de Grote bosmuis

Er zijn diersoorten waarvan men ooit dacht dat ze geen pootjes zouden hebben. Ik doel hier niet op slangen, regenwormen of zeekomkommers, maar op vogels en zoogdieren. Het is vreemd dat de grote paradijsvogel, die toch op een paar forse poten door het leven stapt, door biologen Paradisaea apoda is genoemd. Het heeft ermee te maken dat de gestroopte huiden van deze fraaie Nieuw-Guineese vogels, ontdaan van hun ter versiering van dameshoeden nutteloze poten, naar Europa werden verhandeld en dat op basis van zulke verminkte handelswaar de biologische soort werd beschreven. De grote paradijsvogel heet daardoor ten onrechte de 'pootloze paradijsvogel'.

Dan zijn er de gierzwaluwen, die als wetenschappelijke naam de hyperbool Apus apus met zich meedragen: de pootloze zonder poten dus. Ook gierzwaluwen bezitten wel degelijk pootjes, hoewel in dit geval enigszins rudimentair en slechts tot onbeholpen voortbeweging in staat. En dan kennen we de muizen van het geslacht Apodemus, wat letterlijk 'pootloze muis' betekent. In het Nederlands heten ze bosmuis en ze behoren tot de familie der zogenoemde ware muizen, waartoe in ons land verder de huismuis, de dwergmuis en twee soorten ratten behoren. Bosmuizen komen zeer algemeen voor, dat wil zeggen de gewone bosmuis Apodemus sylvaticus. Sinds enige tijd verschijnen meldingen in de pers (en op websites als waarneming.nl) dat sprake is van een invasie van de grote bosmuis, Apodemus flavicollis, ook wel de geelhalsmuis genoemd (wat weer een letterlijke vertaling is van de soortnaam flavicollis). Om u gerust te stellen: bosmuizen hebben pootjes, net als alle andere knaagdieren, en wie ooit een bosmuis over de grond heeft zien rennen weet dat ze zich daar behoorlijk adequaat mee uit de voeten kunnen maken. Bosmuizen hebben dus een even onzinnige wetenschappelijke naam als de paradijsvogel en de gierzwaluw. Er is helaas niets aan te doen, want zulke namen zijn nu eenmaal gefixeerd.

De grote bosmuis was tot een tiental jaren geleden een soort die in ons land alleen als zeldzaam randgeval voorkwam. Er leefde een kleine populatie in een verre uithoek van Zuid-Limburg en verder nergens. Toen kwam in 2005 een waarneming uit Winterswijk; al in 2009 zat daar een flinke populatie. Daarna kwamen er meldingen uit het Groninger Vlagtwedde (november 2009), het Drentse Bargerveen (zomer 2012) en Exloo (ook in Drenthe, oktober 2012). Nu zijn we weer een paar jaar verder en zit de soort in grote delen van oostelijk Nederland, van de Meinweg en de Achterhoek tot Twente, Drenthe en Groningen. In Groningen vraagt men zich momenteel bezorgd af of de grote bosmuis de gewone gaat verdringen. Als dat zo is, is dat uiteindelijk niet meer dan een feitenconstatering, want je doet er niets aan.

Kennelijk is de geelhalsmuis bezig met een gestage intocht vanuit Duitsland, net als de wolf en ooit ook het wilde zwijn en de steenmarter. Het lijkt bijna alsof de Pruisische wolven de kleine knaagdiertjes als kwartiermakers hebben vooruitgestuurd om eens te kijken of het hier veilig is. We wachten af wat ze rapporteren.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden