Opinie

De Grutte Stoarm die Friesland en Holland uit elkaar scheurde

'Om maar met de deur in huis te vallen: wij zijn allemaal Friezen“, zet de vertelster het publiek meteen op het verbaasde been. ,,Oorspronkelijk dan, nu al zevenhonderd jaar niet meer“, zet haar tegenspeler de uitspraak historisch op scherp.

Zo begint 'De Grutte Stoarm', in goed Nederlands 'De Groote Storm', een theatrale scheppingsmythe over de oergeschiedenis van ons landje. Hoe het ontstond en hoe het zijn huidige vorm kreeg door een rampzalige springvloed in de nacht van 13 op 14 december 1287, de Sint Luciavloed, zo genoemd naar de Noordgermaanse godin van het licht wier feestdag op 13 december viel. Die in Zweden nog altijd wordt gevierd.

In die verschrikkelijke nacht kwamen 50000 mensen om, werden Friesland en Holland van elkaar gescheiden door de nieuw ontstane Zuiderzee (nu IJsselmeer) en ontstonden met de Waddenzee de Waddeneilanden. Was tot dan het Fries de algemene taal vanaf het Zwin tot aan Denemarken, in één klap was het uit met de Friese heerschappij en maakte Holland de dienst uit.

Het is een vergeten verhaal, die Luciavloed, maar een echt bestaande geschiedenis, verzekert Rieks Swarte, maker en regisseur van 'De Groote Storm': ,,Vorig jaar op Terschelling op zoek naar een idee voor een Oerol-voorstelling vroeg ik me af hoe Terschelling is ontstaan. In de bibliotheek van museum Het Behouden Huys kwam ik die kaarten tegen, die we nu in de voorstelling laten zien, van voor en na de stormvloed. En het verhaal hoe dat in één nacht gebeurd was.''

In de voorstelling wordt dat simpelweg verbeeld door een reusachtig doek ­ beschilderd met mensen, dieren en voorwerpen ­ over de vloer uit te vouwen en in lange nagolven tot rust te laten komen als primitieve tekening van wat daar in die vloed allemaal verdronken is.

..Waarom ik het verhaal van die stormvloed zo belangrijk vind, en zo dramatisch'', zegt Swarte, ,,is dat het de aanleiding was van de definitieve scheuring van Friesland en Holland, en het uitwissen van de Friese historie. Een paar jaar later stuurde Floris V de laatste dwarse Friezen de zee op. Hij liet ze gewoon in een wak zakken en verzuipen. Pas vanaf dat moment begint onze vaderlandse geschiedenis. Laatst kocht ik nog een oud geschiedenisboek op de markt en, ja, het begon weer daar. Terwijl onze geschiedenis eigenlijk 3000 jaar ouder is. Ik vond het zaak dat de wereld op te schoppen.''

Swarte benaderde de Friese dichteres Albertina Soepboer om de tekst voor de voorstelling te schrijven. ,,Niet als een toneelscript met personages, vertel het gewoon in je eigen woorden“, zei hij. Soepboer sprokkelde een uiterst beeldende tekst bij elkaar uit de Edda en andere mythische verhalen, uit historische feiten en archeologische vondsten. En begon met het begin: ..Earst wie it neat yn it heelal. Eerst was het niets in het heelal. Maar op een keer kwam met een knal een planeet it heelal yn stoarmjen. En neamde zichzelf Ierde, Aarde.''

De mengeling van Fries en Nederlands geeft de vertelling een onverwachte ­ en uitstekend te volgen ­ levendigheid. En om zo'n verhaal de toon van een geschiedenisles ­ 'Wat het in feite natuurlijk is', zegt de maker ­ helemaal te laten ontstijgen, is Swarte wel toevertrouwd. Met de van hem bekende oersimpele vondsten, attributen, poppen en andere figuren schetst hij een visuele theatertaal die de mythische verhaaltrant in een aardser perspectief zet. Met ontroerende en vaak heel geestige effecten.

Aarde, die aan het baren en scheppen slaat, draagt een platte pannenkoek als masker en een veelborstige ballonnetjesboezem. Als zij na Woord, Licht (Lucia), de dieren en Slang de eerste twee mensen schept, hangen twee uit papier geknipte figuurtjes bloot en kwetsbaar aan een kledingrek.

,,Het punt waar dat gebeurde, dat neamde Ierde Fryslân“, zegt de vertelster. En dat ontlokt de zaal prompt een spontane lach. Adam en Eva op de zompige Friese klei prikkelt het gevoel voor humor. Het relativerende, de lichte ironie maken Swarte's voorstellingen zo sprankelend. In taal en toon toont Soepboer zich verwant aan zijn werk.

Na de Schepping komen thematische periodes als matriarchaat, patriarchaat, oorlog en kerstening aan bod. Als terloops wordt een speels zicht op de ontwikkelingen in het oude Friesland gegeven. Veelzeggend hoeveel goderij en christendom naast elkaar worden gezet: de asega (Oudfriese volksrechter) en apostel Willibrord allebei met een kistje met hun overtuiging, in het ene een verzameling kleurige poppen, in het andere alleen een boek, Het Woord. En dan de oerkoe die altijd drinken heeft voor de mensen en Us Mem heet: een zwartbont dierenvelletje met onderaan een hardroze gevingerde huishoudhandschoen.

Al even kinderlijk eenvoudig wordt het ontstaan van de terpen geschetst. Een man staat onhandig met een schop in de hand: wat hij ermee moet? ,,Skeppe fansels (vanzelf)“, zegt een tweede. Maar wat? ,,Skep mar in bult.“ En dan wordt weer zo'n typisch Swarte-beeld in stelling gebracht, een gefiguurzaagd triplex heuveltje met een huisje erop: de woonstee van de Terpfriezen. Die al snel allerlei vermaak bedenken, zoals in de eerste strenge winter, de Zeventerpentocht. En daar gaan ze, elkaar stiekem onderuit duwend op het ijs.

Met frisse energie en zichtbaar plezier geven vijf spelers het verhaal vorm in die montere afwisseling van Fries en Nederlands. Een deel is afkomstig van de Friese theatergroep Tryater. De vertelster (Tamara Schoppert) breit de boel aan elkaar, de anderen vullen razendsnel de piepkleine tussenrolletjes in met behulp van talloze rekwisieten, terwijl musicus Sytze Pruiksma uit de meest bizarre instrumenten betoverende muziek maakt die de handeling opstuwt, schurende contrasten aanbrengt en de verschillende liedjes wonderschoon begeleidt.

,,Als je het hebt over de identiteit van een volk, dan horen liedjes erbij“, zegt Rieks Swarte: ,,De voorstelling heeft heel erg een extra tournee in Friesland nodig voor het gevoel: zie je wel, wij en onze geschiedenis zijn echt veel ouder.''

In juni, in de try-outperiode, stond de voorstelling op het Oerol en had daar met de Waddenzee en, bij helder weer, de Friese kust en de toren van Leeuwarden een pracht van een natuurlijk decor.

In de zaal is de achtergrond een groot doek met een boom erop geschilderd. ,,Die boom is uit de Edda“, zegt Rieks Swarte, ,,Bovenop zit de uil die alles ziet en langs de stam racet de eekhoorn heen en weer als boodschapper tussen boven- en onderwereld. Die boom is blauw, omdat we alleen blauw hadden.

Alles in deze voorstelling is gerecycled. De vijftien procent die alles duurder is geworden door Arbo en inflatie krijg ik er met de subsidie niet bij en dus moet je zuiniger doen. Ook het triplex is uit oude decors. Je tast al die spullen maar op in het magazijn. Waarom zou je het niet hergebruiken? Ik vind dat zelfs grappig.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden