De gym-plus-klas vraagt wel veel

Brugklassers beginnen vol verwachting aan de middelbare school, maar in de tweede klas zijn ze overwegend ongeïnteresseerd. Op het Arentheem College in Arnhem proberen ze daar iets aan te doen: het gym-plus.

De leukste les is de les die uitvalt, dat kan toch niet de bedoeling zijn', zegt docent Nederlands Frits Roelofs, tevens projectleider Onderwijsvernieuwing op de school.

Wordt het consumptieve en pragmatische gedrag van middelbare scholieren veroorzaakt door de onvermijdelijke hormonen, of ligt het aan het schoolsysteem? Roelofs: ,,Als kinderen weten - en zich eigen hebben gemaakt - waarom ze de dingen doen die ze willen en moeten doen, dan kunnen ze bergen verzetten.” Roelofs baseert zich op de ideeën van hoogleraar orthopedagogie Luc Stevens, volgens wie onderwijs uit moet gaan van de intrinsieke motivatie van de leerlingen. Gangbaar onderwijs draait juist die motivatie de nek om.

Overal in het land zijn experimenten gaande met onderwijsvernieuwing waarbij getracht wordt aan te sluiten bij de motivatie en belevingswereld van de leerling. Meer vrijheid én meer verantwoordelijkheid, eigen leerroutes uitstippelen, weg met de vaste groepen, geen 50-minutenlesjes meer, klaslokalen in variabele grootte, de computer als leermiddel. Dat is overigens ook gedachtegoed van het studiehuis, de andere aanpak in de hogere klassen van havo en vwo. Het gaat Roelofs niet alleen om cognitieve vaardigheden, maar ook om de emotionele, creatieve, fysieke en spirituele aspecten van het mens-zijn.

Roelofs schreef met twee collega's een boek: 'Ontwikkeling van Emotionele Intelligentie. Praktijkboek voor de Leraar.' Als instrument heeft Roelofs 'Circle-time' lessen ingevoerd. Via spelvormen komt er een thema aan de orde, bijvoorbeeld pesten, waarna er een open gesprek volgt. Roelofs ziet zijn vak als middel om relaties met jongeren aan te gaan. 'Geen prestatie zonder relatie', een pedagogische kreet van Luc Stevens. Overigens draait Roelofs deze kreet ook om:

'Geen relatie zonder prestatie'. Op het Arentheem College dook een team van vijf docenten met één gymnasiumbrugklas de onderwijsvernieuwing in: het gym-plus. Het project kreeg inhoudelijke ondersteuning van onderwijsadviseurs van het CPS en Giralis. Waarom een gymnasiumklas? ,,Het had ook een havo-klas kunnen zijn”, zegt Roelofs. ,,Maar het gymnasium leidde een zieltogend bestaan en moest nieuw leven ingeblazen worden.” Dat is gelukt, want voor het komend schooljaar zijn er twee nieuwe gym-plus-brugklassen aangemeld. De potentiële kandidaten moesten een sollicitatiebrief schrijven en op gesprek komen. Het gaat immers om de motivatie.

Waar bestaat dat plus-element concreet uit? De klas heeft een eigen lokaal. Dat mogen ze inrichten zoals ze willen. Er is een 38-urige werkweek, elke dag loopt van 8.15 tot 15.45 uur, op vrijdag tot 14.05 uur. Als een docent ziek is werken ze door, er valt nooit een uur uit. Boeken blijven op school; ieder heeft een eigen locker in het lokaal, huiswerk bestaat niet meer. Aan de overkant van de gang is een computerlokaal en er is een extra, kleiner lokaal dat gebruikt kan worden als een docent met een groepje apart wil zitten, of als leerlingen een presentatie voorbereiden. Het kantoor van Roelofs ligt pal naast het gympluslokaal. Om de haverklap komen ze iets vragen: ,,Mag dit, mag dat?” Het antwoord is in negen van de tien gevallen: 'Ja', want eigen initiatief wordt gehonoreerd.

Per vak is de helft van de uren geschrapt. Wat overblijft heet 'aanbodgestuurd' onderwijs onder de hoede van een vakdocent, de rest zijn 'vraaggestuurde' uren. Leerlingen werken dan zelfstandig, alleen of in groepjes, onder begeleiding van de docent als vliegende keep. In het computerlokaal bewaakt ondertussen een klassenassistent de orde.

Het hele jaar is onderverdeeld in periodes van zes weken, die afgesloten worden met proefwerken en presentaties. Belangrijk onderdeel zijn de projecten. Op basis van een zelfgekozen thema formuleren de leerlingen onderzoeksvragen, zoeken antwoorden en verzorgen een presentatie. Leerlingen beoordelen hierbij elkaar.

Hoe functioneert dit onderwijs in de dagelijkse praktijk? De docent wiskunde komt een rommelige klas binnen. Onmiddellijk stuiven er een paar meisjes op de docent af met vragen over de leerstof. Deze behandelt de docent individueel. Ze fluistert mij toe dat ze niet meer probeert deze klas als eenheid te benaderen en dat ze dus reageert op wat er op haar afkomt.

Maar er wordt ook orde afgedwongen. De godsdienstdocent werkt met een groepje leerlingen die een zes of minder hadden voor hun laatste proefwerk. Ze moeten een hoofdstuk doorlezen en vragen beantwoorden. Op de eerste vraag: 'Waarin openbaart het Goddelijke zich aan de mensen?' geeft een jongen een zelfbedacht antwoord. Dat is niet wat in het boek staat, dus het is fout. De tweede keer dat deze jongen de beurt krijgt, zegt hij boos:

,,Ik heb het toch niet goed, laat maar”. Een meisje maakt de opmerking dat ze iets mist bij de heilige Drieeenheid, namelijk het vrouwelijke. Een jongen roept: ,,Het is symbolisch! God kan ook een vrouw zijn!” De docent snoert hem omwille van tijdgebrek en orde de mond. Soms is er rust en orde zonder dat het afgedwongen wordt. Aan het eind van een wat knullige presentatie door twee meisjes over het thema Filosofie zet de docent Nederlands, Roelofs dus, de leerlingen in een kring en geeft de meisjes de opdracht een filosofisch gesprek te leiden. Het gesprek gaat al snel over: wat is dood? De kinderen praten niet door elkaar, maar luisteren en wachten op hun beurt. Een jongen die doorgaans enorm druk is, zit er kalm bij en neemt actief deel aan het gesprek. De bel gaat, maar niemand reageert. Hierna volgt een zelfwerkuur, dus het gesprek kan doorgaan. Aan het eind hebben twee leerlingen een nieuw plan, een project over: wie of wat is God eigenlijk? En drie leerlingen gaan een project doen over reïncarnatie. De meisjes wier presentatie aanvankelijk mislukt was, zijn trots op het goed leiden van het gesprek. Hoe ervaart de eerste lichting dappere avonturiers zelf dit onderwijs? Ik vraag een zevental leerlingen naar hun bevindingen. De projecten vinden ze unaniem leuk. Twee van hen hielden een presentatie over het thema heksen in de Heksenwaag te Oudewater. Alles hadden ze zelf geregeld, inclusief vervoer door de ouders. Dat is toch iets om trots op te zijn. Onmiddellijk klagen ze echter dat ze te weinig tijd hebben om die presentaties voor te bereiden. De proefwerkweek komt er weer aan, het is te veel tegelijk, vinden ze. ,,Het huiswerkgedoe is vervelend”, zegt een jongen. ,,Ik wil meer thuis doen, op school doe ik te weinig.” Door iedereen wordt beaamd dat de beschikbare werktijd op school onvoldoende wordt gebruikt, omdat ze zo met elkaar bezig zijn. Een nogal drukke jongen zegt:

,,Ik word de hele tijd in verleiding gebracht om te kletsen. Dan moet ik vlak voor een proefwerk alle oefenin-gen in één keer maken, daar leer ik niks van.” Zou het beter zijn als de tijd meer door de docenten ingedeeld zou worden? Eén jongen wil juist nog meer zijn eigen tijd indelen. Hij wil alleen maar weten wat je aan het eind moet kunnen en dan zelf beoordelen welke oefeningen hij uit de leerstof gaat doen. ,,Anders moet je een heleboel oefeningen maken, die je al lang kan. Je moet gewoon zelf weten hoe je leert.” Een meisje zegt: ,,Er zou wel een les besteed mogen worden aan leren leren”. Wat voor soort persoon moet je zijn om op het gym-plus te zitten? Een enthousiast meisje roept: ,,Je moet met vrijheid om kunnen gaan en zelf initiatief nemen”. Een wat stille jongen zegt: ,,Ik pas er niet elke dag in”.

Roelofs onderkent het probleem van de onrust. Er is behoefte bij leraren én leerlingen aan meer rust en stilte, maar dat is lastig af te dwingen, vindt hij. Kinderen mogen nu eenmaal overleggen, lopen graag heen en weer. Bovendien is het creëren van rust in dit onderwijs onderdeel van het leerproces. Roelofs wil dat leerlingen hun eigen invloed gaan ervaren. Je kunt anderen vragen stil te zijn en je kunt anderen flink dwarszitten door dominant en luidruchtig te zijn. Het gaat erom dat de leerlingen hun eigen sociale proces gaan reguleren. Ze moeten leren conflicten aan te pakken en te behandelen als leermomenten. Dan ontstaat er vanuit henzelf een klimaat van omgaan met verschillen, van tolerantie en respect. Roelofs wil niet dat docenten politieagenten zijn die voortdurend dingen verbieden. Toch heeft hij het spelen van spelletjes op de computer verboden, want er waren jongens die niks anders meer deden. Daarover wordt dan wel beslist samen met de kinderen.

Een aantal docenten worstelt met hun nieuwe rol en met de eisen die de leerstof stelt. De docent wiskunde: ,,Ik zou meer willen doen. Dat is het eeuwige dilemma in deze klas. Ik moet het aan henzelf overlaten, maar bij sommige leerlingen zou ik willen zeggen: 'Ga daar nou eens zitten en doe je werk'.” De docent Frans wijst erop dat sommige leerlingen heel goed zelfstandig kunnen werken. De docent wiskunde werpt weer tegen dat een aantal dat na een jaar nóg niet kunnen. De docent Latijn: ,,Enerzijds zijn de resultaten zeer positief en anderzijds valt het erg tegen”. De docent Frans: ,,Ze functioneren niet naar óns ideaal, maar ze leren ondertussen van alles. In mijn les praten ze Frans grammaticaal niet correct, maar communicatief wel heel correct.” Roelofs maakt zich niet zo druk: ,,Je kunt later een spoedcursus wiskunde doen als je dat voor een vervolgstudie nodig blijkt te hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden