voor de oorlog als kamerlid (en fractieleider) deel uitmaakte, werd dus pas laat doorbroken, 45 jaar nadat de sociaal-democrate Suze Groeneweg als eerste vrouw in de Kamer kwam.

Het PvdA-kamerlid Wouter van der Gevel schreef op navrante wijze historie door in 1967, twee jaar na zijn aantreden, vrijwel in het harnas te sterven. Dat gebeurde nadat hij in een openbare commissievergadering over onderwijs het woord had gevoerd. Van der Gevel trad in het spoor van het kamerlid Wttewaal van Stoetwegen, die zich in 1866 zo opwond over een motie dat hij op het Binnenhof een fatale hartaanval kreeg. Leny van der Gevel was in de jaren tachtig enkele maanden kamerlid voor de PvdA.

Of we met de PvdA of met de VVD regeren is lood om oud ijzer. Een nog altijd onopgehelderd raadsel in de Nederlandse politiek is wie de geestelijke vader was van de lood-om-oud-ijzer-formule van de christen-democratische partijen in de wereld heeft geholpen. Volgens sommigen was het de anti-revolutionair Bouke Roolvink, volgens anderen diens partijgenoot Jelle Zijlstra.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de uitspraak is gedaan rond het aantreden van het kabinet-De Quay in 1959, het eerste kabinet van confessionelen en liberalen na de oorlog, dat een breuk vormde met de rood-roomse kabinetten-Drees. Zoals vorige week al bleek uit het relaas van Wim Aantjes over de huizencrisis (in het vierde CNV-cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging) waren Zijlstra en Roolvink tot dat kabinet toegetreden zonder de zegen van een deel van hun partij, met name de vakbondsvleugel. Vooral voor de oud-CNV-bestuurder Roolvink was dat lastig. Hij behoorde aanvankelijk tot de veronrusten, die zich tegen deelname van de ARP aan dit kabinet hadden verzet. De lood-om-oud-ijzer-uitspraak kan hij daarom hebben gedaan als rechtvaardiging van zijn stap, waardoor hij volgens Zijlstra als 'een soort verrader' werd beschouwd.

Voor Roolvink als bron pleit ook dat hij bankwerker was geweest en krachtige beeldspraak niet schuwde. Zijlstra rekende Roolvink 'gezegend met dat orgelende stemgeluid' zelfs tot het retorische kaliber van Abraham Kuyper. In AR-kring liepen ze met grote kanselredenaars weg. Over Kuyper vertelt Zijlstra in zijn memoires dat een oud vrouwtje eens aan een partijgenoot toevertrouwde 'dat als zij de grote man alleen maar de naam van het oudtestamentische dorpje Kirjath Jearim hoorde uitspreken, zij de zegen al op zich voelde neerdalen'. Roolvink had deze gave ook en hij 'sprak naar het hart van Jeruzalem'. Zijlstra ontbeerde naar eigen zeggen de gave van het woord, maar desondanks was hij in de partij geliefd. Hij had weinig op met de bevlogenen die steeds aanstuurden op samenwerking met de PvdA. Daarom kan hij ook goed de bron zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden