De Groote Zeilvaart uit eerste hand

Ton Pronker schreef een boek over zijn grootvader, die kapitein was in de tijd dat er nog met zeilschepen gevaren werd.

Ton Pronker is de enige nog levende Nederlander die zeilen heeft geleerd van een 'Kapitein ter Groote Zeilvaart', en daar is ie trots op. Want die 'Kapitein' was Teunis Pronker - niet zomaar een grootvader, ook een vriend voor het leven, iemand die de wereld heeft bezeild, een leermeester, een voorbeeld. Kortom, een man over wie je een boek zou kunnen schrijven.

Dat heeft Ton Pronker (73) dan ook gedaan. Een jaar of vijftien geleden is hij er aan begonnen, omdat hij wilde vastleggen wat hij wist van 'kapt. T. Pronker' en van de rest van de familie. Het is alleen wat uit de hand gelopen. Zevenhonderd pagina's, oneindig veel illustraties en kaarten, maar liefst zestien bijlagen en een reeks registers. En nóg heeft Pronker zich moeten inhouden.

'Het barkschip Amicitia' heet het boek en dat geeft al aan dat het niet alleen over een opa gaat. Dankzij de uitgebreide correspondentie die Teunis Pronker en zijn enige kleinzoon met elkaar voerden en dankzij de innige vriendschap ('Amicitia' in het Latijn) die ze samen hadden, is de uitgave veel meer dan een biografie. Het gaat ook over de laatste jaren van de Groote Zeilvaart, over de negentiende-eeuwse zeilschepen, over de wereld in die tijd.

En over Vlieland natuurlijk, want dat is het eiland van de Pronkers. Daar is Teunis geboren (in 1864), daar heeft hij meer dan de helft van zijn leven gewoond en daar kwam de kleine Ton hem al vanaf z'n zevende in de vakanties opzoeken. Daar ook leerde hij zijn kleinzoon zeilen, vertelde hij hoe hij in zijn 25-jarige loopbaan van scheepsjongen tot kapitein vijfmaal Kaap Hoorn had gerond en zeventien keer om Kaap de Goede Hoop was gevaren.

In zijn huis met uitzicht over zee vroeg zijn oogappel hem de kleren van het lijf. 'Jij wilt ook alles weten' gaf hij kleine Ton steevast als antwoord, om vervolgens 'de luiken te openen en wat van de rijke lading aan ervaring en kennis te lossen'.

,,Die momenten hebben een belangrijk stempel op mijn leven gezet. Er was een grote genegenheid, al vind je die niet terug in extreme bewoordingen, wel in het gedachtengoed.''

Op datzelfde eiland waar Teunis in 1949 op 85-jarige leeftijd overleed, woont Ton nu in een bijna 400 jaar oud huis. Hij leeft er tussen de herinneringen aan zijn grootvader, zoals de schilderijen van het goede barkschip 'Amicitia' en andere schepen, modellen en boeken. Zelf had hij ook graag op de brug van een schip gestaan, zoals ook zoveel andere familieleden, maar een ooggebrek dat hij op zijn tweede opliep verhinderde dat. Een belangrijk deel van zijn leven werkte hij in het rederijbedrijf.

Varen deed hij trouwens toch wel. Van jongs af had hij zeilbootjes, later jachten. Daar bezeilde hij Nederland mee, de kusten van West-Europa, over de Atlantic en naar Spitsbergen. En toen hij 60 werd, stapte hij op zijn kitsjacht 'Kaap Bol IV', trok in z'n eentje in drie jaar (,,de beste van mijn leven, het pure gevoel van onafhankelijkheid'') om de wereld en bezocht plaatsen waar ook grootvader had gezeild. Vijf jaar geleden maakte hij nog een reis met de Russische viermastbark 'Krusenstern' over de oceaan. Hij klom zelfs met z'n 68 jaren op de bovenbramra. Hij schrijft zelf trouwens 'raa', omdat dat voor hem meer past bij de sfeer van de zeilvaart: ,,Zeilschiptermen in hedendaagse spelling, dat gaat niet naar mijn gevoel. De mensen van die periode en hun taal zijn voor mij een onverbrekelijk geheel.''

Net zo goed gebruikt hij 'reederij', omdat 'rederij' eigenlijk 'praterij' betekende en voor hem niet het oude, eerbiedwaardige beroep van 'reeder' weergeeft.

Ton Pronker heeft z'n hele leven informatie over de zeilvaart verzameld en geïnterpreteerd. ,,Als jongen legde ik al bewust vast wat ik te weten kon komen. Ik maakte tekeningen in concept. En vanaf mijn schooltijd had ik een zeer levendige correspondentie met mijn grootvader; die brieven heb ik bewaard. Toen hij 84 was, en nog vitaal van lichaam en geest, heeft hij nog eens speciaal op mijn verzoek zijn jonge jaren op zee beschreven. Een paar maanden later is hij overleden.''

Oude scheepvaartberichten gaven hem inzicht in de reizen die zijn grootvader maakte. Krantenknipsels meldden over de stranding van de 'Lina' op de Noorse kust en over de brand op de Gironde bij Bordeaux die de 'Amicitia' verwoestte. Beide keren liep het met Teunis goed af. Zijn kleinzoon heeft de rampplekken bezocht en ter plaatse documenten opgespoord die het verhaal tot in details vertellen.

Pronker zocht ook andere kapiteins op en trof familieleden van mensen die onder kapt. T. Pronker hebben gewerkt. Zo kwam hij in contact met nabestaanden van derde stuurman Willem Celosse die met hem op de 'Amicitia' had gevaren. ,,Die had van die periode uitvoerige en boeiende dagboeken bijgehouden. Die gaven goed inzicht in de manier waarop er op de laatste zeilschepen gevaren werd. Ik heb ze dan ook in z'n geheel in mijn boek opgenomen. Ze laten bijvoorbeeld zien wat een derde stuurman nou eigenlijk aan boord deed; zijn positie was in de zeilvaart totaal anders dan later in de stoomvaart. Bovendien haalde ik uit de dagboeken het begin van een conflict tussen Celosse en de 'ouwe', die weer een ander licht op mijn grootvader werpt. Voor sommige mensen kon hij knap lastig zijn.''

Ook via contact met familie van andere Kaap Hoornvaarders kreeg Pronker informatie, die zijn beeld van 'opa's tijd' verbreedden. ,,Mijn grootvader was geen belangrijk man. En de 'Amicitia' was geen belangrijk schip. Maar beiden waren karakteristiek voor hun tijd. Ik heb ze gebruikt als skelet om een beeld van die periode te schetsen. Toen mijn grootvader op z'n veertiende ging varen, waren stoomschepen nog zeldzaam. Vijfentwintig jaar later waren juist de zeilschepen zeldzaam. Dat was een gigantische omwenteling. Op een zeilschip valt of staat de voortgang met het handelen van de bemanning. Elke verandering van de wind moet vertaald worden in een actie. Dat is het fascinerende van zeilen.''

Hij werd tot het vastleggen van de kroniek over kapitein Pronker en de laatste periode van de zeilvaart gestimuleerd door schrijver en uitgever Wim Hazeu. Die kwam veel op Vlieland vanwege de dichter Jan Slauerhoff, een volle neef van Ton Pronker. 'Maak er een mooi boek van', moedigde Hazeu hem aan. 'Laat het niet bij een eenvoudige familiekroniek.' En zo is het een hele fraaie uitgave geworden. Met z'n eigen taalgebruik en spelling, z'n eigen indeling. ,,Zoals ik vind dat een boek moet zijn'', zegt hij met een duidelijke taal, die hij van geen vreemde heeft. ,,Ik had nog meer en grondiger willen uitzoeken. Maar ik ben nu 73. Ik heb vastgelegd wat ik weet, voordat ik voor de laatste maal het kielzog van mijn grootvader zal volgen op die Laatste Lange Reis, waarop geen kust meer achter de einder zal wenken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden