Review

De gris-gris man maakt kaarsen van gesmolten kindervet

Jan Michael: 'De duistere heuvel', vert. Selma Noort, Leopold, 135 p, ¿ 27,50; Henk Figee (red.): 'Duivelse verhalen - Een boek over witte en zwarte magie', Leopold, 151 p, ¿ 27,50; beide vanaf 11 jaar.

De bekendmaking van die lijst wordt tegenwoordig gekoppeld aan de start van de Nederlandse Kinderjury 1995. Een ongelukkig gekozen link, daar de suggestie gewekt wordt dat kinderen vooral uit die honderd populaire boeken kunnen kiezen. Dat is onjuist: álle kinder- en jeugdboeken die in 1994 voor het eerst verschenen zijn, komen in aanmerking.

Zo verschenen er eind vorig jaar twee jeugdboeken over magie en toverij die niet op die lijst staan, maar wel tot de betere in het griezelgenre behoren: 'De duistere heuvel' van Jan Michael en 'Duivelse verhalen - Een boek over witte en zwarte magie', samengesteld door de in september vorig jaar plotseling overleden Henk Figee.

Jan Michael is literair agente in Amsterdam. Ze schreef twee romans voor volwassenen; 'De duistere heuvel' is haar eerste jeugdroman, en het is méér dan een griezelverhaal. Het speelt op de Seychellen, een groep eilanden midden in de Indische Oceaan, waar vooral mensen van Afrikaanse origine wonen. De schrijfster bracht er haar jeugd door, hetgeen haar in staat stelde om natuur en cultuur van het tropische eiland met grote authenticiteit te beschrijven. Het verhaal wordt verteld vanuit het Engelse meisje Julia, en de titel van het boek slaat op de geheimzinnige heuvel achter de bungalow waar zij met haar ouders en oudere broer Thomas woont.

Taboe overtreden

Het begint spannend: op een maanverlichte nacht beklimmen Julia en Thomas de heuvel. Daarmee overtreden ze een taboe, want, zo wordt onder de creoolse bevolking gefluisterd, op de heuvel woont de verschrikkelijke gris-gris man, die kinderen eet en kaarsen maakt van gesmolten kindervet. Als ze denken dat een gestalte op hen af komt, rennen ze doodsbang terug.

In de weken daarna probeert Julia meer te weten te komen over de gris-gris man: bij de creoolse bediende Thérèse, bij de non die haar onderwijzeres is, bij de vader van een vriendinnetje, bij een riksja-rijder. Maar iedereen verstijft bij het woord gris-gris man, en ze krijgt het dringende advies zich daar absoluut niet mee te bemoeien. Als ze Thérèse vraagt of de kaarsen in de kathedraal van kindervet gemaakt zijn, reageert deze geshockeerd en begint meteen over een ander onderwerp. Thomas en Julia maken een inlandse bruiloft mee, waarbij mensen in trance raken.

Door dit alles wordt Julia steeds angstiger én nieuwsgieriger. En als er nare dingen gebeuren, voelt Julia zich de schuldige omdat zij - misschien vanuit westerse overmoed - het taboe geschonden heeft. De spanning culmineert in het ongeluk dat Thomas op zee overkomt. Een ongeluk dat Julia dwars door haar angsten heen aanzet tot een uiterst moedige daad om Thomas' leven te redden.

De kracht van het verhaal ligt in de manier waarop Jan Michael de dreigende spanning steeds opvoert, zonder dat er nu zoveel gebeurt. Het zijn juist de kleine dingen waarin Julia 'tekenen' ziet. Kaarsen, de vermeende van de gris-gris man en de 'echte' in de kathedraal, spelen daarbij een centrale, symbolische rol.

Bovendien heeft Michael een uitstekende schrijfstijl, die de lezer onmiddellijk meevoert naar het broeierige eiland met zijn kakkerlakken, sjirpende krekels, harige spinnen, reuzenschildpadden en weelderige, soms verstikkende plantengroei.

Het verhaal had echter strakker opgebouwd kunnen worden: dat er op een picknick sandwiches met eiersalade en in plakjes gesneden tomaten gegeten worden is niet relevant, net zomin als een partijtje badminton met de broeders van school. Dat soort overbodige zijlijntjes verstoren de spanningsopbouw en doen de aandacht verslappen. Maar wie door deze zwakkere momenten heen leest, wordt uiteindelijk ruimschoots beloond door de adembenemende apotheose, waarin Julia het creoolse volksgeloof en het katholicisme van het eiland letterlijk met elkaar versmelt.

Raadselachtig spookmes

'Duivelse verhalen' is een wat heftige titel voor een bundel verhalen over spoken, heksen, toveren en andere griezelfantasieën, suggestief geïllustreerd door Sylvia Weve. Het meest opvallend aan het boek is het 'duivels lexicon', een abc van termen uit magie en hekserij, onderaan een aantal rechterpagina's. Kort en nuchter wordt uitgelegd wat in het volksgeloof verstaan wordt onder begrippen als alchemie, een banvloek, exorcisme, een heksenwaag, witte en zwarte magie, spiritisme en een wichelroede. Het abc staat dwars door de verhalen heen, maar heeft er inhoudelijk geen directe link mee, hetgeen verwarring kan wekken.

Van de verhalen zijn vooral die van Paul Biegel, Tonke Dragt, Lydia Rood en Rindert Kromhout sterk. Biegel schreef met 'De kracht van het toveren' een humoristisch verhaal over denkkracht via de wil. Maar als hoofdpersoon Jeroen per ongeluk een vals tramkaartje tovert, wordt hij wel de tram uitgezet.

Puzzel

Het raadselachtige spooksprookje 'Het mes' van Tonke Dragt vraagt om herhaalde lezing, en dan nog zijn er verschillende antwoorden mogelijk op de vraag hóe de prins de betovering van het spookmes verbroken heeft. Knap, om die puzzel zo hecht in elkaar te zetten. Lydia Rood schreef een origineel verhaal over een computergekke heks 'op de rand van de eenentwintigste eeuw', en Rindert Kromhout over twee jongens die hun vriendje Roberto naar hun pijpen kunnen laten dansen door een haarlok van hem in hun bezit te hebben. Samen met enkele volkssprookjes, een geestig toneelstuk van Sjoerd Kuyper en een gedicht van Mensje van Keulen is 'Duivelse verhalen' een zeer afwisselende, fraai uitgegeven en onderhoudende bundel geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden