Column

De groep die alles zeker weet, wordt allengs kleiner

Herdenking van de opstand in Timisoara (Roemenië) in 1989 tegen het communisme. Beeld epa

Dit zijn de dagen van het jaar waarin altijd wel even de herinnering bovenkomt aan de jonge man met de bijl onder zijn kussen. Het was eind december 1989, en ik logeerde bij een jong Roemeens stel in Oradea om de revolutie mee te maken die zou uitmonden in het einde van Nicolae Ceausescu - een kerstmirakel.

Onze gastheer kon het niet geloven, in zijn beleving bleef de dictator gewoon aan de macht. Ook vreesde hij dat Securitate-agenten 's nachts tevoorschijn zouden komen uit de graven waarin ze zich hadden verstopt op het kerkhof om de hoek. Vandaar de bijl.

Op zondagochtend ging ik naar een kollosale baptistengemeente, waar de dominee direct een kopieerapparaat bij me bestelde ('First of all we need a Xerox') en mij vervolgens de preekstoel op sleepte. Als bezoeker werd ik geacht een stichtelijk woord te spreken, en ik kon niets anders verzinnen dan de gelovigen voor te houden dat ze nu wel bevrijd waren van de farao van Egypte, maar dat ze daarmee nog niet in het beloofde land terecht waren gekomen.

Pakket-christenen
Ik moest daar aan denken toen ik deze week het mooie stuk las van onze correspondent Joost van Egmond over het religieuze karakter van de opstand tegen Ceausescu, en het effect ervan op het geloofsleven in het Roemenië van nu. In de kerk van dominee in Laszlo Tökes in Timisoara, waar het allemaal begon, zegt diaken Csaba Fazakas dat er in de jaren negentig wel even een religieuze opleving is geweest, maar dat die voortvloeide uit de hulp die via de kerk verliep. Dat leverde 'pakket-christenen' op.

Vervolgens zou de vrijheid toch, zoals eerder in West-Europa, secularisatie met zich meebrengen. Maar Fazakas maakt de vrijheid geen verwijten. "Vroeger waren mensen niet vrij om naar de kerk te gaan, nu zijn ze vrij om niet te gaan."

Het is de ironie van de geschiedenis. Tijdens de communistische dictatuur - niet alleen in Roemenië, maar in alle landen van Oost-Europa - vertegenwoordigde de kerk een moreel contragewicht. Of misschien moet ik zeggen 'het christendom' in plaats van 'de kerk', want er waren kerken die aan de leiband van het regime liepen en er waren kerken die dat niet deden. Maar het christelijk geloof, met zijn nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid, was een belangrijke tegenkracht tegen de opgelegde collectiviteit van het communisme - misschien is het daarom nu ook zo populair in China, waar 'eigenheid' nog altijd iets is wat de eenling moet veroveren op de gemeenschap.

Geen nederlaag
Opent die gemeenschap zich echter, zoals na 1989 in Oost-Europa, dan verliest het christendom zijn functie als onderduikadres - waar geen onderdrukking meer heerst, is geen schuilplaats meer nodig. Wegens succes gesloten, zou je kunnen zeggen. Waar het gaat om volkskerken - Polen, Roemenië - durven steeds meer mensen zich los te maken, waar al bijna geen gelovigen meer waren - Tsjechië, Oost-Duitsland - zijn ze er ook na 1989 niet gekomen.

De Tsjechische priester Tomas Halik ziet dat niet als een nederlaag; hij begrijpt waarom mensen de kerk links laten liggen, hij begrijpt zelfs waarom ze zich atheïst noemen. "Op veel punten ben ik het met atheïsten eens, bijna op elk punt - behalve in hun geloof dat God niet bestaat," schrijft hij in zijn boek 'Geduld met God', recent uitgekomen in Nederlandse vertaling. Wat hij in Tsjechië ziet gebeuren, kon wel eens een Europees fenomeen zijn: zowel onder gelovigen als onder ongelovigen wordt de groep die alles zeker weet kleiner.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden