De grafsteen die zoveel doorstond

Op verzoek van Trouw halen musea een bijzonder kunstwerk uit het depot dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Louis Swinkels, conservator archeologische collecties van Museum Het Valkhof in Nijmegen.

Qua formaat mag hij er zijn. Toch loop je snel voorbij aan deze grijze steenklomp. Er is een voorstelling in uitgehouwen, maar het reliëf is zo afgesleten dat die amper meer zichtbaar is. Niet aantrekkelijk genoeg, was het argument om dit brok steen niet neer te zetten in de vaste opstelling van archeologische voorwerpen in het in 1999 geopende Museum Het Valkhof in Nijmegen. Louis Swinkels, conservator van de archeologische afdeling, vindt dat nog steeds jammer. "Ik snap het wel, omdat het ook geen dingetje is dat je zomaar even neerzet. Hij neemt behoorlijk wat ruimte in en weegt gauw zo'n 400 tot 500 kilo. Maar er valt wel een mooi verhaal over te vertellen."

Voor de conservator is het zelfs 'een van de interessantste stukken' die er in Nederland zijn op dit terrein. Maar zoals gezegd, je loopt er gemakkelijk aan voorbij. Daarom schuift Swinkels in het depot onze stoelen recht voor de steen, zodat we hem goed kunnen bekijken. Hoe langer je kijkt, hoe meer contouren van de voorstelling zich openbaren.

Dit is de grafsteen van een onbekende soldaat uit het Romeinse leger. En deze kanjer heeft zoveel meegemaakt, vertelt Swinkels, dat het een wonder is dat hij redelijk heel is gebleven. Ergens tussen 110 en 120 na Chr. moet de steen gemaakt zijn als grafmonument, waarschijnlijk in een atelier van beeldhouwers in Nijmegen of een naburige stad in Duitsland. Daar zaten meer beeldhouwers vanwege de grotere beschikbaarheid van allerlei steensoorten. Dit exemplaar is van zandsteen.

Swinkels kent het levensverhaal van deze grafsteen nagenoeg uit z'n hoofd. De steen heeft eerst bijna twee eeuwen lang op een Romeinse begraafplaats gestaan in Nijmegen, dat tijdens de Romeinse overheersing Noviomagus heette. Aan het eind van de derde eeuw kwamen de grenzen van het Romeinse rijk onder zware druk te staan; diverse steden gingen ten onder. Toen de onrust bezworen was, bouwden de Romeinen op de plek waar zich nu het park Het Valkhof bevindt, nieuwe verdedigingsmuren. Daarvoor gebruikten ze puin en oude grafstenen die daar in de buurt lagen. Deze grafsteen is ook gebruikt als bouwmateriaal.

Na de val van het Romeinse rijk kwamen de Franken in het bezit van de Romeinse ruïnes. Karel de Grote gebruikte het puin om daarvan de Valkhofburcht te bouwen. Ongelooflijk misschien, maar ook deze grafsteen dook daarbij weer op en werd in de burcht ingebouwd. Vervolgens bleef het eeuwen stil rond deze steen. Tot hij op 28 maart 1699 werd gevonden bij sloop- en graafwerkzaamheden aan de westkant van de Valkhofburcht. Oudheidkundigen herkenden het als een Romeinse grafsteen en verkochten hem aan baron Van Heeckeren in Zutphen, die archeologische voorwerpen verzamelde. In 1783 en 1787 zijn er ook publicaties over geschreven.

undefined

Galerij van Oudheden

Swinkels: "Kort voor 1783 heeft de familie Van Heeckeren de steen geschonken aan de stad Nijmegen. Daar kreeg hij een plek in het stadhuis in de Galerij van Oudheden. Vanaf 1912 is de steen ondergebracht geweest in de Nijmeegse oudheidkundige musea, eerst het Gemeentemuseum, vervolgens Museum G. M. Kam. Toen deze musea in 1998 fuseerden tot Het Valkhof, bleef de steen achter in het depot, dat is ondergebracht in het Museum Kam.

En daar zitten we nu nog even na te hijgen van wat deze steen allemaal doorstaan heeft. Dan kijk je ineens toch heel anders tegen deze ogenschijnlijk suffe steenklomp aan. En dat is precies waarom hij toch een vaste plek verdient in het museum, zegt Swinkels.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over het reliëf, waarin de contouren zichtbaar zijn van de overledene, afgebeeld in een Romeinse toga. Hij rust op een bed, in zijn linkerhand houdt hij een servet. Voor het bed zijn nog net de poten zichtbaar van een klein tafeltje met daarop een maaltijd. Je moet echt goed kijken om helemaal links een fragment te zien van een slaaf die de man bedient. Het tafereel straalt uit dat het hier gaat om een welgesteld iemand, zegt Swinkels. Dergelijke grafstenen werden vooral gemaakt voor inheemse mannen die gediend hadden in het Romeinse beroepsleger. Alleen de allerbesten werden daarvoor geselecteerd. "Jongens uit deze streek waren geliefd omdat ze groot en sterk waren. Hier zaten ook de goede ruiters, die hadden de Romeinen zelf niet. Het was een eervolle functie en ook goed betaald. Als je na 25 jaar dienst afzwaaide kon je gaan rentenieren."

undefined

Autochtone militairen

Deze autochtone militairen kregen na hun diensttijd het Romeinse burgerrecht. Vaak namen ze dan een Romeinse naam aan en lieten ze een Romeinse grafsteen voor zichzelf maken. Een gewoonte die later is overgenomen door welgestelde burgers. Al lieten die zich meestal afbeelden met hun echtgenote en soms met hun gezin.

In Nederland zijn maar vijf van deze grafstenen bewaard gebleven. De enige twee complete exemplaren bevinden zich in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Daarop zijn zowel de maaltijdscène als de inscripties nog goed te lezen. Van deze steen is de onderste helft zo afgesleten dat de Romeinse naam van deze soldaat niet meer zichtbaar is. Vaag zijn alleen nog de letters N en I te zien. Het museum heeft nog twee grafstenen. Daarvan is alleen de onderste helft met inscripties bewaard gebleven. De ene steen is gemaakt voor Gaius Iulius Pudens, de ander voor Sextus Secundius Felix. Deze twee hebben wel een plek in het museum. Swinkels: "Zet deze steen erbij en met zijn drieën vertellen ze het complete verhaal over hoe de inheemse bevolking zich de Romeinse cultuur eigen maakte." Een vaste plek in het museum zit er nu nog niet in, misschien over een paar jaar. Maar de komende weken mag de grafsteen van deze onbekende Romeinse soldaat in ieder geval het depot uit.

De steen is te zien in de grote hal van Gelders Archeologisch Centrum 'Museum Kam', Museum Kamstaat 45 in Nijmegen. Openingstijden: di. t/m do. 13-17 uur en op aanvraag. Swinkels: "Als mensen in de buurt zijn, mogen ze altijd aanbellen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden