De gun show

Verspreid over de Verenigde Staten worden jaarlijks meer dan 1500 wapenbeurzen gehouden. Sinds het bloedbad in Littleton vind president Clinton dat wat veel. Maar de belangstelling van Amerikanen is allerminst tanende. Alleen de lange zwarte jassen worden weinig gepast.

Bert van Panhuis

De halfautomatische Colt Sporter voelt heel gaaf aan.Hij ligt fraai tegen de schouder. Het is een mooi afgewerkt model met een glimmende korte loop van chroom en een dito blinkend magazijn. De trekker past naadloos op de wijsvinger. Opmerkelijk hoe mooi en gestileerd zo'n dodelijk wapen kan zijn. Want de Colt Sporter valt in de categorie 'assault weapons', het type wapen dat voor de aanval wordt gebruikt, niet voor de verdediging.

Op de tafel van Flag Guns liggen nog een stuk of dertig modellen, de een nog fraaier dan de ander. De wapenverkoper uit het Zuid-Californische La Habra mag zich verheugen in een grote belangstelling. De puber van een jaar of vijftien probeert alles aan een van de geweren uit alsof hij er dagelijks mee omgaat en stelt vragen als een kenner. Jammer, is zijn reactie op een van de antwoorden.

Flag Guns staat met zijn tafel op een gun show, een wapenbeurs. Die van Great Western staat dit weekeinde drie dagen lang op de Fairflex, een enorm terrein in Pomona, halverwege tussen Los Angeles en San Bernardino. 's Werelds grootste gun show, adverteert de organisatie: 5300 tafels, ruim 15 kilometer lang. Deze maand worden er, verspreid over de Verenigde Staten, 155 wapenbeurzen gehouden. De eerste in de lijst van Gun List, een wekelijkse wapenkrant, is in Sonora (Californie); de 155ste in Fremont (Wyoming). En zo gaat het van januari tot december.

President Clinton heeft in de nasleep van de schooltragedie in Littleton aangekondigd het aantal gun shows te willen beperken. Het was waarschijnlijk op een van die beurzen dat iemand de Tec-9 9mm kocht waarmee Eric Harris en Dylan Klebold hun medeleerlingen neerknalden op Columbine High.

Met zijn voorstel zal Clinton zich niet populair maken bij de bezoekers van zo'n show. Het is half elf op de zaterdagmorgen en de belangstelling is al groot. In zeven lange rijen staan de liefhebbers voor de kassa's van Fairflex om een toegangskaartje van zeven dollar te kopen. ,,Geen dieren, niet roken, geen wapens'', staat er als waarschuwing. Dat laatste geldt zeker niet voor dit weekeinde. In een van de rijen staat een bejaarde man met een Mauser-geweer aan de schouder. Op een stuk karton staan de technische gegevens en de prijs die hij op het oog heeft: 1295 dollar. Hij trekt een boodschappenwagentje met munitie voort.

De wachtenden worden via een megafoon naar een lidmaatschap gelokt van de National Rifle Association, de machtige organisatie van wapenbezitters, die hetzelfde weekeinde onder protest van onder anderen de burgemeester een conventie houdt in Denver, dus bijna onder de rook van Littleton. ,,Verdien gratis toegang tot de show'', roept een krakende mannenstem, ,,word lid van de NRA. Een lidmaatschap van de NRA en een gratis kaartje.''

Onder het publiek veel mannen in alle leeftijdscategoriën. Dit zuidelijke deel van Californië heeft de afgelopen tien, twintig jaar veel immigranten uit het zuiden getrokken. En dat is aan het publiek te merken. Kinderen staat er maar sporadisch. De jongen van een jaar of twaalf met het t-shirt waarop de tekst 'Het is niet het leven dat me zorgen baart maar de klap waarmee er een einde aan komt' is een uitzondering.

Het aantal vrouwen daarentegen is opmerkelijk groot. De meesten zijn er in gezelschap van man of vriend. Zoals de slons die haar XXL t-shirt siert met 'Het is geen premenstrual syndrome, ik ben gewoon een bitch'. Er zijn vrij veel vertegenwoordigers van haar bevolkingsgroep, die in de VS bekend staat als white trash, de blanke onderklasse die doorgaans in een trailerpark huist, de Amerikaanse variant op het woonwagenkamp.

Het begrip 'wapenbeurs' moet ruim worden genomen, wordt al snel duidelijk. Want in een van de stalletjes in de buitenlucht worden ook kampeerartikelen verkocht. En native Americans, zoals indianen in de VS heten, staan er met het resultaat van handenarbeid. In het hart van het terrein geeft een in cowboytenue gestoken Bob Hamm op ieder heel uur een showtje met revolvers en pistolen. Een onvervalst kermisnummer.

Het Amerikaanse leger heeft een imposante granaatwerper geïnstalleerd. Drie kort geknipte soldaten lopen er in camouflagekleding omheen, de gezichten bewerkt met donkere verf. Soldaat Campbell geeft uitleg over de M198 155 mm Howitzer terwijl een collega van hem de lange loop van het wapen bijdraait. Achttien mijl is het bereik van de werper, vertelt hij een jongen. Wow, reageert de knul bewonderend. Alle acht gigantische expositiehallen staan vol. Met wapentuig, maar ook met kleding en snuisterijen. Honderd dollar, is de afspraak met mezelf, mag er hier worden besteed. En om het moeilijk te maken: alleen voorwerpen die in brede zin met het begrip wapentuig te maken hebben komen in aanmerking. En het moet gebruikt kunnen worden.

Dat betekent dus dat zo'n mooie Air Force wing afvalt, net als dat insigne van het USMC, het Amerikaanse korps mariniers. En ook die fraaie 'indianenkunst' moet blijven liggen, evenals die slaapzak van legergroen canvas en die helm. Per slot van rekening dient een helm om je tegen wapens te verdedigen.

Geweren, revolvers en pistolen komen wel in aanmerking. Die Colt van Flag Guns is wel gaaf - om de terminologie netjes te houden - om mee door de straten van Washington te lopen. Met zo'n wat slepende tred en het gezicht à la Clint Eastwood in Come on, make my day!. De huidige wetgeving gebiedt dat de aan- en verkoop van ieder wapen moet worden aangemeld bij het ministerie van financien (!), maar ook dat kan niet onoverkomelijk zijn. Dat is het prijskaartje echter wel. 1999,99 dollars wordt er maar liefst gevraagd. De prachtige Olympic MFR, ook een halfautomatisch wapen, is slechts 200 dollar goedkoper. Een rondje langs de tafel levert als goedkoopste wapen een geweer van 799 dollar op.

Dan maar bij de jachtgeweren, pistolen en revolvers kijken. Jachtgeweren worden er zo te zien wel verkocht. Hier en daar steekt boven de hoofden van de bezoekers aan de gun show een loop in de lucht. Het prijskaartje zit er nog aan. Tafels en vitrines vol geweren zijn er te bewonderen, de donkere kolven zijn glimmend opgepoetst. Bij Jim ligt handtuig te kust en te keur. Revolvers met een fraaie vorm, zoals ze in de westerns uit de holsters worden getrokken.

Maar het mooist zijn toch die politiepistolen van Smith & Wesson. Compact en stevig en prachtig afgewerkt. En ze liggen weer zo lekker in de hand. Ai, langs de tafel beginnen de alarmbellen te rinkelen als ik een exemplaar net iets te gretig heb opgepakt. ,,Nu ben je de klos'', grinnikt een man. Onverstoorbaar sluit de eigenaar van de stand een van de stekkertjes die is losgeschoten weer aan. Ook Smith & Wesson moet de klandizie worden onthouden. Ook 725 dollar is ver boven de begroting.

Een van de hallen biedt onderdak aan wat maar even 'de Duitse hoek' moet worden genoemd. Etalagepoppen showen er niet van echt te onderscheiden uniformen uit het Duitsland van tussen 1933 en 1945. De petten zijn ook los te koop compleet met het insigne van de SS en het doodskopje van het elitekorps. En hoe kan een mens het mooier treffen: naast me duikt ineens een bejaarde man met snor op, gestoken in een roestbruin uniform. Op zijn mouw draagt de man een band met daarop 'Afrikakorps'. Getuige het aanbod aan banden in het stalletje had het ook 'SS-lager Dachau' kunnen zijn. Ook dat is te koop.

,,Hallo, wie geht's'' vraagt de bejaarde de standhouder, die niet alleen een SS-pet draagt maar ook een speldje van Lufthansa. Dat zal de Duitse luchtvaartmaatschappij niet echt op prijs stellen. Horst, Hans, Wilhelm of hoe de 'Duitser' in het uniform ook mag heten laat wat nazi-speelgoed voor zich uitstallen. Naast hem wordt een uniformjasje uitgelegd voor twee jonge mannen uit San Diego. De ene schudt ontevreden het hoofd; hij wil er een met het SS-insigne op een andere, meer prominente plek.

Bizar is een klein rek met Australische jassen. Een uitvoerige inspectie leidt tot de conclusie dat dit inderdaad de lange zwarte jassen zijn waarmee Harris en Klebold zich vertoonden op Columbine High. Er is niemand die er een wil passen.

Dat dit soort shows vooral mensen aantrekt die weinig ophebben met de Amerikaanse regering in het algemeen en die van Clinton in het bijzonder, valt niet alleen op te maken uit het aantal standjes waar milities demonstreren hoe je voedsel kunt bereiden voor een langdurig beleg. Sommige standhouders zijn gespecialiseerd in kaarten met Hillary in SM-meesterestenue en met bumperstickers, die Clinton verantwoordelijk houden voor alles wat er fout is in Amerika.

De keurige Amerikaanse mevrouw van de American Opinion stand heeft ook een sticker in de aanbieding met het tekstje 'Save the military. Just say No'. Dat loopt dan over een afbeelding waarop een soldaatje en ander, krom staand soldaatje anaal pakt. De anti-Gays-in-the-military-sticker valt ruimschoots binnen de begroting, maar mevrouw zal aan mij niet verdienen.

Waar die honderd dollar dan wel heengaan? Twee doosjes, waar kogels in kunnen worden bewaard, maar die ook goed zijn voor paperclips en centen: 3,75 dollar. Een t-shirt met daarop twee teksten van Thomas Jefferson, een van de founding fathers van de VS, waarin deze het wapenbezit verdedigt: 14 dollar. Het boekje: The Turner Diaries, een superrechts werkje over samenzweringen dat Timothy McVeigh destijds inspireerde tot de bomaanslag in Oklahoma City: 16,95 dollar. Om mijn liefde voor uniformen toch nog enigszins te bevredigen: een poppetje in het tenue van een peletonaanvoerder, compleet met plastic geweer: 28 dollar.

En tot slot: de aankoop van de dag. Een authentiek gevechtsmes van het Amerikaanse korps mariniers. Vlijmscherp met een vlakke kant en een gekarteld stuk. Dat bijna 33 centimeter lange stuk staal kostte 34 dollar. Dus Washington: Make my day!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden