De grote pech van Carpentier

Het is misschien wel een van de wonderlijkste gotspes uit de theatergeschiedenis: Jean-Baptiste Molière, de grote acteur en toneelschrijver die het leven laat na de vierde voorstelling van zijn laatste stuk 'Le malade imaginaire'. Op 17 februari 1673 speelde Molière nog de titelrol van de 'ingebeelde zieke' hoewel hij zelf allerminst ingebeeld ziek was. Met hoge koorts stond hij op het toneel, en bezweek kort na afloop van de voorstelling.

Met de dood van Molière verloor Frankrijk niet alleen een genie, zijn verscheiden richtte ook in de muziekwereld grote schade aan - collateral damage zogezegd. Wat was het geval.

Na jaren van succesvol samenwerken met de uit Italië afkomstige componist Jean-Baptiste Lully (ze maakten onder andere 'Le bourgeois gentilhomme' samen), was het in december 1671 tot een breuk gekomen met Molière. De twee Jean-Baptistes konden niet meer door één deur. De onaangename, onbetrouwbare intrigant Lully had onlangs zijn eerste succes behaald met het door hem zelf uitgevonden genre van de Franse opera en zag daar meer brood (lees: geld) in dan in verdere samenwerking met Molière. Die moest op zoek naar een andere componist en kwam uit bij de onervaren Marc-Antoine Charpentier. Waarom juist hij, dat weten de muziekhistorici niet, maar het bleek een gouden greep.

De muziek voor 'Le malade imaginaire', die in 1980 in de museumbibliotheek van de Comédie Française werd teruggevonden laat een Charpentier horen die op zijn minst gelijk is aan die van Lully, zo niet beter. Wat als Molière niet gestorven zou zijn? Wat had de samenwerking tussen hem en Charpentier nog voor moois opgeleverd? Samen waren ze wellicht sterker geweest tegen de onheuse voortrekkerij die Lully bij de Zonnekoning gedaan kreeg. Nu werd Charpentier naar de randen van de Franse muziekwereld geschoven en mocht hij wegens allerlei exclusiviteitsrechten pas na Lully's dood zijn eerste opera schrijven: het meesterwerk 'Médée'.

Charpentiers muziek figureert opvallend in de reprise van de heerlijke voorstelling 'De ingebeelde zieke' van De Utrechtse Spelen. Het barokorkest Musica Poetica speelt daar onder leiding van Jörn Boysen met grote vaart en aanstekelijkheid. De proloog en tussenspelen zijn inventief in het hoofdverhaal opgenomen. Zo zingt Loes Luca een Italiaans liedje dat oorspronkelijk voor Spacamond bedoeld was en vormt het derde tussenspel nu het hilarische einde van het stuk.

Het is een feest van een voorstelling, niets meer en niets minder. En bij een feestje hoort nou eenmaal muziek. 'De ingebeelde zieke' van Molière én Charpentier is deze weken nog in Rotterdam en Amsterdam te zien. Ga en geniet!

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden