De grillen van het g-woord

Armeniërs herdenken de genocide bij 'Dudan' (nabij de Turkse stad Diyarbakir). De plaats zou hebben gefunctioneerd als massagraf tijdens de Armeense genocide.Beeld afp

Vrijdag wordt herdacht dat de Armeense genocide honderd jaar geleden begon. Het woord 'genocide' wordt al sinds 1948 ontkend, misbruikt, gebagatelliseerd en verdraaid.

Juristen vinden het onwerkbaar, politici verslikken zich erin en historici vinden het juist zinvol. Het begrip 'genocide' is regelmatig onderwerp van een emotioneel debat dat ook in de aanloop naar de herdenking van de Armeense genocide, morgen, weer op het scherp van de snede wordt gevoerd.

Een eeuw na dato zijn Armeense en Turkse lobbyisten fulltime bezig om politici het woord 'genocide' wel of vooral niet uit te laten spreken. Paus Franciscus deed het vorige week wel zodat 'de wond kan stoppen met bloeden'. Duitsland volgde. Het welles-nietesspel kent geen eind en lijkt soms eerder zout ín de wond, in plaats van een pleister eróp.

Verwarring zaaien
De polarisatie die het begrip genocide teweeg kan brengen had Raphael Lemkin (zie kader onderaan) vast niet voor ogen toen hij de term in 1944 introduceerde. De Poolse jurist zocht naar een woord dat deze specifieke misdaad tegen de mensheid kon aanduiden. Na veel gepuzzel kwam hij bij 'genocide' uit.

Maar al snel gingen politici ermee aan de haal. Ze zaaiden bewust verwarring toen ze in 1948 de definitie vaststelden in het Genocideverdrag van de Verenigde Naties. Veel staten hadden op dat moment belang bij een beperkende formulering van het begrip. De Sovjet-Unie had recent de Grote Terreur onder Stalin meegemaakt, Groot-Brittannië en Frankrijk bezaten kolonies en in de Verenigde Staten waren de segregatiewetten nog van kracht. Al die staten wilden de kans dat ze zelf beschuldigd zouden worden van volkerenmoord zo klein mogelijk houden.

Uiteindelijk spraken de VN-lidstaten af dat er sprake is van genocide als de intentie kan worden aangetoond dat een groep geheel of gedeeltelijk is vernietigd vanwege nationaliteit, etniciteit, religie of ras. Een duidelijk compromis zegt Ton Zwaan, voormalig hoofddocent genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam. "Politieke groepen of sociale klassen zijn bijvoorbeeld niet in deze omschrijving opgenomen. In de eerdere versies van het verdrag worden die groepen wél expliciet genoemd. Onder druk van de Sovjet-Unie is dat er later uitgehaald, omdat daar in het verleden een groot deel van de adel en de bourgeoisie was vermoord."

'Iets doen'
Nog altijd gebruiken politici het begrip naargelang het ze uitkomt. Ze beschuldigen anderen ervan of ze verzwijgen het juist. Want volgens het genocideverdrag zijn staten die de conventie hebben ondertekend, verplicht om genocide als misdrijf te vervolgen, te bestraffen en te voorkomen. Het G-woord uitspreken betekent dus ook dat je als staat 'iets moet doen'. En in sommige gevallen schaadt dat politieke of economische belangen.

Belangstellenden vorig jaar bij de onthulling van een monument bij de Armeense kerk ter nagedachtenis aan de Armeense genocide in 1915.Beeld anp

"Die reflex zag je bijvoorbeeld goed bij Rwanda", zegt Zwaan. "Terwijl het moorden al weken aan de gang was, deed een woordvoerster van de Amerikaanse president Clinton wanhopig haar best op vragen van journalisten het woord genocide te vermijden. Hilarisch, als het niet zo schokkend was."

En de Amerikaanse president Obama pleitte tijdens zijn campagne in 2008 nog voor erkenning van de Armeense genocide. Sinds zijn komst naar het Witte Huis zegt hij dat 'zijn visie op die geschiedenis niet is veranderd'. Zijn taal duidelijk wel. Hij krijgt het G-woord niet meer over zijn lippen. Navopartner Turkije zou het niet pikken.

'De kwestie', 'grote catastrofe', 'zwarte bladzijde' of 'verschrikkingen'; politici zijn behendig geworden in het verzinnen van eufemismen.

Bagatelliseren
Maar ook mensen die meer op afstand staan nemen het woord niet graag in de mond. "Het is heel menselijk om geen slecht nieuws te willen horen", zegt Zwaan. "En genocide is heel slecht nieuws. De eerste reactie is dan ook vaak om het te bagatelliseren. 'Zo erg zal het wel niet zijn geweest'." De genocide-expert vergelijkt deze reflex met kleine kinderen die hun handen voor hun ogen doen en dan denken dat ze zelf niet gezien worden. "Bij hen is het ontroerend maar volwassenen moeten open staan voor de grimmige kanten van de werkelijkheid."

Door het begrip buiten de deur te houden worden de daders namelijk in de kaart gespeeld. Die laatsten ontkennen altijd. Dat hoort bij het genocidale proces. Zwaan maakte dat zelf van dichtbij mee toen hij als getuige-deskundige moest optreden bij het proces tegen Slobodan Milosevic, de ex-president van Joegoslavië. "Milosevic zei tijdens het kruisverhoor met mij dat hij tijdens zijn presidentschap van Joegoslavië 'niemand ooit een haar had gekrenkt'. Terwijl daar aantoonbaar massamoorden waren gepleegd."

Juristen, opgescheept met de erfenis van 1948, staan dan voor de lastige taak de intentie van zulke daders aan te tonen. En dat is buitengewoon ingewikkeld. Een beetje vergelijkbaar met het verschil tussen het plegen van een moord waarbij iemand opzettelijk wordt omgebracht, en doodslag waarbij geen sprake is van een vooropgezet plan.

Intentie
Juridisch gezien kregen alleen de moordpartijen in Rwanda en Srebrenica het stempel 'genocide'. En daar ging een lange weg met heel veel hobbels aan vooraf. Rechters en aanklagers hebben het daarom tegenwoordig soms liever over 'misdrijven tegen de menselijkheid' zegt Thijs Bouwknegt die voor het Niod (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) internationale strafhoven bestudeert. "Bij die beschuldiging hoeft de intentie van de moordpartij niet te worden aangetoond. Die aanklacht kan ook gebruikt worden voor massamoord op een groep die niet in de officiële definitie is opgenomen."

2008: Nederlandse Armeniers demonstreren in Den Haag om de slachtoffers van de Armeense genocide in 1915 te herdenken en de Nederlandse overheid aandacht te vragen voor hun eisen.Beeld anp

Neem nou de Soedanese president Bashir. Bij hem zijn misdrijven tegen de menselijkheid relatief makkelijk te bewijzen. Het is duidelijk dat in Darfur massale moordpartijen hebben plaatsgevonden en dat er op grote schaal vrouwen zijn verkracht. Ook dat het geweld tegen de burgerbevolking is gericht. Maar onomstotelijk bewijzen dat Bashir een vooropgezet plan uitvoert om een bepaalde groep - die ook nog eens tot een van de vier uit de officiële definitie behoort - te vernietigen, wordt al veel lastiger.

De verschuiving naar een meer pragmatische houding onder juristen is volgens Bouwknegt bijvoorbeeld goed te zien bij het Internationaal Strafhof.

"Luis Moreno-Ocampo wilde als eerste aanklager juist graag een aanklacht wegens genocide behandelen. Daarmee kon hij zijn nieuwe hof op de kaart zetten. Zijn opvolgster Fatou Bensouda is veel praktischer. Zij heeft ook voor het Rwandatribunaal gewerkt en weet wat er allemaal bij komt kijken om genocide aan te tonen."

Kwetsend
Bouwknegt waarschuwt wel voor de keerzijde van dit pragmatisme. De rechter geeft immers indirect het stempel 'geen genocide' af bij misdrijven die eigenlijk wel in die richting wijzen. "Voor slachtoffers kan dat heel kwetsend zijn. Mensen die hun kinderen, echtgenoten en ouders hebben verloren, kunnen het begrip genocide voelen als erkenning voor wat hen is overkomen."

Opnieuw om de tafel om het verouderde en onwerkbare juridische begrip aan te passen is geen optie. Daarvoor zijn de machtsverhoudingen in de wereld te complex en spelen er te veel verschillende belangen mee. En dus zullen niet alle slachtoffers van genocidale processen keurig in de definitie vallen.

Maar misschien doet het er wel niet zo toe. Historici en sociologen hebben geen juridische beperkingen; hen staat het vrij om het begrip breed te interpreteren. Als een apart woord waarmee de massale vernietiging van weerloze mensen wordt aangeduid. Dat verder gaat dan 'oorlog'. Een woord waar bovendien iedereen van schrikt en dat aanspoort om actie te ondernemen. Dat althans was de hoop van de Poolse jurist Lemkin. "Die hoop deel ik nog steeds" zegt Zwaan. "Maar jammer genoeg weet ik ondertussen beter."

Enkele voorbeelden

Naar schatting hebben in de twintigste eeuw wereldwijd tientallen genocides plaatsgevonden. Daarbij zijn ongeveer tussen de 40 en 60 miljoen mensen gedood. Een aantal voorbeelden:

Armeniërs
Genocide op de Armeniërs in het Ottomaanse rijk in 1915 die morgen wordt herdacht. Er vielen ongeveer 1,2 miljoen doden.

Namibië
Genocide op de Herero in Namibië tussen 1904 en 1907 waarbij ongeveer 80.000 doden vielen. Deze volkerenmoord wordt ook wel de eerste genocide van de twintigste eeuw genoemd.

Holocaust
De Holocaust op de Joden tussen 1938 en 1945 in het Duitse nazirijk. Geschat wordt dat daarbij vijf tot zes miljoen Joden zijn vermoord.

Cambodja
Genocide op intellectuelen en andere groepen in Cambodja door de Rode Khmer (1975-1979). Een pen op zak of een bril kon al de dood betekenen. Ongeveer 1,7 miljoen mensen werden vermoord.

Guatemala
Genocide op Maya-Indianen in 1982 in Guatemala. De rechtbank in dat land oordeelde in 2013 dat oud-generaal Ríos Montt verantwoordelijk is voor de dood van zo'n 1700 Maya-Indianen. Door een technische fout moest de rechtszaak over. Afgelopen januari werd de zaak opnieuw uitgesteld.

Bosnië
Genocide op moslims in de Bosnische stad Srebrenica in 1995. Geschat wordt dat zo'n 7000 moslims - jongens en mannen - werden gedeporteerd en vermoord.

Rwanda
Genocide op de Tutsi-bevolking in Rwanda in 1994. In een paar maanden tijd werden naar schatting 800.000 Tutsi's vermoord.

Darfur
De genocide op de Darfuri in Noord-Soedan begon in 2003 en wordt gezien als de eerste genocide van de 21ste eeuw. De VN schat het aantal doden tot dusver op ruim 400.000.

Irak
De moord op honderden yezidi's door Islamitische Staat in Irak in 2014 wordt hier en daar ook genocide genoemd. Afgelopen zomer vluchtten tienduizenden yezidi's voor het geweld van IS naar de Sinjar-berg.

Jurist Raphael Lemkin, bedenker van het woord genocide
Het begrip genocide werd in 1944 door de Poolse jurist Raphael Lemkin gelanceerd. Dat deed hij in zijn boek over het nazibestuur in fascistische landen, 'Axis rule in occupied Europe', waarin hij de massamoord op Joden analyseerde als het 'systematisch en planmatig vernietigen van een bevolkingsgroep'. Lemkin, zelf van Joodse afkomst, was erin geslaagd de Holocaust te ontvluchten en naar de Verenigde Staten uit te wijken. Een groot deel van zijn familie overleefde de Holocaust niet. L

emkin merkte al eerder, toen hij de Armeense genocide van 1915 bestudeerde, dat er geen woord was voor deze specifieke misdaad. Hij ging daarom op zoek naar een begrip dat het proces van vervolging en vernietiging van een aanzienlijke categorie mensen door andere mensen onder regie van een staat omvatte. Uiteindelijk kwam hij uit bij 'genocide', een samentrekking van het Griekse 'genos', dat 'volk' betekent en het Latijnse 'cide' dat 'moord' betekent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden