De grauwsluier is van de industriestad Glasgow afgepoetst.

Een akelige stad, somber en grauw, veel te groot en verwaarloosd. Langheeft dit vernietigende oordeel over Glasgow stand gehouden. Tot mediojaren tachtig vermeed de toerist die naar Schotland ging deze industriestadaan de Clyde. Je ging naar Edinburgh, naar het lieflijk heuvelendemiddendeel van Schotland, naar de ongenaakbare Hooglanden, maar om Glasgowreed je heen. Tot halverwege de jaren tachtig, en dus na de troostelozejaren zeventig, toen de werkloosheid genadeloos toesloeg in het Britsenoorden, plotseling het cultureel potentieel van de stad werd ontdekt. Datleidde ertoe dat naar veler verrassing Glasgow in 1990 tot CultureleHoofdstad van Europa werd uitgeroepen. Musea, theaters, concertzalen enallerlei historische gebouwen werden opgeknapt en bleken overbovengemiddelde architectonische en kunstzinnige kwaliteiten te beschikken.Toen het vervolgens Brittannië voor de wind ging, kwam er ook meer geldvoor grote projecten. Zodat de stad nu beschikt over een immensecongreszaal, een schitterend museum met een echte Rembrandt en een heusScience Centre, waar voor een totale bouwsom van 75 miljoen (circa 115miljoen euro) een titanium dak op kon worden gelegd. Zulke projectentrekken veel publiek en er is dan ook altijd veel te beleven in Glasgow,met als bijkomend voordeel veel reuring op de straat.

Een vergelijking met Edinburgh is nog altijd niet op zijn plaats.Edinburgh is veel meer het gesofisticeerde Schotse zusje van Glasgow dateerder een blasé indruk wekt dan die van grote dynamiek. Glasgow lijkt weleen beetje op Rotterdam, ook een no-nonsensestad waar het geld in deeconomie wordt verdiend maar de betekenis van de cultuur niet uit het oogwordt verloren. Glasgow profileert zich bijvoorbeeld graag met zijnhistorische zakenwijk. Daar staan nog altijd de kantoren van de vroegeretabakshandelaren (tabaksimport was in de 18de eeuw een belangrijke bron vaninkomsten), van de katoenfabrikanten, de oliebaronnen en de staalmagnaten.De Merchant City Trail bestaat uit een wandeling door een gebied van circaeen mijl in het vierkant en doet behalve een aantal fantastischeclassicistische gevels ook de Royal Exchange (nu museum), de City Chambers(het stadhuis waar de juiste maat van foot, inch en yard aan de gevelhangt), de voormalige tabaksbeurs en de fameuze Corinthian (een enormekoepel waar nu een trendy restaurant zit). De stad vertoont hier eenmodern, rechthoekig grid, in de 18de eeuw bedacht door handelslieden diegewend waren aan Amerikaanse opvattingen.

Hoewel de historische panden elkaar hier verdringen, ontbreken juist indeze buurt de oudste huizen van Glasgow. Wil je iets van de middeleeuwsesfeer beleven, dan moet je het centrum uit om in het oosten van de stad dekathedraal en de omringende necropolis te bekijken. Maar eenmaal in Glasgowwillen de in architectuur geïnteresseerde bezoekers toch vooral diegebouwen bekijken die zijn ontworpen door Charles Rennie Mackintosh(1868-1928) en dan in het bijzonder de Glasgow School of Art, dietegenwoordig in de middaguren bezichtigd kan worden. Mackintosh heeft indeze stad als geen ander zijn stempel gezet op de vroegmodernearchitectuur, die allerlei elementen van de destijds zo trendy art nouveaubevat. Getuige zijn vele navolgers die tot ver in de 20ste eeuw actiefwaren, is het niet gemakkelijk om de 'echte Mackintosh' te ontdekken, zovaak duiken op de meest onverwachte plekken stijlkenmerken van zijn handop. Gelukkig zijn op minstens drie locaties informatie- en studiecentragevestigd (waar onder de Lighthouse en Queens Cross Church, een van dekerken die Mackintosh ontwierp) die allemaal kosteloos zijn te raadplegen.

Een stad als Glasgow met zoveel gezichten die bovendien hier en daarbehoorlijk geaccidenteerd is, laat zich niet met een kort bezoek veroveren.Wie alleen al een indruk wil krijgen van de architectuur, heeft daar tweedagen voor nodig. Glasgow is geen Londen, maar je wilt er, als je voor destad valt, tenminste nog wel een keer naar terug.

Rond Glasgow Cathedral heerst een en al rust. De excentrische liggingvan Glasgows oudste buurtje ten opzichte van het 18de- en 19de-eeuwsecentrum draagt ertoe bij dat deze omgeving veelvuldig over het hoofd wordtgezien. Wie bijvoorbeeld te voet vanuit de belangrijkste centrumstraten alsMitchell Street of Buchanan Street (waar de meeste bussen komen) naar dekerk wil, moet op een stevig halfuurtje wandelen rekenen, door een niet alte interessante omgeving met uitzicht op saaie universiteitsgebouwen. Maarde kathedraal, de enige in Schotland die de woelige periode van dereformatie in complete staat heeft doorstaan, is een bezoek meer dan waard.Koor en transept, tegenwoordig vrijwel in het hart van de kerk gesitueerd,zouden nog van voor 1200 dateren; in ieder geval voor de periode datbisschop Bondington de plattegrond drastisch uitbreidde. Weer drie eeuwenlater, omstreeks 1500, volgde onder instigatie van aartsbisschop Blackaddereen nieuwe, ingrijpende verbouwing. Van buiten heerst, mede door de gravenlangs de zuidzijde, een serene sfeer. Binnen wacht een welhaast musealesfeer, zoveel is er aan schitterende oude kunst te zien.

Even buiten de kerk wacht op de plek waar ooit het bisschoppelijk paleisheeft gestaan, een voor deze plek toepasselijk museum in de vorm van hetzogeheten St. Mungo Museum of Religious Life and Art. Het gebouw heeft welwat weg van een bisschoppelijk paleis uit de Middeleeuwen maar schijnbedriegt hier: het museum werd pas in 1993 gebouwd. Onbetwist hoogtepuntin de collectie is het beroemde schilderij 'Christus van de heiligeJohannes van het Kruis' dat de Spaanse surrealistische schilder SalvadorDali in 1951 maakte. Wie toch wat sfeer van het oude Glasgow wil beleven,steekt de weg bij St. Mungo Museum over en richt zijn schreden naarProvand's Lordship. Hier staat een onderkomen dat ooit voor de domheer enlater voor de kanunniken heeft gediend. Tegenwoordig is het oudste, nogbestaande gebouw van Glasgow als museum ingericht en kun je er een aardigeindruk krijgen van het leven van een beslist niet arme burger in hetSchotland van de 15de eeuw.

Zijn zaken als architectuur en industriële vormgeving behalve voor eengroot publiek ook voor kinderen leuk? Als je de kidscorner in de Lighthousebezoekt, kun je die vraag volmondig met 'ja' beantwoorden. In dit vroegegebouw van Glasgows beroemdste architect Charles Rennie Mackintosh, ooitbestemd voor de plaatselijke krant de Glasgow Herald, is sinds enkele jarenScotlands Centre for Architecture, Design and the City ondergebracht. Diedoet er veel aan om het monument voor de meest uiteenlopendebezoekersgroepen toegankelijk te maken en te houden. Sommige verdiepingenzijn voorbehouden aan ontwerpbureaus of andere instellingen die zich metvormgeving bezighouden, maar je treft hier ook organisaties die hetgedachtegoed van de Schotse architecten in het algemeen en dat vanMackintosh in het bijzonder promoten. Zo zijn er ontvangstruimtes, galeriesen een uitzichttoren vanwaar de eigenlijke Lighthouse (geen lichtbaken maareen watertoren die in geval van brand de onderliggende krantendrukkerij vanbluswater moest voorzien) maar ook de 19de-eeuwse binnenstad van Glasgowzijn te zien. De Lighthouse biedt ook onderdak aan het Charles RennieMackintosh Centre, waar een aardige collectie meubels ter bestudering staatuitgestald.

Dat Glasgow een uitgestrekte stad is (met 580 000 inwoners, maar driekeer zoveel in de directe omgeving) merk je als je met de bus naar PollokCountry Park gaat. Dit park, een geliefd uitje voor de Glaswegians opzondagmiddag, ligt op een goed halfuur rijden van de binnenstad en al dietijd passeer je de ene na de andere voorstad. In het Pollok Park waan jeje echter in de natuur; de oprukkende hoogbouw is handig achter hoge bomenverborgen. Het Country Park is veel meer dan een park, het is een landgoedmet een bosachtig karakter, met een bijzonder museum én een landhuis(Pollok House, zie punt 4) en bovenal met eindeloze weiden waar een kuddeSchotse Hooglanders staat te grazen. Het park is zo uitgestrekt dat je noghet best het busje neemt dat het bezoek naar de verst verwijderde plekkenrijdt. Je komt in dat geval snel in Pollok House. Vandaar kun je via deBurrell Collection naar de uitgang teruglopen, onderweg van het heuvelendelandschap genietend. Artistiek gezien is het museum met de verzameling vanBurrell een hoogtepunt. Nergens in de toch niet van musea verstoken stadis zoveel moois te zien. Van buiten zie je het er niet aan af, het museumoogt als een streng middeleeuws klooster. Binnen wacht een geraffineerdspel met het daglicht. Er hangen niet alleen meesterwerken uit deschilderkunst (Rembrandt, Frans Hals, Manet, Sisley, Cézanne), maar ookbeelden uit diverse continenten. Sir William Burrell (1861-1958) was eenvermogend reder die elke penny in kunstbezit moet hebben gestoken; zijnverzameling omvatte op het einde van zijn werkzame leven duizenden stukken.Burrell en zijn vrouwen waren echte alleseters, hij hield evengoed van deHaagse School (een Amsterdams stadsgezicht van Jacob Maris hangt hier) alsvan Chinese bronzen en oosterse tapijten. Voor elke kunstvorm is een aparteruimte met bijpassende sfeer gecreëerd.

Britse steden van enige omvang koesteren op zijn minst éénspectaculair landgoed waar het leven generaties lang goed was. In PollokHouse, waar eeuwenlang dezelfde familie resideerde, is geen spoortje tevinden van de armoede waarin de plaatselijke bevolking van Glasgowverkeerde. De Maxwells komen al in de 13de-eeuwse annalen van de Clydestadvoor; de laatste Maxwell die de titel van baronet (tussen knight en baronin) bezat stierf in 1956. Het kan niet anders of de verschillendegeneraties Maxwell hebben hun stempel gedrukt op de bouw en inrichting vanPollok House, dat nu als een charmant adellijk paleisje Pollok Country Parklijkt te beheersen. Zo leefde er in de 19de eeuw een aangetrouwde Maxwelldie zich toelegde op het vergaren van kennis over Spaanse schilderkunst.Met als vreugdevol gevolg dat er nu in Pollok House, dat tegenwoordigeigendom is van de National Trust for Scotland, leuke Spaanse kunst is tezien. Van wat ooit de belangrijkste collectie Spaanse kunst in het VerenigdKoninkrijk heette te zijn, rest in Pollok House nog een kleine helft.Daaronder mooi werk van Spanje's onovertroffen meester Francisco de Goya,El Greco en de mierzoete Murillo. Let ook op de snuisterijenkabinetten metbijzonder porselein (Delft, China, Iznik).

Wie zijn bezoek aan Glasgow wil combineren met een wandeling op hetplatteland, in de natuur of met een bezoek aan een van de grootste kastelenin Schotland, gaat met de trein naar Stirling. Het dorpje aan de voet vanhet imposante kasteel is al heel aardig, met bijvoorbeeld een mooiehistorische winkelpassage in Franse stijl en de nog niet opgeknaptepaleisruïne Mar's Wark, die spectaculair uitziet. Aan het einde van de wegwacht een bezoek aan het dominante burchtcomplex dat minstens een dag kostom het helemaal te zien. Het kasteel is omgeven door borstweringen,onneembaar hoge wallen en rijtjes woonhuizen die zich tussen deverschillende muren bevinden. In diverse onderkomens op de binnenhoven zijnmusea ondergebracht, onder meer van het regiment van de Argyll andSutherland Highlanders, duidelijk een pelgrimsoord voor de historischbewuste Schotten. Teruglopend naar het dorpscentrum kun je ervoor kiezenover de begraafplaats te lopen die zich op de voorste flanken van dekasteelheuvel bevindt. Kosteloos maar even goed kostbaar is het uitzichtop de burcht, op het dorp en het omringende land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden