De grond is perfect, waar blijft de rijst?

Vruchtbaar en goedkoop Afrikaans land is gewild. Wereldwijd jagen zakenlui op dit 'groene goud' voor de productie van voedsel en biobrandstoffen. Foute zaak, zeggen mensenrechtenclubs en milieudeskundigen. Maar Afrikaanse leiders zijn dolblij met de investeerders. Wie heeft er gelijk? Trouw zocht naar antwoorden in Oost-, West-, en zuidelijk Afrika. Deel 7: Rijst in Mozambique.

Kittige roze pumps, gouden sandalen en comfortabele witte gympen. Met een gaatje, dat wel. Op de pumps en sandalen zitten wat viezigheid en slijtplekken. De schoenen zijn tweedehands.

In de moderne, eerder Zuid-Amerikaans dan Afrikaans aandoende Mozambikaanse hoofdstad Maputo worden overal op straat afgedankte schoenen verkocht. In keurige rijen staan ze op de trottoirs langs de brede straten opgesteld. De langsrazende fourwheeldrives van zakenlui blazen het schoeisel bijna weg. Ook veel tweedehands kleding wordt aangeboden. "Nieuwe dingen zijn onbetaalbaar", zegt een voorbijganger. "Ik koop alles tweedehands. Het leven is hier te duur."

Wie denkt in Mozambique typisch Afrikaanse prijzen aan te treffen, heeft het mis. Vooral in het door expats overgenomen Maputo gelden voor een espresso, biertje of een lunch haast Europese prijzen. Diners en hotels zijn bijkans duurder dan in het Westen.

De Portugezen, nazaten van de koloniale overheersers, Engelsen en Amerikanen die hier werken voor bedrijven en non-gouvermentele organisaties drijven de prijzen met hun riante salarissen op. Het centrum van Maputo is op hen gericht. De Mozambikanen verhuren hun woningen in de stad voor een slordige tweeduizend euro per maand aan medewerkers van multinationals en hulporganisaties en gaan zelf elders wonen, vertelt een Spaanse nieuwkomer in Maputo. "Het is vrij bizar. In Spanje betaal ik veel minder voor een flat dan hier."

Een belangrijke reden waarom het leven zo duur is: Mozambique importeert bijna alles. De supermarkten liggen vol duur fruit, groente, vlees, voorverpakt voedsel en levensmiddelen uit Portugal, India, China en Nederland. Het meest importeert Mozambique uit zuiderbuur en regionale economische reus Zuid-Afrika. 35 procent van alle import komt er vandaan. Johannesburg ligt op een uur vliegen van Maputo. Maar omdat Mozambique meer importeert dan het exporteert, is het land sterk afhankelijk van ontwikkelingshulp.

"Terwijl we zélf ons eten kunnen produceren." Hoe langer hij erover praat, hoe geïrriteerder Arnaldo Ribeiro raakt. Dat Mozambique zoveel importeert, is zijn grote frustratie. "Het is niet logisch dat we voor ons voedsel afhankelijk zijn van andere landen. Wij hebben vruchtbaar land, en veel land."

Het zuidoostelijke Afrikaanse land is bijna twintig keer zo groot als Nederland en heeft 22 miljoen inwoners. Veel deskundigen, onder wie Mozambique-specialist Joseph Hanlon van de Britse Open University zeggen al jaren dat het landbouwareaal in Mozambique beter moet worden benut.

Ribeiro, een Mozambikaan met Portugese voorouders, is algemeen directeur van Mozfoods. Dit Mozambikaanse bedrijf investeert sinds 2004 in het herstel van de agrarische infrastructuur van Mozambique. De burgeroorlog (1976-1992) tussen de destijds marxistische regeringspartij Frelimo en verzetsbeweging Renamo, die volgde op de door Frelimo bevochten onafhankelijkheid op de Portugezen (1975), was de genadeklap voor de agrarische sector. Mozfoods wil de binnenlandse voedselproductie vergroten en er een winstgevende sector van maken die eerst Mozambique, en daarna heel zuidelijk Afrika moet gaan dienen. "Wij willen dat Mozambique zichzelf gaat voeden", zegt Ribeiro gepassioneerd. "Wij kúnnen onszelf voeden."

Onder meer rond het boerenstadje Chokwe in de provincie Gaza, 230 kilometer ten noorden van Maputo, moet de droom van Mozfoods uitkomen. Het gelijknamige district is van oudsher een belangrijk agrarisch gebied ten zuiden van de grote Limpopo-rivier. Het is bekend vanwege zijn tomaten. Maar Mozfoods wil van Chokwe een rijstregio maken. De zompige kleigrond is daar perfect voor.

Het bedrijf produceert in Chokwe zijn eigen rijstzaden. In andere gebieden experimenteert het met nieuwe variaties en kruisingen van maïs, tarwe, sesam, pinda, soja, gerst en erwtensoorten. In tegenstelling tot de meeste agrarische investeerders in Afrika pacht Mozfoods zelf geen gigantische lap land. Het bedrijf heeft gebruiksrecht op 1500 hectare grond - niet heel veel als je het vergelijkt met wat de meeste landinvesteerders gebruiken - maar Mozfoods bedrijft zelf dan ook geen landbouw. Op de 1500 hectare experimenteert het met de zaden. Verder staan er op het terrein een laboratorium, een kantoor, een rijstfabriek en een opslaghal waar de zakken rijst staan. Ribeiro: "Je hebt niet per se grond nodig om de voedselproductie in Afrika te vergroten. Bijna iedereen hier is boer. Zij hebben al land. Wij willen geen land. Wij willen rijst."

Mozfoods levert de boeren in Chokwe de zaden om rijst te verbouwen op hun akkers. In ruil voor het 'gebruik' van hun land belooft Mozfoods alle rijst af te nemen en garandeert het de boeren een bepaalde prijs voor hun rijst.

"Daarmee hebben we onszelf wel eens benadeeld", zegt Ribeiro. "Wij stellen de prijs vast voordat de wereldprijzen bekend zijn. Dat is een risico. Maar de samenwerking met de boeren is ons veel waard. Eerlijk gezegd snap ik niet waarom niet alle agrarische bedrijven in Mozambique, vooral de buitenlandse investeerders die voedsel produceren, samenwerken met de lokale boeren. Wat heeft het voor zin hen buiten te sluiten en jezelf te isoleren? Dat leidt tot woede, rellen, diefstal zelfs. We hebben ze juist hard nodig."

Valse beloften over de bouw van scholen en ziekenhuizen, zoals wel eens voorkomt als grote investeerders land pachten in rurale gebieden, doet Mozfoods niet. "Scholen bouwen is een taak van de overheid." Wij maken gebruik van de kennis en welwillendheid van de boeren om rijst voor ons te produceren. Niet alleen voor henzelf, zoals ze gewend zijn, maar ook voor de markt." Grootschaliger productie vereist andere technieken. Mozfoods heeft agronomisten in dienst die de boeren in de omgeving daarmee helpen.

Feliciberto Chambala (51) was een van de eerste boeren die ging samenwerken met Mozfoods. Naast zijn eigen tomaten verbouwt hij rijst met de zaden van Mozfoods. Hij heeft die ochtend nog een lading van 640 zakken, van 75 kilo elk, laten afleveren bij Mozfoods. Daar wordt de rijst in moderne machines schoongemaakt, gedroogd, ontveld, gepolijst, verpakt en verkocht. Wat de boer daar aan verdient, zegt hij niet. Maar het heeft hem geen windeieren gelegd.

Samen met zijn vrouw laat hij trots zijn huis in aanbouw in het centrum van Chokwe zien; kunststof kozijnen, sierlijke pilaren, riant balkon. Hij heeft nog drie huizen, verspreid over Chokwe, zegt hij nonchalant. In zijn rubberen laarzen en versleten joggingbroek lijkt hij niet veel voor te stellen, maar het gaat heel goed met 'meneer Chambala', zoals Ribeiro van Mozfoods hem noemt.

Dat is wel eens anders geweest. De grote overstroming van de Limpopo in 2000 verwoestte de akkers van veel boeren in het Chokwe-district. Ook meneer Chambala werd getroffen. Daardoor verloren veel boeren hun motivatie om veel in hun akkers te investeren. "Maar sinds Mozfoods er is, hebben we weer vertrouwen. Het is prettig om te weten dat er een markt is voor onze producten." Daarbij moet gezegd dat Chambala al voor de komst van Mozfoods een van de grotere boeren in de omgeving was. Hij had ooit 600 hectare.

Paolo Cualo (55) heeft zijn bestaan als rijstboer opgegeven om 'agent' voor Mozfoods (55) te worden. Hij is de tussenpersoon van Mozfoods voor de boeren in Chokwe en omgeving. Hij moet de boeren ervan overtuigen rijst te produceren voor het bedrijf en moet uitleggen wat Mozfoods van hen verlangt. Hij belegt regelmatig vergaderingen met de boeren en Mozfoods.

Maar zelf waagt Cualo zich er nog niet opnieuw aan. "Ik zie nu dat het sommige rijstboeren voor de wind gaat. Maar mij werd het te duur. Ik kon de huur voor de benodigde machines en de kunstmest niet opbrengen. Het woog niet op tegen de prijs die ik voor mijn rijst kreeg."

Cualo heeft gelijk, beaamt Ribeiro van Mozfoods. "Het is nog steeds niet makkelijk voor veel boeren." Wil men de arme Mozambikanen écht helpen dan zijn subsidies op kunstmest veel zinvoller dan subsidies op voedsel (zie kader), zegt menig deskundige.

Buurlanden Malawi en Zambia deden dat, ook al hadden de donorlanden bezwaren. Landen als Canada en Groot-Brittannië betichtten de onlangs overleden president van Malawi Mutharika van het creeëren van een 'niet-duurzame' agrarische sector en van 'marktverstoring'. Terwijl landbouwsubsidies in het Westen heel normaal zijn. Toen de subsidies in vooral Malawi hun vruchten afwierpen, gingen de donorlanden overstag en begonnen ze de kunstmest- en zadenprogramma's te steunen.

Door subsidie op kunstmest zijn die twee landen nu minder afhankelijk van voedselimport. Maar Mozambique weigert vooralsnog de landbouwsector financieel te ondersteunen. "Kleine boeren krijgen ook zelden een lening van de bank", vult Ribeiro aan.

Maar het schadelijkst is die vermaledijde importverslaving van Mozambique. De rijst van Mozfoods kan niet concurreren met de importrijst uit Azië. Die is goedkoper. Ribeiro: "Al helemaal nadat de douanerechten in september 2010 zijn opgeheven. Een onbegrijpelijke maatregel. De Mozambikaanse overheid propageert binnenlandse voedselproductie. Tegen ons zeggen ze: ja, verbouw rijst! Maar ze doen niets om hun eigen boeren te beschermen. Onze noorderbuur Tanzania heft hoge douanerechten om de eigen markt te beschermen. Onze overheid zou daar een voorbeeld aan moeten nemen."

Door die ontwikkelingen is Mozfoods, dat nu bijna vijf jaar draait, nog niet winstgevend. Het teert op zijn grote sponsor, de Britse Gatsby Foundation, een liefdadigheidsinstelling die veel geld in Mozfoods heeft gestopt.

Toch is directeur Ribeiro ervan overtuigd dat Mozfoods een succes wordt. Hij wijst op de sterke economische groei die Mozambique doormaakt: vorig jaar meer dan 7 procent. In het noorden zijn enorme kolenvoorraden ontdekt, bij de kust gas en olie.

Helaas is dat niet direct een oplossing voor het voedselprobleem en leidt het niet per se tot banen voor de Mozambikanen. Het kan wel een omgekeerde migratie veroorzaken: tienduizenden Portugezen zouden hun berooide land kunnen verruilen voor Mozambique. Ribeiro put ook hoop uit het herstel van het oude irrigatiestelsel in Chokwe. Staatsbedrijf Hicep heeft het oude irrigatiestelsel en drainagesysteem nieuw leven ingeblazen.

"We zullen de geschiedenis hier laten herleven", zegt Ribeiro als hij door de koele betegelde gangen van het functionele jaren-vijftigkantoor van Mozfoods wandelt. Hij bedoelt het letterlijk: "Het Portugese bedrijf Orli produceerde op ons terrein vanaf de jaren vijftig rijst."

In de jaren tachtig ging Orli failliet. Het overleefde de burgeroorlog en de daaropvolgende politieke omwenteling niet. Jarenlang stond het gebouw stof te verzamelen en lag het terrein braak. Lang stond de rijstproductie in Chokwe stil.

Nu torenen er vijf gigantische, fonkelende metalen silo's met een capaciteit van 10.000 ton rijst boven het oude kantoor uit. Ver voordat Chokwe in zicht is, wijzen ze de weg naar het stadje. Als een baken van hoop.

Mozambique subsidieert import
Mozambique importeert zoveel voedsel dat subsidies op brood voor stedelingen - op het platteland verbouwen mensen vaak hun eigen voedsel - normaal zijn geworden. Toen de overheid de subsidies op geïmporteerd voedsel in 2010 niet meer kon opbrengen door de sterk gestegen Zuid-Afrikaanse rand en de regeling wilde schrappen, leidde dat tot dagenlange rellen in Maputo. Er vielen dertien doden en honderd gewonden. De regering liet de subsidie toen maar intact.

Ook in 2008 gingen woedende Mozambikanen de straat op; toen om te protesteren tegen de afschaffing van de subsidies op geïmporteerde brandstof. Met deze populaire subsidies, waarvoor de overheid eigenlijk het geld niet heeft, wint de regeringspartij Frelimo veel stemmen.

Landdeals tussen overheid en bedrijven
96 landdeals zijn er volgens de Landmatrix, een nieuwe databank voor wereldwijde landtransacties, tot nu toe in Mozambique gesloten tussen overheid en bedrijfsleven. Daar is ruim twee miljoen hectare mee gemoeid. Land is niet te koop. Buitenlandse bedrijven hebben het recht om land voor maximaal 49 jaar te gebruiken, binnenlandse bedrijven hebben een gebruiksrecht van maximaal 99 jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden