De grenzen van een mensensmokkelaar

’De steeneter’ begint met de vondst van een lijk. Maar meer dan een whodunnit is dit een portret van een streek: de Noord-Italiaanse Alpen.

Davide Longo: De steeneter. Uit het Italiaans vertaald door Pieter van der Drift. De Geus, Breda; 159 blz. ISBN 9789044509458. euro 17,00

De tweede roman van Davide Longo, ’De steeneter’, is een verrassende combinatie van een zwarte detective en een indringend portret van een klein en afgelegen bergdorpje in Noord-Italië. Mooi is vooral de subtiele manier waarop detective en streekschets in elkaar worden gevlochten. In de eerste pagina's wordt een lijk ontdekt in een bergstroom, maar het detectiveverhaal wijkt subtiel terug ten gunste van afgemeten beschrijvingen van levens, gewoontes en karakters van de streekbewoners. Vanuit dit perspectief krijgen we vervolgens af en toe weer zicht op de waarheid achter de gepleegde misdaad.

Gedeeltelijk haalt Longo zijn techniek en stijl waarschijnlijk uit zijn ervaring als student en docent creatief schrijven aan de prestigieuze Scuola Holden in Turijn. In deze professionele context wortelen belangrijke invloeden: Longo’s vlijmscherpe en gecontroleerde gebruik van stijlmiddelen doen denken aan die van bestseller auteur Alessandro Baricco, oprichter van de schrijversschool. En in het werk van een andere docent, Alessandro Perissinotto, vinden we Longo’s diepe liefde voor de Noord-Italiaanse bergen, voor kleine geïsoleerde gemeenschappen met hun eeuwenoude tradities.

Een belangrijk thema in ’De steeneter’ zijn grenzen en grensgebieden. De roman zoomt in op de Val Varaita, gelegen ten westen van Turijn en Cuneo, aan de grens met Frankrijk. Geheel passend bij de majestueuze omgeving van hoge bergen en ijzig diepe dalen is de solitaire, getekende Cesare.

Over deze man en diens leven en verleden komen we telkens iets meer te weten, meestal aan de hand van de littekens op zijn lichaam. Zijn jeugd bestond uit hard werken, in Marseille belandde hij onterecht in de gevangenis, uit liefde trouwde hij met Adèle, de vrouw die hij verloor en aan wie hij altijd denkt. Tijdens zijn zoektocht naar de waarheid ontmoet hij Sergio, een jongen wiens leven ook verscheurd wordt door het verlies van een vrouw, zijn moeder, die op een dag het gezin verliet en naar Marseille ging.

In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat Cesare in de Val Varaita jarenlang werkzaam was als passeur, als smokkelaar die groepjes illegalen door de bergen naar Frankrijk begeleidde. In de slotfase maken hij en Sergio de laatste expeditie van de vermoorde Fausto af. „Hun spoor liep zigzaggend langs de bergrug omhoog, dun als het slijmspoor van een slak. De sneeuw eromheen een glasheldere ruit waarover de schaduw van wat wolkjes dreven. In de verste verte, zover de blik reikte, slechts keien en wit. Cesare zag Sergio in gedachten verzonken staan en hij realiseerde zich dat het onheil dat over hem, Fausto en hun beroep was uitgeroepen voortkwam uit die schoonheid. Hij was bang.”

Cesare is er dan al achter wie verantwoordelijk is voor de moord op Fausto en voor het afslachten en ophangen van zijn geliefde herdershond Micol. De tocht wordt onderbroken door geweerschoten maar Cesare slaagt er in via Sergio de namen van de daders door te spelen aan de politievrouw die het onderzoek leidt. Sergio vindt in Marseille l'Italienne, met ’jaren op haar gezicht die hij niet herkende, maar ze had nog wel diezelfde natuurlijke glimlach’. Intussen weet Cesare dat hij de laatste was van een generatie: „na mij niemand meer”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden